Beheerder van 's Rijks bodemschat

De Rijks Geologische Dienst bezit een schat aan gegevens over 's lands bodemrijkdom. De dienst bepleit snel onderzoek naar exploitatie van de gasreserves onder de Waddenzee. Ondanks de kwetsbaarheid van het natuurgebied. “Veiligheid en een schoon milieu zijn te koop.”

Op een groot computerscherm schuift een veelkleurig beeld van de Nederlandse bodem in een doorsnede van kilometers diep met kleine schokjes voorbij. Scheidingen tussen aardlagen worden gemarkeerd met lichte lijnen, waardoor de structuren die delfstoffen kunnen bevatten zichtbaar worden. De gegevens zijn afkomstig van driedimensionaal seismisch onderzoek en boringen in de aardkorst, meestal door oliemaatschappijen verricht.

Aan de hand hiervan zijn medewerkers van de Rijks Geologische Dienst (RGD) in Haarlem in staat om als het ware in de Nederlandse ondergrond te duiken, die gedurende vele honderen miljoenen jaren is gevormd. Met wetenschappelijke precisie werken ze aan de voltooiing van een gecompliceerde legpuzzel: een getrouw beeld van de ondergrond tot 5 kilometer diepte. Stukje bij beetje wordt alles op bodemkaarten geregistreerd. Dat is niet alleen van belang voor de olie- en gaswinning, maar ook voor het ontdekken van zoutlagen en gesteenten op geringere diepte. Aan de hand van die legpuzzel adviseren de geologen overheid en particulieren over funderingen van bouwwerken en booreilanden, over grond- en drinkwaterwinning, ondergrondse opbergplaatsen, projecten voor de winning van aardwarmte, visserij- en milieuzaken en het aanleggen van pijpleidingen en telefoonkabels.

Een hoofdtaak van de dienst, die zo'n tweehonderd medewerkers telt, is het adviseren van de minister van economische zaken over de geologische aspecten van de winning van olie en aardgas. Sinds enkele jaren rapporteert de RGD niet alleen over de bewezen reserves van olie en gas (aangetoond door boringen) maar ook over toekomstige reserves. Oliemaatschappijen hebben dankbaar gebruik gemaakt van deze cijfers om het belang van de Waddenzee als waarschijnlijke vindplaats voor "majeure' hoeveelheden aardgas onder de aandacht te brengen.

De RGD is als rijksdienst niet in een positie om al te positieve ramingen te geven van mogelijke reserves, zegt dr. Henk van Montfrans, hoofd van de afdeling "diepe ondergrond'. Maar hij verzekert dat het bij de Waddenzee om “in ieder geval tientallen miljarden kubieke meters” gaat. Minister Andriessen sprak vorige maand van “mogelijk tegen de 200 miljard kubieke meter”, een waarde van “tientallen miljarden guldens”. Van Montfrans acht een schatting van meer dan 100 miljard kubieke meter Wadden-gas voorlopig “nog wel erg aan de positieve kant”.

Binnenkort beginnen de gesprekken tussen drie maatschappijen die over concessies voor de ontginning van Waddenzee beschikken en de overheid. De ambtelijke voorbereiding is in volle gang. Tot 10 januari 1994 geldt nog een moratorium voor boringen in dat natuurgebied. De ministers Alders (milieu) en Maij-Weggen (waterstaat) zouden het liefst de stem van hun hart en die van de milieubeweging volgen, en "gasmensen' uit het Waddengebied blijven weren. Maar de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), Elf Petroland en Mobil staan op hun rechten en houden de mogelijkheid van financiële claims, die in de miljarden guldens kunnen lopen, achter de hand.

Geologen hebben in deze afweging van economische tegen milieu- en natuurwaarden geen beslissende stem, maar de kwestie-Waddenzee laat de RGD zeker niet onberoerd. Opvallend is dat 's Rijks geologen juist economische argumenten hanteren ten gunste van spoedige proefboringen op de Wadden. Het te winnen gas is volgens hen nu nog goed te mengen tot de kwaliteit die de markt wil. Met andere woorden: snel boren levert nu nog goed geld op.

Pag.18: De rijkdommen van een voormalig moeras

Van Montfrans wijst op de "goede kwaliteit' van het gasreservoir onder de Waddenzee. Net als bij het grote gasveld in Groningen bestaat het reservoir voornamelijk uit Rotliegend zandgesteente, dat 286 miljoen jaar geleden werd gevormd in de Vroeg-Perm periode, toen Noord-Nederland aan de rand van een woestijnmeer lag. Het aardgas zelf is ontstaan uit steenkoollagen die nog langer geleden werden gevormd uit afgestorven planten en bomen. Daarvoor moeten we 300 miljoen jaar terug, naar het Carboon, toen een groot deel van Nederland behoorde tot een moerasgebied dat zich tot Engeland uitstrekte.

Rotliegend zandsteen heeft een hoge doordringbaarheid en doorlatendheid, eigenschappen die een aanwijzing kunnen zijn voor een flinke hoeveelheid vrij makkelijk te exploiteren gas. “Pas ten noorden van de Waddeneilanden neemt de kwaliteit van het zandsteen af. Daar bevat het gesteente zoveel klei dat er geen sprake meer is van een behoorlijk reservoir”, weet Van Montfrans.

Behalve de omvang van het reservoir is de chemische samenstelling van het aardgas belangrijk, legt hij uit. De calorische waarde wisselt per veld. Ten noorden van Terschelling is gas gevonden met een hoog CO2-gehalte en ten noorden van de Eems-Dollard (beide in het Noordzeegebied) ligt een veld dat veel stikstof bevat. Maar de markt vraagt een kwaliteit die zo dicht mogelijk tegen die van het Slochterenveld aanligt. “Als je het Wadden-gas ooit wilt winnen, is dat op zichzelf een argument om de Waddenzee tijdig in onderzoek te nemen, omdat het prettig is gassen uit dat gebied te kunnen "opmengen' tot Groningen-kwaliteit”, zegt Van Montfrans. “Het is onhandig om straks met een paar velden met gas van afwijkende samenstelling te blijven zitten. Het Slochterenveld is half leeg, maar nu heeft het nog capaciteit om zijn "balansfunctie' te vervullen.”

Die functie is ook basis voor het zogenoemde kleine-veldenbeleid van de overheid: spaar Slochteren als peakshaver en grootste mengbron, en ontwikkel zoveel mogelijk kleine gasvelden. Dat beleid is zo succesvol dat de kleine velden nu in het zomerseizoen vrijwel de hele gasproduktie voor hun rekening nemen. Zodra de gasvraag in de herfst en winter toeneemt, worden de kranen van Slochteren opengedraaid. Als Den Haag de Waddenzee openstelt voor de oliemaatschappijen, kan Nederland ook langer van Slochteren profiteren. Mogelijke effecten van een geringe bodemdaling en aantasting van het milieu op de wadden, de intussen klassiek geworden argumenten van de milieubeweging tegen gaswinning in dit kwetsbare natuurgebied, worden naar het oordeel van de RGD in hoge mate door de natuur hersteld of zijn zelfs vermijdbaar. Van Montfrans: “Misschien is enige bodemdaling als gevolg van gaswinning in de Waddenzee niet uit te sluiten, maar dat is niet te vergelijken met wat er gebeurde bij de kolenwinning in Nederland. Toen waren de gevolgen zeer aanzienlijk. Hele kloosters gingen doormidden door verzakkingen. Nu zijn we veel beter in staat oorzaken en gevolgen van bodemdaling te beoordelen.”

Zijn collega dr. R.T.E. Schüttenhelm, hoofd "ondiepe ondergrond', heeft geen moeite met de conclusie van de NAM dat de bodemdaling van één centimeter per jaar in het gasveld rondom Ameland, waarvan de produktie in 1986 begon, tot nu toe geen enkel meetbaar gevolg in de Waddenzee lijkt te hebben.

De oppervlakte aan zogeheten wadplaten, die bij eb droogvallen en dan als fourageplaats voor vogels dienen, zal volgens Schüttenhelm eerst enigszins verminderen en daarna toenemen. Dat laatste gebeurt vooral door de grote hoeveelheden zand die de getijden door het gebied transporteren, wat eventuele verdiepingen opvult. Schüttenhelm: “Als je het op een wat grotere schaal bekijkt, is het effect nul.”

Maar dan moet er wel voldoende zand beschikbaar zijn. De natuurlijke zandaanvoer komt volgens Schüttenhelm van de Noord(zee)zijde van de Waddeneilanden. Daar moet jaarlijks al zand uit zee naar de kusten worden "gesuppleerd' (opgespoten) om deze tegen te grote erosie als gevolg van stormen te beschermen. “Op dezelfde manier - iets meer suppleren - kun je de eventuele bodemdaling compenseren. Als je de natuur een handje helpt, komt je een heel eind. Overigens, de huidige bodemdaling valt in het niet bij de zandtransporten als gevolg van de te verwachten zeespiegelstijging.”

De samenstelling van de toplaag van de Waddenbodem zal niet of nauwelijks veranderen, zomin als de hoeveelheid voedsel voor vogels, meent Schüttenhelm. “Daarvoor hoef je geen vrees te hebben, want de Waddenbodem bestaat voor zeker 85 procent uit zand en slechts voor enkele procenten uit slib.”

En de "horizonvervuiling' door boortorens dan? Van Montfrans wijst op de Noordzee. “Daar staan al enkele tientallen jaren produktieplatforms. Naderhand worden ze netjes opgeruimd en dan zeggen we: het was toch een heel waardevolle activiteit, dat produceren van gas en olie. Trouwens: veiligheid en een schoon milieu zijn gewoon te koop, als je het goed organiseert. Het is een kwestie van zeer zorgvuldig en met hoogwaardige techniek werken. Het gaat echt niet meer zoals in het Texas van de vorige eeuw, met al die spuiters. Exploitatie van olie en gas is nu een heel goed voorspelbare business, als je maar maatregelen neemt.”

Het overleg tussen overheid en oliemaatschappijen over mogelijke boringen in de Waddenzee zal zich vooral op die technische maatregelen concentreren. Voor boringen in de Noordzee en de Waddenzee is een speciale, op water en louter biologisch afbreekbare stoffen gebaseerde boorspoeling - nodig om de diepe boringen soepel te laten verlopen - ontwikkeld die het watermilieu niet vervuilt. Het risico dat boorspoeling in het water komt is trouwens gering, want er wordt gewerkt met een gesloten aan- en afvoersysteem. Een groot deel van de boringen kan vanaf het vasteland en de eilanden gebeuren, door middel van schuin, ofwel gedevieerd boren. De oliemaatschappijen voorzien dat alleen in het midden van de Waddenzee hier en daar een of enkele boortorens of produktieplatforms moeten worden opgesteld. Door intensief seismisch onderzoek en drieduizend diepe boringen weet de RGD erg veel van de Nederlandse ondergrond. “Van alle aanwezige en waarschijnlijke gasreserves in Nederland is nu 90 tot 95 procent ook echt aangetoond door proefboringen en door feitelijke produktie”, aldus Van Montfrans. Sinds het begin van de jaren zestig is ruim de helft van de totale aangetoonde hoeveelheid aardgas van 4.000 miljard kubieke meter opgestookt. Met de rest zouden we op basis van de huidige jaarproduktie, 80 miljard kubieke meter voor binnenlands verbruik en export samen, nog precies 25 jaar vooruit kunnen.

Maar dat wordt aanzienlijk langer, weet de RGD. De export zal eerder moeten worden verminderd, maar de binnenlandse gasvoorziening is nog "vele tientallen' jaren gegarandeerd. Want er zijn ook "toekomstige' reserves, die overigens nog wel door exploratie moeten worden bewezen. De RGD schat ze nu in totaal op 220 tot 425 miljard kubieke meter, goed voor vijf tot tien jaar binnenlandse consumptie. De helft van de toekomstige reserves bevindt zich onder het "territoir' (het vasteland plus een strook van drie mijl buiten de kust) en een "substantieel deel' daarvan zit onder de Waddenzee, zegt Van Montfrans. De andere helft van de toekomstige reserves bevindt zich volgens de verwachtingen van de RGD onder de Noordzee.

Vanaf het prille begin van de aardgasvondsten, eind jaren '50, is de RGD altijd aan de voorzichtige kant geweest met haar schattingen. Het Slochterenveld bleek later keer op keer veel meer gas te bevatten. Toch wil de dienst ook nu geen overspannen verwachtingen wekken, mede omdat het seismisch onderzoek geen megavelden als Slochteren meer aantoont, maar in hoofdzaak kleine structuren. Bij de ramingen wordt het volume aardgas dat volgens de seismiek in zo'n structuur zou kunnen zitten, vermenigvuldigd met een factor die de kans op succes aangeeft. Wordt een veld op 10 miljard kubieke meter geschat, bij een succeskans van 10 procent, dan telt de RGD dit veld in de toekomstige reserves mee voor 1 miljard kubieke meter.

Op een "voorbeeldkaart' (uit een reeks die de RGD angstvallig geheimhoudt om de bedrijfsgeheimen van oliemaatschappijen te beschermen) staan de bewezen aardgasvelden in paars gedrukt. Veel groter is het aantal gele vlekken. Ze geven de ligging aan van zo'n tachtig structuren, mogelijke kleine velden, in de ondergrond die olie en/of gas kunnen bevatten.

“Al heb je een redelijke kans dat je daar gas aanboort, je moet er mee oppassen”, aldus Van Montfrans. “De exploratie is duur en zeker niet zonder risico's.” Gemiddeld is niet meer dan de helft van de boringen succesvol. “Je kunt ook water aanboren. Vijf jaar geleden, in de zesde ronde van concessies voor de Noordzee, hadden tien tot vijftien oliemaatschappijen op enkele "blokken' ingeschreven, maar daar vielen de resultaten enorm tegen.” Voorlopig heeft de RGD de handen nog vol met de analyse van seismisch onderzoek in nu nog maagdelijke gebieden in Nederland. Ongeveer de helft van de veelbelovende gebieden zijn tot nu toe met driedimensionale seismiek afgetast. Niettemin zijn de Nederlandse geologen op kleine schaal bezig hun werkterrein uit te breiden naar het buitenland, met projecten in Suriname, het Caraïbisch gebied, Jemen en het Verre Oosten. “Dat is twee jaar geleden begonnen en het moet nog echt van de grond komen”, zegt Van Montfrans. Voor een deel lopen de opdrachten via het directoraat-generaal Internationale samenwerking van minister Pronk. In Suriname probeert een RGD-medewerker de Surinaamse Geologische Dienst, die na de revolutie van Desi Bouterse in het ongerede raakte, weer op te tuigen.

Schüttenhelm: “We exporteren onze kennis en expertise, bij voorbeeld om kusterosie te beperken. Daarbij gaat het om een zeer breed terrein: adviezen over het beheer van kusten, over mogelijkheden voor winning van drinkwater bij grote steden en van zand, en in het geval van Jemen over olie- en gaswinning. Overheidsinstanties in die landen hebben graag een advies van een onafhankelijke club als de RGD, als tegenwicht tegen commerciële plannen.”

Hoe voorzichtig rijksgeologen zich in het algemeen ook opstellen, uit de rijke bronnen van de RGD komen soms ook andere geluiden. Deze week gewaagde RGD-directeur drs. Chr. Staudt op een conferentie in Arnhem van een heel ander systeem van berekening van gasreserves, zoals dat in Noorwegen wordt toegepast, met veel meer onzekerheden en positief gekleurde ramingen. Zou het Noorse systeem op Nederland worden losgelaten, dan kan de toekomstige reserve wel toenemen tot 700 miljard kubieke meter aardgas. Dat zou het financieringstekort plotseling een stuk draaglijker maken. Minister Kok zou best een kijkje in de diepe ondergrond van Nederland willen nemen.