DE WAARDE VAN DE WADDENZEE

Functions of Nature door Rudolf S. de Groot 345 blz., Wolters-Noordhoff 1992, f 80,- ISBN 90 01 35594 3

De Waddenzee is per hectare ongeveer twaalf keer zoveel waard als het tropisch regenwoud. Dat wil zeggen, als je de waarde van natuur in harde valuta denkt te kunnen uitdrukken. Eco-loog Rudolf de Groot probeert dat in Functions of Nature, volgens de uitgever een ""systematisch handboek om de volledige waarde van de natuur voor de samenleving te bepalen''. De auteur zelf is bescheidener. Hij erkent bijvoorbeeld dat de esthetische waarde van natuur niet objectief valt te bepalen. Niettemin waagt hij een poging op dit gebied vol voetangels en klemmen.

Er is vast en zeker behoefte aan het soort rekenwerk waar De Groot zich mee bezighoudt. Als een uitstroomgebied van een rivier dreigt te worden ingepolderd, is het goed om eens na te rekenen of de waarde van de verkregen grond opweegt tegen het verlies aan recreatiewaarde, aan fourageergebied voor vogels en vissen, en dergelijke. Voordat een stuk regenwoud wordt gekapt, zou moeten worden uitgezocht of de kosten als gevolg van erosie niet groter zijn dan de opbrengst van het geoogste hout. Beleidsmakers, zo stelt De Groot vast, gaan nu eenmaal het liefst uit van "objectieve' gegevens en die zijn meetbaar in guldens, of meestal dollars.

De Groot definieert "functies van de natuur' als ""de vermogens van processen en bestanddelen van de natuur om goederen en diensten te leveren die, direct of indirect, in menselijke behoeften kunnen voorzien.'' De intrinsieke waarde van de natuur, los van de mens, wordt daarmee al meteen terzijde geschoven. Dat is misschien verdedigbaar, maar zeker niet vanzelfsprekend.

Functies van de natuur zijn er volgens De Groot tientallen en hij verdeelt ze in vier categorieën. Er zijn "regulerende' functies, zoals het opslaan van regenwater en het vastleggen van voedingsstoffen. Er zijn "dragerfuncties', zoals het verschaffen van recreatiegebieden. Dan "produktiefuncties' als van vis, hout en genetisch materiaal. En ten slotte functies als "leverancier van informatie': wetenschappelijke kennis, geestelijke rijkdom en inspiratie.

MENSELIJK AFVAL

Hierbij doen zich overigens volop nieuwe moeilijkheden voor. Onder "regulerende functies' vermeldt De Groot opslag en verwerking van menselijk afval. Nu worden sommige menselijke restprodukten inderdaad door de natuur enigermate afgebroken of opgeborgen (onder andere organisch afval, pesticiden en zware metalen). Het gaat echter te ver dit tot de functies van de natuur te rekenen. Organisch afval is afbreekbaar, maar de hoeveelheden en concentraties ervan gaan meestal de draagkracht van de natuur te boven. De afbraak van pesticiden is al helemaal niet altijd volledig; de opslag van zware metalen in rivierslib leidt tot chemische tijdbommen. Bovendien verstoren dergelijke verwerkingsprocessen het natuurlijk evenwicht. Zo tasten ze een natuurwaarde aan die niet in geld valt uit te drukken.

Bedenken wat voor functies de natuur vervult, is één ding, er een geldwaarde aan toekennen is iets heel anders. Zo heeft De Groot zelf jarenlang onderzoek gedaan op de Galapagos Eilanden, de archipel die beroemd is om zijn unieke planten- en dierenwereld. Hij is er echter niet in geslaagd om een waarde te berekenen voor de genetische rijkdom op de eilanden. In de berekening van de waarde per hectare van dit natuurgebied is deze post dus niet meegenomen, wel de recreatieve, educatieve en wetenschappelijke baten.

Sommige cijfers lijken makkelijker vast te stellen, zoals de duurzaam winbare hoeveelheid hout in een hectare tropisch regenwoud, of de waarde per jaar van het Waddengebied voor de toeristenindustrie. Maar vaak moet De Groot zich ook hier flink in bochten wringen. De toeristische waarde van het regenwoud stelt hij zomaar op de helft van die van de Galapagos. Bij dit alles lukt het De Groot niet de waarde van het regenwoud voor de oorspronkelijke bosbewoners in dollars uit te drukken. Hier moet hij zijn toevlucht nemen tot "plusjes' in de zin zoals de Consumentenbond dat doet bij vergelijkend warenonderzoek.

Uiteindelijk, na veel optellen en aftrekken, komt De Groot tot een waarde van 500 dollar per hectare voor een regenwoud, en 6000 dollar per hectare voor de Waddenzee. Natuurlijk mag niemand daaruit afleiden dat de Waddenzee ook "kostbaarder' is (De Groot suggereert dat ook niet, maar hij waarschuwt evenmin voor deze vorm van misbruik). De hogere waarde komt onder andere doordat de Waddenzee gelegen is midden tussen de vermogende toeristen, in een regio waar hoge lonen worden betaald. Het doel van De Groots berekening is een vergelijking met de economische effecten van een andere bestemming voor hetzelfde gebied. Maar meer dan alleen een gevaarlijke illusie van nauwkeurigheid geven deze cijfers niet. Bovendien telt De Groot vrolijk allerlei waarden op die in feite onverenigbaar zijn, want een regenwoud waarin hout wordt gewonnen, is natuurlijk op dat moment veel minder aantrekkelijk voor toeristen. Zijn cijfers kunnen dus alleen worden gehanteerd met het besef dat ze volkomen onbetrouwbaar zijn.Na deze emmer vol zurigheid nog iets over de verdienste van dit boek. De Groot heeft zijn nek uitgestoken en zich blootgesteld aan reacties als deze. Maar intussen heeft hij wel een uitgebreide inventaris gegeven van "taken' die de natuur vervult zonder dat wij ons daar druk om maken. Hij onderstreept dat er nog regelmatig nieuwe functies worden ontdekt, dus dat de lijst nooit als compleet mag worden beschouwd. Dat het verdwijnen van natuur maar al te vaak financiële schade oplevert, staat vast. Bij de beslissing over de toekomst van natuurgebieden moet daarmee rekening worden gehouden. Je weet maar nooit of De Groots boek, in handen van politici, onderzoekers of pressiegroepen, daartoe een steentje bijdraagt.