IJ-MEER

Nu de taakstelling voor nieuw te bouwen huizen is opgehoogd, zien de Amsterdamse wethouders volkshuisvesting (Genet) en ruimtelijke ordening (Saris), weer kansen voor inpoldering van het IJ-meer (NRC Handelsblad, 17 maart). Al jaren tracht Amsterdam deze laatste open ruimte binnen haar grenzen in de stedelijke invloedssfeer te trekken. Het IJ-meer is de ondiepe randzone van het IJsselmeer en paart landschappelijke schoonheid aan grote natuurwaarden. In de rijksplannen voor de ecologische basisstructuur van Nederland vormt het de verbinding tussen de Vechtstreek en Waterland.

Bij de wet op de Zuiderzeewerken die de afsluiting en de inpolderingen van de Zuiderzee regelde, is het IJ-meer juist van drooglegging uitgesloten vanwege het landschapsschoon. De trechtervorm van de Waterlandse zeedijk en de Diemerzeedijk was de toegang van de Amsterdamse haven waarlangs de rijkdom is binnengehaald. Hier lagen de schepen voor Pampus, wachtend op gunstige wind om de ondiepten over te komen.

Amsterdam moet ophouden onder het motto van de compacte stad, alle open ruimten en randen vol te zetten met woningen en kantoren. De problematiek van economie en woningbehoefte kan niet in deze gemeente opgelost worden. Op z'n minst dient dat in regionaal verband bekeken te worden. De Flevopolder heeft nog veel ruimte en een oplossing in dat gebied ligt meer voor de hand.

Gaan de Amsterdamse plannen door dan wordt de samenballing van activiteiten op dit oppervlakte zo groot, dat de kwaliteit van het woon- werkmilieu bezwijkt. De grens van de draagkracht wordt overschreden.

Overigens staat inpoldering van het IJ-meer op gespannen voet met het internationale verdrag over wetlands, waarvan Nederland mede ondertekenaar is. Aan de kwaliteitseis met betrekking tot de natuurwaarde van dit verdrag wordt ruimschoots voldaan.