BURCKHARDT (2)

In zijn recensie van David C. Lindbergs "The Beginnings of Western Science' schrijft Dirk van Delft over Jacob Burckhardt: ""de middeleeuwen, zo meende hij, konden rustig worden overgeslagen.'

Deze bewering weerspiegelt het hardnekkige misverstand dat Burckhardt als, min of meer, de schepper van ons moderne concept van de renaissance (de term stamde zeker niet van hem!), weinig begrip voor de middeleeuwen zou hebben opgebracht, in de geest van de humanisten die deze in wezen depreciërende term voor het tijdvak hebben gesmeed.

De formulering die hier wordt gebezigd, strookt volstrekt niet met wat Burckhardt ooit over deze middeleeuwen heeft of zou hebben beweerd. Men kan iets dergelijks noch in de veertien delen van de "Gesamtausgabe' van zijn werken, noch in de tien delen van zijn briefwisseling (in de editie van Max Burckhardt), noch in de enorme biografie van Werner Kaegi terugvinden. Burckhardt promoveerde trouwens (bij Ranke) op een studie over de vroegmiddeleeuwse figuur Karel Martel.

Wat wel is overgeleverd, zijn talloze uitlatingen van Burckhardt waarin hij zijn principiële waardering voor die duizend jaren Europese geschiedenis heeft neergelegd. Om maar één citaat te geven: "Gegenüber der Supposition, als hätte man das Mittelalter zu entschuldigen, haben wir einfach zu schildern die Gestaltungen vergangenen Lebens, welches es auch sei, und das Mitelalter war die Jugend der heutigen Welt, und eine lange Jugend. Was uns lebenswert ist, wurzelt dort' ("Historische Fragmente', ed. Emil Durr, 2e deel: "Mittelalter', afd. II (1884) "Bei Anlasz der neueren Feinde des Mittelalters..').

Naschrift Dirk van Delft

In mijn terzijde over Burckhardt heb ik mij laten leiden door twee citaten uit de Engelstalige editie van "Die Kultur der Renaissance in Italiën' ("The Civilisation of the Renaissance in Italy', New York 1954) die door Lindberg, wanneer hij de status van de middeleeuwse wetenschap analyseert, worden aangehaald. Eén: ""the Middle Ages . . . spared themselves the trouble of induction and free inquiry' (blz. 371). Twee: (over wetenschapsbeoefening ten tijde van de Italiaanse renaissance) ""investigators of the period, chiefly through their rediscovery of the results attained by anriquity, mark a new epoch, with which the modern period of the science in question begins' (blz. 182).