De kleine wetenschap (14)

Spelenderwijs ben ik vorige week aan een typologie van nieuwe menselijke varianten begonnen. Het ging over de huurschelder. Iemand die om een of andere reden een hekel aan de ander heeft maar zijn naam niet wil prijsgeven, kan tegenwoordig een schelder huren die de gewraakte persoon op de bestelde manier van katoen geeft. Als hij het goed doet, kan zo'n huurschelder de concurrent van de huurmoordenaar worden zonder dat hij meer verspilt dan zijn eigen inkt.

't Is een humane oplossing voor alle partijen. De uitgescholdene kan zich troosten met de gedachte dat de huurschelder het niet werkelijk meent, de opdrachtgever denkt niettemin: die zit! en de schelder zelf steekt de beloning in z'n zak. In deze driehoek van vijandigheid is iedereen tevreden; een polemologische mijlpaal. Het is de verbale versie van het vuurwapen waarmee om de hoek kan worden geschoten. In het krijgskundig museum zie je er voorbeelden van: pistolen met kromme lopen, zware verdikkingen in de elleboog als een vangrail in een gevaarlijke bocht. Al die machines waren bedoeld om zonder gevaar voor eigen hachje de vijand dood te schieten. Maar zoals dat ook op iedere Oudejaarsavond gebeurt: de kracht van de explosie wordt onderschat. Het pistool waarmee om de hoek kon worden geschoten, heeft zich steeds weer tegen de schutter gekeerd. Zelden zie je de rechtvaardigheid zich zo bliksemsnel voltrekken.

Vanzelf kom ik op het onderwerp van dit stukje. Niet iedereen weet wat een polemoscoop is. Het is een verrekijker die ons in staat stelt als het ware om een hoek te kijken terwijl degenen die ons waarnemen in de overtuiging verkeren dat we rechtuit kijken. Nederlandse naslagwerken geven geen uitsluitsel. Uit mijn hoofd licht ik dus toe dat de polemoscoop een uitvinding is, in de zeventiende eeuw tot ontwikkeling gebracht om de Franse koningen in staat te stellen, hun matresse in de gaten te houden als ze zogenaamd naar een toneelstuk zaten te kijken.

Het principe is veel ouder, vanzelfsprekend, maar als periscoop meestal verticaal toegepast. Met een kijker die eigenlijk uit niets anders bestaat dan twee spiegels in een koker kan men uit de loopgraaf naar de vijand kijken zonder het hoofd boven de borstwering uit te steken, of in de onderzeeboot naar het te torpederen schip. Er is een tijd geweest dat bij de intocht van de koningin zulke kijkkokers bij honderen werden verkocht aan mensen die verwachtten dat ze in de achterste rijen van de oranjehaag terecht zouden komen. Dit apparaat zou je de monarchoscoop kunnen noemen. In de ontwikkeling en toepassing van de polemoscoop en alle varianten ligt dus een hele zedengeschiedenis verborgen.

Hebben we de polemoscoop, de zijwaartskijker werkelijk nodig? Het menselijk oog heeft er eigenlijk al een ingebouwd die net als de optisch-mechanische uitvinding er alleen maar op wacht om tot ontwikkeling te worden gebracht. Hoe werkt het? Een voorbeeld: terwijl we bijvoorbeeld in gesprek zijn met A en onze blik op zijn ogen, gezicht, verschijning gericht houden, komt iemand het vertrek binnen. Deze gebeurtenis voltrekt zich in het grensgebied van ons blikveld, maar nog wel binnen de cirkel van het identificeren en evalueren. Het gaat me niet om de mate van duidelijkheid, de scherpte waarmee we een en ander volgen, niet om de perimetrische kant, maar om de snelheid waarmee het waarderingsproces in de hersenen zich voltrekt. Anders gezegd: er zijn mensen bij wie dat heel traag verloopt, er moet een koe in het centrum van hun blikveld verschijnen voor hun concentratie verandert, en er zijn anderen bij wie het verschijnen van een vliegje in de periferie al hetzelfde effect heeft. Hun concentratie kunnen we, om te beginnen, vergelijken met het hazeslaapje.

Maar er zit meer aan vast. Er is een optische en een psychische concentratie, en niet altijd kunnen we ons meteen al een oordeel vormen over de mate van psychische concentratie als we ontdekken dat de optische voor een ogenblik is aangetast, of andersom natuurlijk. Je hebt mensen die je strak aankijken terwijl je je verhaal vertelt, terwijl je weet dat ze aan heel iets anders zitten te denken, en zo heb je ook mensen die af en toe "kijken' naar wat zich in het grensgebied van hun blikveld afspeelt terwijl ze zich met niet aflatende aandacht, psychisch, op jou hebben geconcentreerd. Ik hoop dat u het begrijpt. Laatstgenoemden hebben door lang oefenen de polemoscoop in hun ogen tot een hogere graad van ontwikkeling gebracht. Ze kunnen "kijken zonder hun hoofd te bewegen'. Dat wordt een gewoonte; in beginsel kijken ze naar alles zonder dat hun concentratie daarvan te lijden heeft.

Terzake. Een paar maanden geleden stond ik op tramhalte, hoek Willemsparkweg Van Baerlestraat naar niets bijzonders te kijken. Opeens begon ik te vermoeden dat ik door mijn natuurlijke polemoscoop iets eigenaardigs had gezien. Er was een vrouw uit lijn drie gestapt, daarbij beleefd geholpen door een man die volgens mijn perifere waarneming niet in die tram had gezeten. Een keurige man van een jaar of vijftig, een das, een demi aan en een homburg op. De vrouw knikte de man in bevreemde dankbaarheid toe en stak over, richting Stedelijk Museum. Ik wilde er het mijne van weten. Daar kwam lijn twaalf, de man zette zich in postuur. Drie vrouwen stapten uit, stuk voor stuk hoffelijk door de man terzijde gestaan. Weer een lijn drie, verscheidene vrouwen eruit, de man ontplooide dezelfde acties. Zo ging het door. Na een tram of vijf had ik voldoende zekerheid: dit was nieuw.

Ik ging de stad uit, vergat de zaak, kwam terug en nu, eergisteren, terwijl ik stond te wachten op de halte Rokin Spui zag ik er weer een, ook een beschaafde, naar de ouderwetse bankbediende zwemende man die de ene vrouw na de andere zijn helpende handen en af en toe armen toestak. Weer een damesaanpakker. Ik vertelde het op kantoor. Verscheidene collega's hadden er ook al een waargenomen, maar, vroeg een van ons zich af, is het wel verstandig dit in de krant te schrijven? Het kan een rage worden. Ik geef toe dat ik me hier in het grensgebied van onze beroepsethiek beweeg, maar in het kader van de kleine wetenschap waag ik het erop.