Kabinet: plan is "drukmiddel'; Overschotten pensioenfondsen nog niet belast

DEN HAAG, 27 MAART. Het kabinet zal zijn plan om de financiële overschotten van pensioenfondsen extra te belasten, voorlopig niet doorvoeren.

Het wetsvoorstel wordt echter niet ingetrokken, maar zal als “drukmiddel” achter de hand gehouden worden. Premier Lubbers heeft dat gisteren meegedeeld na afloop van de ministerraad.

Minister Andriessen (economische zaken) kondigde deze week al in de Tweede Kamer aan dat het wetsontwerp vooralsnog niet zal worden ingediend. Hij wil de pensioenfondsen hiermee overhalen te investeren in industriële activiteiten. Staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën) had gisteren nog laten weten dat het kabinet vast van plan was de financiële overschotten van de pensioenfondsen per 1 januari 1994 af te romen.

Het wetsvoorstel, de zogeheten Brede Herwaardering, houdt in dat de pensioenfondsen een periode de tijd krijgen hun overschotten weg te werken. Gebeurt dat niet, dan volgt er een jaarlijkse heffing over dat geld.

Het wetsontwerp zou op 1 januari volgend jaar van kracht moeten worden. Nu dat niet doorgaat, dreigt er een tegenvaller van een bijna een half miljard voor het rijk. Maar volgens Lubbers is dat vooral “puur technisch” het geval. Hij verwacht dat nu de Brede Herwaardering van voorlopig van de baan is, de pensioenfondsen doorgaan met het verlagen van hun premies. Dat is goed voor de koopkracht en dus ook voor de schatkist.

De kern van het voorstel van de Brede Herwaardering is dat pensioenfondsen, wanneer de wet van kracht wordt, vijf jaar de tijd hebben om een vermogensoverschot weg te werken. Als er na vijf jaar nog steeds een overschot is, wordt ieder jaar een heffing geheven van 40 procent, net zolang totdat het overschot is verdwenen. De pensioenfondsen hebben steeds de berekening van de overschotten verworpen.

Minister Andriessen wil de pensioenfondsen overhalen te investeren in de zogeheten Industriefaciliteit. Deze faciliteit, die binnenkort operationeel wordt, is bestemd voor middelgrote- en grote bedrijven met vormen van hoogwaardige activiteiten op het gebied van technologie, werkgelegenheid en kennisinfrastructuur. Andriessen verwacht dat het fonds over een bedrag van één miljard gulden kan beschikken, waarbij de pensioenfondsen voor ongeveer 200 miljoen gulden participeren.