Zwart is niet geschikt; Beelden in de open lucht

Harriet F. Senie: Contemporary Public Sculpture. Tradition, Transformation and Controversy. Uitg. Oxford University Press, 276 blz. Prijs ƒ 72,80.

Stond op een plein in een grote stad vroeger een groot staatsman, een beroemd kunstenaar of een allegorie van de staat en de door haar gevoerde oorlogen, tegenwoordig staat er op zo'n plein een half bewerkt blok graniet, een rood ijzeren beest of een wasknijper. In de monografie Contemporary Public Sculpture beschrijft de kunsthistorica Harriet Senie de ontwikkeling van de beeldhouwkunst in de openbare ruimte in Amerika na 1945. De ontwikkeling is niet veel anders dan de Europese, al komt het geld in Amerika vaker van bedrijven dan in Europa. Senie geeft voorbeelden van de sculpturen die opeenvolgende kunststromingen hebben opgeleverd. In de jaren zestig en de zeventig gaat het nog om vrijstaande sculpturen, zoals de wasknijper van Claes Oldenburg in Philadelphia (1976), in de tweede helft van de jaren zeventig beginnen steeds meer kunstenaars een plein aan te kleden. Het kunstwerk wordt de omgeving. Kunstenaars ontwerpen banken, klimrekken en lantaarnpalen. Vooral kunstwerken waarop men kan zitten, wekken het enthousiasme van de schrijfster. Als mensen ook nog hun lunch komen opeten op het kunstwerk, is het helemaal geslaagd.

Openbare sculpturen worden in Amerika vaak neergezet om het kantoor van een bedrijf meer cachet te geven of het aanzien van een armoedige buurt wat op te vijzelen. Senie vindt dat geen goede redenen voor het plaatsen van kunstwerken. Zelf kan ze helaas geen betere verzinnen. "Good public art (-) exists as an affirmation that art has an active and meaningful role in public life', schrijft ze in het laatste hoofdstuk.

Het interessantste hoofdstuk van deze monografie gaat over moderne monumenten. Volgens Senie zijn kunstwerken vaak niet te begrijpen voor een niet speciaal in kunst genteresseerd publiek. In dit hoofdstuk blijkt dat het grote publiek moderne kunst wel degelijk kan begrijpen, mits van te voren bekend is waar het kunstwerk over gaat. Het Vietnam Veterans Monument van Maya Lin in Washington (1981) bestaat uit twee muren van zwart glimmend graniet waar de namen van alle gensneuvelden in chronologische volgorde in zijn gegraveerd. Zowel de kleur als de vorm van dit monument gaven aanleiding tot veel discussie. Zwart, de kleur van de rouw, vonden veel Amerikanen geen geschikte kleur voor dit monument. De vorm, een V, was veel tegenstanders niet heroïsch genoeg. Dat de tegenstanders, onder wie de latere presidentskandidaat H. Ross Perot, met dit monument geen genoegen wilden nemen, wil niet zeggen dat ze niet begrepen. Ze wilden dat het monument iets anders uitdrukte. Ze bedongen dat er naast het monument drie bronzen soldaten kwamen te staan. De kloof tussen kunst en publiek is helaas ook vaak een kwestie van smaak, niet van begrijpelijkheid.