Het gaat er fanatiek aan toe op hockey-trainingen bij HGC en Bloemendaal; "Afzeggen om verjaardag? kansloos!'

Bloemendaal en HGC delen de koppositie in de hockeyhoofdklasse. Morgen treffen ze elkaar. Wat doen beide ploegen in de week voor een wedstrijd? Een sfeerimpressie van 't Kopje en De Roggewoning, twee hockeybolwerken.

Bloemendaal en HGC trainen zo'n zeven uur per week. Qua tijd kunnen ze dus in ieder geval de vergelijking met de gemiddelde eerste-divisieclub uit het betaalde voetbal aan. Volgens ex-atleet Bram Wassenaar doen de hockeyers conditioneel zelfs niets onder voor topvoetballers. En hij kan het weten. Wassenaar is op dinsdag looptrainer bij HGC én Feyenoord. “Ze zijn minimaal gelijkwaardig”, vergelijkt hij. “Maar ik zou bijna zeggen dat hockeyers nog een beetje fitter zijn. Dat heeft ook met inzet en motivatie te maken. Bij voetballers moet ik bij een oefening nog weleens meelopen om ze te motiveren. Dat is in het hockey niet nodig.”

De opmerkingen van Wassenaar doen na de training de discussies in de kleedkamer oplaaien. De HGC'ers willen de voetballers graag uitdagen voor een conditietest. Ze zijn de verhalen over lanterfantende hockeyers beu. “We slopen ze”, zegt international Stephan Veen, zoon van ex-profvoetballer Sietze Veen.

Met het oog op het toptreffen van zondag doen Bloemendaal en HGC niets anders dan normaal. Bij HGC heeft trainer-coach Mark Bouwman deze week zelfs voor het eerst de donderdagtraining geschrapt. Het werd allemaal een beetje te veel. HGC traint normaal op dinsdag, donderdag en vrijdag. In verband met het Europa Cup II-toernooi in het paasweekeinde is daar sinds kort ook nog de woensdag bijgekomen. Bloemendaal traint op dinsdag, donderdag en zaterdag. Op woensdag lopen de spelers "voor zichzelf'. Dat doen ze meestal in groepjes. “Ik ga af en toe eens ergens kijken”, zegt trainer-coach Pieter Offerman. “Nee, dat zie ik niet als controle. Dat hoef ik niet te doen. Ze lopen toch wel, weet ik zeker.”

Naast het conditionele gedeelte bestaan de hockeytrainingen uit het oefenen van de strafcorner - Specialist Floris-Jan Bovelander: “Ik schat zo'n 300 ballen per week ” - , langdurige taktische sessies en partijtjes. Er zijn veel overeenkomsten bij Bloemendaal en HGC te zien. Er wordt met overgave getraind. Met name bij de afsluitende partij, rood tegen geel, op vrijdag bij HGC is het bijna moord- en doodslag. Er wordt af en toe flink op elkaar gescholden. Trainer Hans Streeder, tevens scheidsrechter, geeft verdediger Mark Kaptein, de assistent-bondscoach bij de vrouwen, een reprimande wegens het maken van opmerkingen en Bouwman stuurt Bryan Benninga zelfs naar de kleedkamer. Keeper Bart Looije schopt uit woede over de nederlaag in het partijtje een jerrycan met water over het veld.

Bloemendaal traint dinsdag op veld twee. Dat heeft beter licht en beter kunstgras dan veld één. Op donderdagavond wordt het slechte hoofdveld wel gebruikt. “Want we moeten er zondag toch ook op spelen.”

Een verschil in de weekindeling van Bloemendaal en HGC is dat de eerste club op de zaterdag traint en de tweede niet. Mark Bouwman ziet daar een dag voor de wedstrijd geen heil in. Bij Bloemendaal heeft de keuze van de training op zaterdagmorgen vooral een sociale reden. Op die manier is het contact met het jongste deel van de vereniging groot. Na de training kijken de leden van de A-selectie naar de jeugd of fluiten zelfs een wedstrijdje. De zaterdag op Bloemendaal heeft zijn tradities. Offerman houdt na de lichte training zijn teambespreking en er is taart, wie in de competitie een gele kaart heeft gekregen betaalt. En daarna wordt er, al ruim twintig jaar onder leiding van manager Cees Bovelander, met een groepje van zeven, acht man een golfparcoursje, maar dan met hockeystick, over het complex afgewerkt. De ballen moeten tegen paaltjes, in blikjes en op tegels worden geslagen. De verliezer "dokt' voor de versnaperingen.

De trainingsopkomst bij beide topclubs is uitstekend, gemiddeld 95 procent. Een speler moet een gegronde reden hebben om weg te blijven. En dat is eigenlijk alleen studie of werk. Een verjaardag? “Een kansloos verhaal!”, zegt Bouwman. Bij HGC traint Gijs Weterings bij wijze van hoge uitzondering twee inplaats van drie keer in de week. De ex-international, belangrijk als laatste man en cornerschutter, heeft het te druk met zijn werk. Coach Bouwman raadpleegde voor het seizoen eerst de andere spelers of ze het wilden accepteren dat Weterings minder zou trainen. “We hebben toen afgesproken dat niemand daar rechten aan zou ontleden. Gebeurt dat wel dan is Weterings weg.”

Deze week traint Weterings wel op vrijdag. Dat komt omdat hij tot dan door een blessure niets heeft kunnen doen. Dinsdagavond ligt hij lang op de behandeltafel van fysiotherapeut Vriesendorp. Boven het hoofd van Weterings hangt een groot vaandel van FC Barcelona. Zijn enkel is flink gezwollen, opgelopen in de wedstrijd tegen Tilburg. Weterings is bij HGC de enige speler uit de A-selectie die werkt. De anderen studeren. Bij Bloemendaal zijn alleen Bas Meurs (sales-manager in het textiel) en reservekeeper Michiel Stange (militaire dienst) geen student of scholier.

Omdat studenten veel "uit de muur' plegen te eten vindt HGC-coach Bouwman het prettig dat de selectie twee keer per week na de training op de club eten. De maaltijden worden al jaren door mevrouw Dassen verzorgd ondanks het feit dat haar zoon alweer geruime tijd geleden van HGC naar Tilburg overstapte. Zelf verhuist ze binnenkort ook naar het zuiden en ze heeft nu al haar kookkunsten bij Tilburg aangeboden. Spits Robbert Delissen gaat het eten elke keer in Voorschoten ophalen. Deze dinsdag is dat macaroni en vrijdag een vlees- en groenteschotel met pindasaus, een lievelingsgerecht van de HGC'ers. Het is in Wassenaar gebruik dat de spelers pas van tafel opstaan als captain Marc Delissen de woorden “koffie aan de bar” heeft uitgesproken.

Bij Bloemendaal wordt er alleen donderdags gezamenlijk gegeten. Dat verzorgen de moeders van de spelers volgens een roulatiesysteem. Deze week is het de beurt aan mevrouw De Rooij, kooklerares en tevens coördinator van de eetmoeders. Zij heeft de weelderige maaltijd thuis voorbereid en warmt 'm zelfs op in het keukentje van het clubgebouw; puree, kalfsvlees, champignons, boontjes en gevulde tomaten.

Zowel bij Bloemendaal als bij HGC betalen de spelers voor het eten. De HGC'ers tellen zeventig gulden per maand neer, inclusief het drinkgeld voor na de wedstrijd op zondag. De Bloemendalers lappen vijf gulden per maaltijd plus een tientje voor de "bierpot'. Daarnaast betalen de selectieleden gewoon hun contributie, 390 gulden bij Bloemendaal, 420 gulden bij HGC. In De Mus van deze week, het clubblad van Bloemendaal, staat vermeld dat onder anderen reservedoelman Stange dat bedrag nog niet heeft betaald. Als hij voor zondag geen geld heeft neergeteld mag hij niet meedoen.

Stange, beter bekend als "Stengel', is donderdag trouwens niet op de training. Hij heeft griep. Daardoor heeft één ploeg bij het partijtje geen keeper. Om het scoren toch iets te bemoeilijken is een bank in het lege doel gezet. Steeds als de bal tegen de bank komt roepen de spelers “goed gestopt, Stengel”.

Ook de naam van Floris-Jan Bovelander, de aanvoerder, stond afgelopen seizoen een keer tussen de wanbetalers in De Mus vermeld. De Telegraaf wijdde er zelfs een artikel aan. “Maar dat vonden we niet zo erg”, aldus Cees Bovelander, manager en vader van 'Flop'. “Iedereen denkt dat die jongens alles gratis krijgen.” Dat is wel het geval met sticks, schoenen en kleding. Hoewel bij Bloemendaal de vreemde traditie is ontstaan dat de spelers wel zelf hun kousen moeten aanschaffen.