Een begin van verzoening; In Mozambique heerst weer een sprankje hoop

In Angola begon het bloedvergieten al voor de onafhankelijkheid, in Mozambique een paar jaar daarna. Terwijl de koloniale mogendheid Portugal na de Anjerrevolutie van 1974 een nieuw bestaan begon en de blik op Europa richtte, werden de piepjonge staten beide voor meer dan een decennium ondergedompeld in een vernietigende burgeroorlog tussen marxistische regimes en verzetsorganisaties. Vooral de Mozambikaanse guerrilla-groep Renamo onderscheidde zich door onvoorstelbare wreedheden. Angola ontworstelde zich twee jaar geleden het eerst aan de spiraal van geweld, maar gleed daar vorige herfst na een mislukt vredesproces weer even makkelijk in terug. Mozambique, waar de wapens pas sinds vorige herfst zwijgen, hoopt nu de Angolese fouten te vermijden en de vrede langer te bewaren. Heel zuidelijk Afrika kijkt vol spanning toe. Twee reportages.

In een in 1937 gebouwde Dakota vliegen we van Cuamba, in het noorden van Mozambique, naar het gehucht Nipeppe. Het antieke toestel - waar een deur was kijk ik nu de diepte in - vervoert voedselhulp. Onder ons glijdt een donkergroen landschap voorbij. Witachtige lijnen geven zich over aan het groen; de wegen zijn verdwenen. Weelderige wouden vestigden zich als groen kroeshaar over de akkers. Heel vaag tekenen zich ergens de contouren af van wat een grootschalige plantage geweest moet zijn van een Portugese kolonist. De natuur heeft het gewonnen van de mensen.

Nipeppe omvat vijf stenen gebouwtjes en een kerk. Daaromheen duizenden rieten hutjes van ontheemden, die in de oorlogsjaren veiligheid zochten bij het handjevol regeringssoldaten. Die bescherming konden de regeringstroepen niet altijd bieden. Op 10 januari 1990 viel Renamo aan. Enkele burgers werden gedood, velen werden beroofd. ""Iedereen probeerde de kerk in te vluchten'', herinnert lekenbroeder Bernardo Bonaisa zich. ""De Renamo-jongens plukten onze hele parochie leeg. Na enkele dagen gingen ze er vandoor en dwongen tweehonderd families met hen mee te gaan. En ze roofden onze bijbels. Waarom? Ik weet het niet, want we hadden ze graag aan hen gegeven.''

Bernardo zag enkele weken geleden de aanvallers terug. Na het in oktober gesloten vredesakkoord tussen de verzetsstrijders van Renamo en de regering trok hij het Renamo-gebied binnen. Heel genoeglijk converseerde hij met de soldaten. ""Op een Renamo-basis bezocht ik een kapel. Ze verzochten me om kerkjes in Renamo-gebieden te renoveren. Ze wilden dat ik enkele huwelijken inzegende en ik moest vele kinderen dopen.''

De lekenbroeder toont zich optimistisch over de kansen op een blijvende vrede. ""Renamo- en regeringssoldaten drinken en spelen nu met elkaar. Er heerst geen rancune. Voor ons Mozambikanen is het concept van één grote familie belangrijker dan een strijd tussen verschillende partijen. Ik zie geen wraakgevoelens onder de bevolking.''

Luis werkt voor Frelimo in Nipeppe. ""Er zijn hier geen wraakacties geweest'', bevestigt hij. ""Wij van Frelimo voeren heel vriendschappelijke gesprekken met Renamo-jongens. Maar het verleden, daar praten we niet over.'' Voelt hij dan, na jaren in Nipeppe te zijn bedreigd door Renamo, geen enkele haat? ""De regering heeft na het sluiten van het vredesakkoord gezegd dat we broeders zijn, dus gedragen we ons als broeders'', zegt hij. ""Ik voel me vrijer nu ik de vijand als een broeder kan zien.''

Gruwelijk fenomeen

Na twee jaar moeizaam onderhandelen tekenden regering en verzetsbeweging van Mozambique op 4 oktober vorig jaar in Rome een vredesakkoord. Afgesproken werd dat onder toezicht toezicht van de Verenigde Naties alle strijders in de daarop volgende maanden hun wapens zouden inleveren, waarna door middel van meer-partijenverkiezingen de volkswil aan het licht zou komen.

De verzetsbeweging Renamo (het Mozambikaanse Nationale Verzet) had, eerst met Rhodesische en later met massale Zuidafrikaanse steun, jarenlang de Mozambikanen in gijzeling gehouden. Renamo werd een gruwelijk fenomeen dat Afrika niet snel kan vergeten. Door terreur tegen de bevolking en doelbewuste aanvallen op de sociale infrastructuur raakte het de jonge, onervaren regering van het linkse Frelimo (het Front voor de Bevrijding van Mozambique) in het hart. De verlamd gemaakte overheid trok zich terug in de steden, de helft van de bevolking sloeg op de vlucht. Eén miljoen Mozambikanen vonden de dood, door oorlog en honger. Het verkrachte Mozambique was het armste en het meest van donorhulp afhankelijke land ter wereld geworden.

Het staakt-het-vuren heeft de afgelopen maanden goeddeels stand gehouden, hoewel de VN-troepen, die er op moeten toezien, hun posities nog niet hebben ingenomen. Het mag een wonder heten. De veelal ongedisciplineerde Renamo- en regeringssoldaten beroven soms, geplaagd door honger en verveling, de bevolking, maar na een zestienjarige orgie van geweld en plunderingen kunnen dergelijke incidenten de vrede niet verstoren. Het overgrote deel van Mozambique was jarenlang afgesloten van de buitenwereld. Nu leren burgers van elkaar onder welke omstandigheden zij overleefden. De verzoening tussen de Mozambikanen neemt een aanvang.

Een half uurtje vliegen van Nipeppe ligt, tussen het groen verborgen, het dorpje Maua. De Italiaanse pater Frizzi Juseffe ontvangt ons in zijn parochie. In het geheim reisde hij in de afgelopen jaren 's nachts per fiets door Renamo-gebied. Hij heeft nu het initiatief genomen de wonden te helen. Iedere maand organiseert hij voor Renamo- en regeringsstrijders een therapeutische sessie. ""Het valt heel moeilijk om de soldaten te laten praten'', zegt hij. ""Heel voorzichtig ontstaat de gedachte dat het verleden moet blijven rusten. De soldaten van beide partijen zijn doodmoe. Ze gedragen zich niet agressief, ze beseffen dat ze een oorlog tegen zichzelf hebben gevoerd.''

Pater Frizzi meent dat de geest van de strijders moet worden gezuiverd met behulp van traditionele geneesheren. ""Om buitenlandse psychiaters binnen te halen is weggegooide tijd.'' Hij kent de hartslag van het plaatselijke Macua-volk en zijn geesteswereld. Langzaam begon hij te begrijpen waarom de terreurbeweging Renamo een groot deel van de Macua in haar greep had.

Renamo was bij zijn oprichting een goeddeels buitenlandse creatie. Het toen nog marxistische Frelimo moedigde ongewild de verzetsstrijders aan door enkele politieke blunders te maken. De arrogante regering trok in de jaren zeventig ten strijde tegen Afrikaanse tradities, cultuur en religie: die waren primitief. Stamhoofden raakten hun baan kwijt. Pater Frizzi ervoer hoe de Macua's zich verzetten tegen deze modernistische ingreep. ""Dit is de hoofdreden waarom Renamo aanvankelijk steun kreeg. De stamhoofden vormden het hart van de gemeenschap. De Macua's volgen een religieuze, mystieke cultuur. In het geheim gingen zij door met hun riten.''

Beschermgeesten

Renamo maakte zich in de eerste jaren van de oorlog berucht door het afsnijden van oren, neuzen of geslachtsdelen van onschuldige burgers. Zo verspreidden zijn aanhangers hun boodschap. ""Wij zijn vóór religie, vóór traditie en tegen communisme, vertel het door!'' zeiden ze na hun gruweldaden. Familieleden werden gedwongen elkaar uit te moorden, kinderen werden gedwongen hun ouders te verkrachten of lichaamsdelen van hun vermoorde ouders op te eten. De Renamo-strijders lieten steeds één overlevende achter, zodat het gruwelijke nieuws kon worden naverteld. Zij zetten magische krachten in door zich te bedienen van door het volk erkende beschermgeesten. Daarmee vernietigden zij het geloof van de plattelandsbevolking in elke vorm van verzet. Ook de regeringssoldaten bleken na enkele jaren niet meer immuun voor de magische krachten van de terreurbeweging.

De betovering kon worden doorbroken. Soms slaagde een spirituele leider erin de vloek op te heffen. K.B. Wilson van de universiteit van Oxford deed in 1991 onderzoek naar het geweld in Mozambique. Eind jaren tachtig ontstond in het grensgebied van de provincies Zambezia en Nampula de beweging Naprama, geleid door Manuel Antonio. Op zesjarige leeftijd was Antonio gestorven aan mazelen, maar zes dagen na zijn begrafenis gaven de geesten hem opdracht een einde te maken aan de oorlog. Hij herrees. Antonio sliep op begraafplaatsen om zich te voeden met speciale krachten van geesten en van Jezus Christus. In 1989 nam hij het op tegen Renamo.

Zijn volgelingen worden geïnitieerd tijdens een uitgebreid ritueel waarbij zij een kruid krijgen toegediend. Met een hakmes slaat Antonio op hun borst, zonder dat dit een wond achterlaat. De soldaten van Naprama (letterlijk: de gefascineerden) zijn dan onkwetsbaar geworden voor vijandelijke kogels. Zonder geweren maar met messen, gedecoreerd met kralen en stukjes huid, gingen de Naprama's Renamo te lijf. Met de staart tussen de benen sloegen de Renamo-soldaten op de vlucht. Antonio slaagde erin grote delen van Zambezia te zuiveren. Hij had een beweging opgericht die paste in de geesteswereld van de plattelandsbevolking. Met zijn honderden strijders wacht hij op een beloning van de regering en een plaats in het vredesakkoord van Rome.

We nemen afscheid van pater Frizzi. ""Het ironische is'', zegt hij nog, ""dat Frelimo nu meer Renamo is en Renamo meer Frelimo. Frelimo nam in de loop der jaren veel ideeën over van Renamo. Het is nu vóór religie en vóór het meer-partijensysteem. Renamo daarentegen slaagt er niet in zich om te vormen tot een politieke partij. Het is een zuiver militaire beweging gebleven.'' De Dakota ronkt en bonkt over de modderige landingsbaan die het toestel met tegenzin laat gaan. Na een uur keren we terug in Cuamba.

De 58-jarige Afonso Rabissone trok weg uit Renamo-gebied en kwam gisteren in Cuamba aan. Twee repen stof over zijn schouders herinneren aan zijn shirt, zijn korte broek is geheel versleten. Hij gaat, zoals vrijwel alle Mozambikanen op het platteland, blootsvoets. ""We hebben geleden onder Renamo, meneer. We moesten een deel van onze oogst afstaan. Waar Renamo voor streed? Geen idee! Toen ze in 1984 ons dorp aanvielen en mijn huis in brand staken, vroeg mijn buurman dat ook. Hij werd doodgeslagen.''

Rabissone staart naar de grond. Waren er goederen in Renamo-gebied? Hij begint licht verwijtend te lachen. ""Wat vraagt u nou! We leefden daar niet in woningen, maar onder afdeksels. Er was geen zout, geen zeep, geen kleren, tien jaren lang.'' Rabisonne heeft nog nooit een moderne dokter gezien, hij is nooit naar school geweest. Even toont hij tekenen van pijn, hij knippert met zijn ogen. ""Ik ben nooit aan Renamo gewend geraakt. Je went nooit aan oorlog.'' Dan richt hij zijn blik weer naar de grond.

Een groepje ontheemden uit Renamo-gebied luistert emotieloos naar zijn relaas. De terreur lijkt de ziel van de Mozambikaanse boeren te hebben doodgeslagen. Een van de ontheemden, Alberto Valentin, een jongen nog, ging vóór de oorlog twee jaar naar school. ""Ik vond het erg leuk om te lezen en te schrijven. Zal ik proberen mijn naam voor u te schrijven? Misschien lukt het me nog.'' In Cuamba zag Alberto deze week voor het eerst gebouwen van cement en met verdiepingen, voor de tweede keer in zijn leven zag hij een auto. Zijn jeugd ging verloren, hij was niet de enige. Waar de oorlog over ging, wat de motieven waren, hij heeft het nooit begrepen.

Frustratie

Twee uur vliegen van Cuamba, in de provincie Nampula, ligt in de kokende hitte van de Indische Oceaan de stad Angoche. De steden van Mozambique verschaffen een zo mogelijk nog deprimerender aanblik dan het platteland. De huizen en straten tonen een vage reflectie van de pracht van de Portugese koloniale bouwstijl en van de sociale projecten uit de tijd dat Fremilo nog woorden in daden kon omzetten. Het asfalt is weggespoeld, kapotte ruiten hangen in de sponningen, scholen hebben geen deuren meer, fabrieken roesten weg. Er is geen of beperkte elektriciteit, àls er water uit de kraan komt is het bruin gekleurd.

Toch - en daarin verschilt Mozambique van Angola - heeft Frelimo nooit de moed helemaal opgegeven. De droom van het socialisme, van onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen, werd ruw verstoord maar nooit vergeten. De straten worden aangeveegd, de sloppenwijken zijn geen poelen van verderf of van cholera geworden, zoals in Angola. De verloedering heeft de Mozambikaanse samenleving nooit tot op het bot aangevreten. Er moge een sprankje hoop zijn blijven bestaan, bij veel jonge, ondervoede en maandenlang niet betaalde regeringssoldaten is van het voormalige idealisme nog maar weinig te bespeuren. Ze worden gedreven door frustratie over een niet gewonnen oorlog, ze willen naar huis, ze hebben honger. In een van de buitenwijken schieten plotseling tientallen mensen alle richtingen uit. Regeringssoldaten maken zich met geweld meester van de goederen op de markt. Maar de handelaren vatten moed. Een uur later gaan ze met vuisten en stokken in de tegenaanval en doden twee tegenstanders. Dergelijke incidenten zijn er regelmatig in Mozambique.

Renamo trad op nog grovere wijze op tegen de bevolking van Angoche. Direct na de ondertekening van het vredesverdrag viel het Angoche aan in een poging in het gehele land ten minste één stad te controleren. De Renamo-militairen trokken een spoor van plunderingen door de buitenwijken en vermoordden tientallen burgers. Na enkele dagen arriveerden versterkingen voor het regeringsleger dat met succes de tegenaanval inzette.

Renamo legde, zo bestaat het vermoeden, in tegenstelling tot in andere delen van het land, geen landmijnen in het district rond Angoche. Min of meer onbevreesd kunnen we dus met de auto reizen. We trekken Renamo-gebied binnen. Het olifantsgras staat twee meter hoog. De hele omgeving is groen, in lichte en donkere tinten, op een paar fel rode vogeltjes na. Alle huisjes zijn vernietigd. De bevolking, nog armoediger gekleed dan in regeringsgebied, reageert schuw op buitenstaanders. Het isolement was zo volledig dat, volgens de eerste onderzoeken, de ziekte Aids hier nog niet is doorgedrongen.

In een verlaten stenen gebouwtje in het gehucht Namaponda zit een jonge Renamo-bestuurder achter zijn bureau. Hij draagt goede kleren, zijn haar is modern gekapt. Op de muur is de strijdkreet van Renamo te lezen: "De overwinning is verzekerd'. Boven zijn bureau hangt het portret van Renamo-president Afonso Dhlakama met daaronder: "Voor vrijheid en democratie'. Buiten slenteren enkele soldaten, sommigen nog geen twaalf jaar oud. ""Hebt u gehoord wat de regeringstroepen eergisteren hebben gedaan in Angoche?'' vraagt de bestuurder met een iets te opvallende zelfingenomenheid. ""Hebt u gehoord dat ze de bevolking beroven?''

Regeringsgebied

Na een half uur verder hobbelen over het zandpad zijn we plotseling weer in regeringsgebied - er heersen dunne, onzichtbare scheidslijnen tussen de gebieden van de twee partijen. In Liupo werden de gebouwtjes van het gezondheidscentrum doorzeefd met kogels. In september viel Renamo aan en vernietigde de school en de kliniek. ""Vriend, ik ben ziek en daarom gebruik ik geweld'', staat gekalkt op de afgebrokkelde muur van een gebouwtje waarin nu een guaveboom groeit. Een maand later veroverden regeringstroepen het plaatsje, hielden huis in de kliniek en beroofden de patiënten van hun dekens. Enkele dagen later lagen de dekens te koop op de militaire basis van de regeringsstrijdkrachten.

Op het marktje van Liupo liggen verspreid over de grond wat goederen. Na de opening van Renamo-gebieden komt er een moderne economie op gang. Geld is opnieuw betaalmiddel geworden, na jaren van primitieve ruilhandel. Vis kan nu worden aangevoerd uit eerder door Renamo beheerste kustgebieden, sigaretten en batterijen komen uit Angoche. In de schaduw van mango- en avocadobomen krijgen meer dan honderd kinderen les van vier leraren. De regering zendt sinds kort tientallen leraren en gezondheidswerkers uit naar regeringsgebieden. Renamo staat geen vertegenwoordigers van de overheid toe.

Jorge is leraar in Liupo. Hij wil met ons terug naar Angoche om er pennen en schriften te kopen. Met zijn collega's bewerkt hij een akker, van de opbrengst schaft hij lesmateriaal aan voor zijn leerlingen. Hij werkte enkele maanden onder dwang in Renamo-gebied. Is hij niet bang door Renamo-gebied naar Angoche te reizen? ""Ja, inderdaad. Ik kan wel vergeven wat ze me hebben aangedaan, maar niet vergeten. Diep in mijn hart'', geeft hij met een zenuwachtig lachje toe, ""voel ik nog pijn. Als we ons vrij kunnen bewegen, zonder te worden geterroriseerd door Renamo, zal de pijn verdwijnen. Iedereen denkt er zo over.''

Toni, onze chauffeur, luistert mee. Kan hij uitleggen waarom Mozambikanen makkelijk kunnen vergeven? Oorlogen elders in de wereld zaaiden toch diepe haat, die na jaren van vrede nog steeds niet is uitgewist? ""Ja, maar die oorlogen gingen vaak om het verdedigen van ideologieën, men was het fundamenteel met elkaar oneens. De strijd in Mozambique ging nergens over, het was zelfs geen conflict tussen stammen. De bevolking begreep niet waarom er werd gevochten en dan is verzoening makkelijker,'' zegt Toni.

Jorge, de leraar, zegt dat de kinderen in zijn klas ervaringen uitwisselen over hun nachtmerries. Leerlingen die voor Renamo moesten werken, vertellen aan kinderen uit regeringsgebied over hun dwangarbeid. En kinderen uit regeringsgebied vertellen hoe hun ouders werden vermoord bij aanvallen door Renamo. Het is gedeelde smart, er vloeien geen tranen.

Toekomst

Op onze laatste dag in de provincie Nampula brengen we een bezoek aan een militaire basis van Renamo. De fors uitgevallen majoor Bufar Feredo voert de leiding over de basis. Hij geeft me een driedubbele handdruk zoals onder kameraden. Hij draagt een uniform, gestolen van het regeringsleger. Waarom sloot hij zich bij Renamo aan? ""Daar wil ik niet over praten. Laten we het over de toekomst hebben.'' Hoe ziet hij de toekomst? ""Geen problemen.'' Is er genoeg voedsel, zijn er voldoende medicamenten? ""Geen problemen.'' Een mager jongetje met bedrukt gezicht meldt zich en springt in de houding. Zijn postuur vertoont een sterk contrast met de opdruk van zijn T-shirt: een robuuste Chuck Norris zwaaiend met een vlammenwerper. De jongen is het hulpje van majoor Bufar Feredo.

De Renamo-soldaat, verantwoordelijk voor de gezondheidszorg op de basis, zegt nog nooit met medicijnen te zijn omgegaan. De leraar volgde zelf vijf jaar lagere school op de basis. Hij beschikt niet over pennen of papier voor zijn 150 leerlingen. ""Misschien heb ik een paar van mijn leerlingen leren lezen en schrijven'', zegt hij aarzelend. Als hij verder wil praten, treft hem de harde blik van de majoor. Hij zwijgt onmiddellijk.

Veel Mozambikanen werden door Renamo gedwongen in hun geboortedorp te moorden, waarna hun geen andere keuze bleef dan zich bij de verzetsstrijders te voegen. Hier op de basis tonen ze zich verlegen, gesloten en angstig. Als de majoor langskomt, springen ze in de houding, maar hun blik is afwezig, alsof ze er niet bij zijn. Op de vraag naar hun plannen na de demobilisatie in de komende maanden, blijft het antwoord uit. Wat zouden ze dan het liefst willen? ""Naar huis, naar mijn familie,'' klinkt het van verschillende kanten. Een korte beroering. Het leek er even op dat deze zielloze strijders tot leven waren gekomen.