Bij rusteloze muziek van John Zorn waant men zich in buurthuis

Concert: Nederlands Blazers Ensemble, Maarten Altena Ensemble en componist/dirigent John Zorn met werken van Altena, Misha Mengelberg en Zorn. Gehoord: 25/3 BIMhuis, Amsterdam. Nog te horen: 28/3 Doelen, Rotterdam.

De Amerikaanse saxofonist en componist John Zorn is een gedreven kunstenaar die wel iets van Wim Schippers heeft. Hij holt rusteloos van hot naar her, ideeën en "concepten' zijn belangrijker dan afgeronde produkten, verwarring is te verkiezen boven begrip. Hij spuwt aan de lopende band platen uit en zoekt de inspiratie daarvoor steeds meer in de "zwarte' feiten van het menselijk bestaan: sado-masochisme, moordlust, lustmoord en slachtingen op massa-schaal. Als actuele bijdrage aan Maarten Altena's serie The American Connection, zocht Zorn het in iets minder lugubers: de tekst van Walter Benjamin over Angelus Novus van de schilder Paul Klee. De muziek is minder speedy dan bij Zorn gebruikelijk, lang aangehouden noten zetten de toon. De samenklanken van het middendeel Aliya klinken vuil en gemeen en zouden goed bij een kernpassage van een thriller-film passen maar aan het slot is de sfeer rustig, bijna sereen.

Dat laatste is nog sterker het geval in Slow Motion van Maarten Altena, de tweede première van dit programma. Het geluidsniveau ligt laag, de intervallen zijn klein, de bewegingen zijn van een onwesterse loomheid. Het hart van het stuk is een woordloze vocaal van Jannie Pranger, unisono begeleid door een hakkebord dat door een roterend klein bekken tot klinken wordt gebracht.

Ook in Misha Mengelbergs Bla voor het Nederlands Blazers Ensemble ontbreekt elk kabaal. De hobo's en klarinetten versieren naar eigen inzicht langdurig de ruimte tot eindelijk de hele groep een dansje mag spelen. Wie denkt dat het feest dan eindelijk begonnen is, heeft het mis. Met een relativerend "blafje' van de fagotten is het uit.

Bij John Zorns Cobra, in 1985 al eens in Nederland uitgevoerd, waant men zich bij het club- en buurthuiswerk. De specialist textiele werkvormen schudt een vuilniszak met lapjes uit en laat de deelnemers naar hartelust graaien. Hoe het zooitje aan elkaar wordt genaaid is niet van belang als aan het eind alles maar op is. De resulterende patchwork-collage is uiteraard een vloek voor het oog, maar door zijn enorme omvang wel goed om een wand te bekleden.

Dat het vertrouwen op spontane invallen wel degelijk werkzaam kan zijn om een globaal vastgelegd stuk levend te houden, bewees Maarten Altena met Trunk. Het initiatief van de musici is vergeleken bij Zorn beperkt, zo ook de tijdsduur, maar de spanning blijft daardoor wel redelijk op peil. In elf minuten wordt meer beweerd dan in Zorns Cobra van ruim drie kwartier. En dat had conceptualist John Zorn kunnen vermoeden: dat het met petjes, haarbandjes, tekstbordjes en gebaartjes levensecht laten kronkelen van een cobra net zo spannend is als het uitgieten van een flesje prik in de vervuilde Noordzee, wat Wim Schippers eens deed. Aardig voor een keer maar niet vatbaar voor herhaling.