De Slovenen associëren loonmaatregel met "Joego-politiek'

LJUBLJANA, 26 MAART. De Sloveense premier Janez Drnovsek moest het begin deze maand op de televisie zelf komen uitleggen: “Het besluit van de regering om de lonen te bevriezen betekent niet dat mijn kabinet de economische politiek van de regeringen van het voormalige Joegoslavië opnieuw wil invoeren.” De premier was tot deze verklaring gedwongen, omdat de loonmaatregel de Slovenen te veel doet denken aan de politiek van de laatste "Joego-premier' Ante Markovic die jaren wanhopig en zonder veel resultaat geprobeerd heeft door middel van een geleide loonpolitiek de Joegoslavische economie weer op de been te krijgen. De Slovenen reageerden ontsteld toen Drnovsek de loonmaatregel bekend maakte.

Onder druk van de publieke opinie besloot de staatsraad, het Sloveense hogerhuis, de wet terug te sturen naar de Staatskamer, die de loonmaatregel eerder zonder veel discussie had goed gekeurd. De Staatskamer moest daarom nog eens over de loonmaatregel stemmen. De vakbonden dreigden inmiddels met een algemene staking en de parlementsleden van de Verenigde Lijst (ZL), ex-communisten, vroegen zich hardop af, of het wel verstandig was een maatregel die op zoveel verzet stuitte uit te voeren. De ZL, die deel uitmaakt van de verder uit liberalen, sociaal-democraten en christen-democraten bestaande regeringscoalitie, had bij de eerste stemming vóór de loonmaatregel gestemd. Dat de ex-communisten gingen twijfelen is niet zo verwonderlijk. Zij voelen zich namenlijk als eerste aangesproken wanneer er verdachtmakingen geuit worden dat “de politieke elite Slovenië weer terug wil brengen naar Joegoslavië”.

Een groot deel van de Slovenen vertrouwt de ex-communisten nog steeds niet en verdenkt hen er van slechts te wachten op een gelegenheid de macht opnieuw alleen in handen te nemen. Opvallend daarbij is dat de financiële gevolgen van de loonmaatregel voor de werknemers slechts een ondergeschikte rol in de discussie speelden. Ook in de krantencommentaren werd de loonmaatregel vooral veroordeeld omdat deze te veel doet denken aan vroeger en een breuk betekent met de vrije markteconomie waarvoor de jonge Sloveense staat gekozen heeft.

In ingezonden brieven melden lezers niet voor een onafhankelijk staat gekozen te hebben om verder met de "Joego-politiek' te moeten leven. Een briefschrijver verweet Drnovsek zelfs dat de premier blijkbaar niet kan vergeten dat hij in 1989 president van Joegoslavië is geweest en “geen afstand kan doen van de politieke trucendoos die in Belgrado zo vaak gebruikt werd”.

Het conflict liep zover op dat de Sloveense premier afgelopen twee weken geleden zelfs met een regeringscrisis dreigde als de ex-communisten tegen de loonmaatregel zouden stemmen. Dat had tot gevolg dat deze hun kritiek inslikten, zodat deze met 45 vóór en 33 stemmen tegen voor de tweede keer werd aangenomen.

Drnovsek verweet tijdens zijn televisie-optreden de oppositie en de media “angsten en emoties opgeroepen die geen enkel verband hebben met de economische politiek van mijn regering”. De lonen moeten volgens hem bevroren worden omdat de produktiviteit nog steeds daalt. Hij hield de Slovenen voor dat zij met een gemiddeld maandinkomen van 600 gulden zes keer zoveel verdienen dan hun collega's in Kroatië en tien keer zoveel dan hun collega's in het Servië. Nog 1 of 2 jaar de buikriem aanhalen en dan krijgen wij meer speelruimte voor de lonen, beloofde de premier.

Een dagblad wees erop op dat de Sloveense werknemers hun inkomen allang niet meer vergelijken met de lonen in de voormalige Joegoslavische republieken maar met de lonen die in het buurland Oostenrijk betaald worden. “Joegoslavië is voor Slovenië voorgoed verleden tijd.”