Kabinet: grotere rol gemeenten in onderwijsbeleid

DEN HAAG, 27 MAART. Het kabinet wil dat gemeenten een grotere rol krijgen in het onderwijsbeleid. Zij zullen daartoe de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van basis- en voortgezet onderwijs op zich nemen.

Meer in het algemeen moet alles op alles worden gezet om scholen zoveel mogelijk zelfstandigheid te geven.

Dit schrijft minister-president Lubbers in een brief aan de Tweede Kamer, die wordt vergezeld van een notitie waarin de grotere zelfstandigheid voor scholen wordt uitgewerkt. Aan de notitie, getiteld "Bestuurlijke vernieuwing in het onderwijs', is behalve door minister Ritzen (onderwijs) en staatssecretaris Wallage ook gewerkt door minister Hirsch Ballin (justitie) voor de deregulering. De brief en de notitie vormen het antwoord op een overleg dat staatssecretaris Wallage gisteren voerde met de Tweede Kamer, en waarbij nog eens bleek dat het CDA tegen een al te grote rol van gemeenten in het onderwijsbeleid is.

Volgens "Bestuurlijke vernieuwing in het onderwijs' is bestuurlijke vernieuwing “geen doel op zich”, maar gaat het erom scholen in staat te stellen hun werk zo goed mogelijk te doen. Ze zullen meer ruimte moeten krijgen om zelf beslissingen te nemen, waarbij het “niet zo eenvoudig is een geschikte maat voor het schoolbestuur en de school te vinden”. Volgens de notitie is het onwenselijk scholen nog groter te maken dan zij dankzij het in gang gezette proces van schaalvergroting nu worden, wel zijn er meer fusies tussen schoolbesturen nodig. Tegelijk moet daarbij “voorkomen worden dat bij een proces van bestuurlijke schaalvergroting nieuwe, kleine Zoetermeertjes onstaan”.

Het bestuur van het openbaar onderwijs moeten de gemeenten, aldus "Bestuurlijke vernieuwing in het onderwijs', overdragen aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, met een eigen, dus van de gemeentebegroting gescheiden vermogen. Dit zal de betrokkenheid van ouders bij het openbaar onderwijs vergroten, de bureaucratie verminderen en de doelmatigheid verhogen.

Het wezenlijke kenmerk van het openbaar onderwijs, dat openstaat voor alle gezindten, kan door de figuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon worden behouden. Het gescheiden vermogen maakt het gemakkelijker om in het onderwijs een systeem van "lump sum' in te voeren. Hierbij krijgen scholen de beschikking over een eigen budget voor personele en materieële uitgaven. Tenslotte maakt het gescheiden vermogen het mogelijk dat gemeenten de verantwoordelijkheid voor het gebouwenbestand in het basis- en voortgezet onderwijs krijgen. Over dat laatste zijn inmiddels vergaande afspraken met de Vereniging van Nederlands Gemeenten gemaakt, aldus de brief van premier Lubbers.