"Ik denk dat ons werk vrijwel nutteloos is'; Oud-PSP'er Bram van der Lek voorzitter Milieudefensie

Vandaag wordt B. (Bram) van der Lek (62) gekozen tot de nieuwe voorzitter van de vereniging Milieudefensie. Een gesprek over de dilemma's van de vereniging, de onderschatte kwaliteiten van minister Alders en het “vrijwel nutteloze” effect van het milieu-activisme.

BILTHOVEN, 27 MAART. Dubbelhartigheid is Bram van der Lek nooit vreemd geweest. De nieuwe voorzitter van Milieudefensie liet zich in de jaren zeventig eens ontvallen dat zijn radicaal georiënteerde werk als leider van de PSP-Tweede Kamerfractie een opvallende gelijkenis vertoonde met dat van “Jehova's Getuigen - een beetje lachwekkend en nutteloos”.

Is dat bij de milieubeweging anders?

“Ik wil best toegeven dat het eigenlijk nog steeds zo is. Als ik er goed over nadenk zeg ik: ons werk is vrijwel nutteloos. Diep in mijn hart gelóóf ik namelijk niet dat de veranderingen die wij bepleiten ook van de grond zullen komen. Het is ontzettend optimistisch om daarvan uit te gaan. Dat vergt een blind idealisme. Het enige waar ik me aan vasthoud is dat de dingen altijd anders lopen dan je zelf verwacht.”

Groot was zijn enthousiasme dan ook niet toen hem recentelijk werd verzocht voorzitter van een van de belangrijkste nationale milieu-belangengroepen te worden. Enkele jaren geleden besloot Van der Lek zich op het schrijven te werpen - een eerste pennevrucht verscheen eind jaren tachtig in De Gids. Voordien was hij - de relativerende collega van de altijd rechtlijnige Fred van der Spek - lid van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europees parlement. Ruim twintig jaar van zijn leven gaf hij aan de politiek. Toen daar in 1989 een eind aan kwam, besloot hij naast het schrijven nog één maatschappelijke functie aan te houden. Bestuurslid van Milieudefensie.

“Dat is uit de hand gelopen. Door mijn ervaring in de Europese politiek werd ik gevraagd in Brussel een lobby op te zetten voor een aantal samenwerkende Europese milieu-organisaties. Zo is het schrijven erbij ingeschoten - dat ging trouwens toch al niet zo goed. Ik moest in Brussel goodwill creëren, contacten leggen. Het kostte me meer tijd dan ik dacht. De lobby staat nu redelijk op poten. Vervolgens werd ik gevraagd voor het voorzitterschap. Dat vond ik wel leuk eigenlijk.”

U vertelt het alsof u ook iets héél anders had kunnen gaan doen.

“Dat is ook zo. Dit passeerde toevallig. Dit kwam op mijn weg. Zo is het bij mij altijd gegaan.”

Al in 1972 publiceerde Van der Lek het "Milieuboekje'. Toen was hij een van de weinigen die oog had voor de zieltogende toestand van het leefmilieu. Nu gaat hij leiding geven aan een vereniging met een achterban van 30.000 leden en 100 lokale afdelingen. Uit onderzoek blijkt keer op keer een grote publieke bezorgdheid over "het milieu', maar het individuele gedrag van mensen verandert er nauwelijks door. Nog steeds neemt het aantal auto's en afgelegde kilometers toe, nog steeds wordt er te veel elektriciteit gebruikt, nog steeds schaft het publiek zich massaal verpakkingen aan die het milieu onevenredig zwaar belasten.

Van der Lek: “Dit is hét grote dilemma van de milieubeweging. Mensen beleven hun bezorgdheid over het milieu vrijblijvend. Ze begrijpen heel goed dat de maatschappij anders ingericht moet worden. Maar als die consequentie te dichtbij komt, zeggen ze: geef mijn portie maar aan een ander. Dat moeten we doorbreken. Maar hoe?”

Twintig jaar geleden gaf Milieudefensie een "blueprint for survival' uit, waarin harde consequenties voor de maatschappij werden geschetst. Nu gewaagt u van een "duurzame ontwikkeling'. Zou het kunnen dat zo'n begrip te abstract is om de mensen de auto uit te krijgen?

“Wij zijn tegenwoordig veel voorzichtiger tegen de mensen. Die blueprint was destijds een keihard verhaal. Heel idealistisch, maar ook heel autoritair: dit móest, dat mocht absolúút niet meer - die toon. Maar dat is voorbij. Onze vereniging wil niet meer de elitaire club zijn zoals die destijds door Wouter van Dieren werd opgericht.”

“Dat wil niet zeggen dat we niet confronterender kunnen worden. We zitten steeds langer met bedrijven om de tafel zonder dat het resultaat oplevert. Dat is onderhand wel mooi geweest, vind ik. En ik durf de stelling aan dat ons verhaal over een noodzakelijke selectieve krimp van de economie juist nu hoogst actueel is. We beleven een economische recessie. Grote ondernemingen stoten arbeidsplaatsen af. Ik zeg: maak daar gebruik van. Transformeer de economie nu het kan. Verandering de produktiemethoden. Accepteer dat bij een bedrijf als Hoogovens mensen hun baan verliezen en zeg: okay, die werknemers gaan voortaan fietsen repareren, windmolens bouwen, zonnepanelen aanleggen, werken in de biologische landbouw.”

U zegt tegen een ontslagen werknemer van DAF: treur niet, je ontslag is juist goed voor het milieu?

“Het probleem is natuurlijk dat je dat niet kán zeggen - ook als je het vindt. Maar je ziet ook bij de vakbeweging de houding veranderen. Men stelt zich niet zo scherp meer teweer tegen massaontslagen. De FNV komt nu ook terug met korter werken. De voorzitter van het CNV heeft een nullijn voor de inkomens van vijf jaar bepleit. Dat zijn signalen voor verandering, al begrijp ik de kritici die zeggen: het is slechts lippendienst.”

“De overheid moet natuurlijk meer doen - zie de cijfers van het RIVM die deze week bekend werden. Het RIVM maakt in feite expliciet duidelijk dat de ministeries van landbouw en economische zaken te weinig van het milieubeleid maken. Neem de discussie over boren in de Waddenzee, over de lokale vergunningen voor boeren die te veel mest produceren. Andriessen en Bukman hebben steeds mooie woorden, maar uiteindelijk vertonen ze hetzelfde gedrag als de meeste individuele burgers: als hun eigen sector geschaad dreigt te worden, geven ze niet thuis.”

“Alders wil wel. Die man wordt onderschat. Hij is inhoudelijk heel goed. Hij wordt alleen voortdurend dwars gezeten door zijn collega's. En vervolgens is hij altijd de Kop van Jut - ook van de milieubeweging. Ik vind dat vaak niet rechtvaardig. Gezien de slechte omstandigheden waarin hij verkeert, krijgt hij nog opvallend veel voor elkaar.”

Milieudefensie deed vorig jaar een poging de consequenties te schetsen voor het geval de Nederlandse samenleving in het jaar 2010 het milieu niet langer wil belasten. Aldus ontstond het "Actieplan Nederland Duurzaam', hetgeen bijvoorbeeld vergt dat er tachtig procent minder wordt gevlogen, zestig tot tachtig procent minder vlees wordt geconsumeerd, zestig procent minder hout wordt gebruikt en vijftig procent minder elektriciteit wordt verbruikt.

Als dat alles wordt doorgevoerd, wat voor samenleving krijgen we dan?

“Dat is verschrikkelijk moeilijk te schetsen. Dat we dit hebben berekend is al een grote stap voorwaarts. En de boodschap is: waarschijnlijk vallen de consequenties reuze mee. Een idioot rijk land als Nederland hoeft maar op een paar punten terug. We zullen bij voorbeeld het autobezit moeten verruilen voor de mogelijkheid van het huren van zo'n ding.”

Hoe bewerkstellig je dat? De autoverkoop verbieden?

“Nèè - verbieden helpt niet. Dat riepen we vroeger. We streven niet meer naar zuivere standpunten, we zijn uit op het haalbare. De mogelijkheden zijn dus beperkt. Consumenten moeten zelf de hand aan de ploeg slaan en de overheid kan helpen. Maar wat voor soort samenleving we dan idealiter overhouden - ik wéét dat niet.”

Is dit uw achilleshiel? Dat u maatregelen bepleit zonder erbij te vertellen waar die toe leiden?

“Dat is een grote zwakte, ja.”

Vóór de val van de Muur zei u dat er van wapens voor de wereld meer dreiging uitgaat dan van de vernietiging van het milieu. Vindt u dat nu nog?

“Dat denk ik nog steeds. Als één keer door een verkeerde machthebber het foute wapen wordt ingezet, dan is het voorbij. Met het milieu kan het fout gaan, maar daar valt altijd weer iets aan te doen. Als je het zo bekijkt zijn de problemen met het milieu nog altijd vrij relatief.”