Zwaaien naar Vlaanderen; De Nederlandstalige kunst in Brussel

Uit een enquête van de Vlaamse Gemeenschap blijkt dat Vlamingen Brussel zien als een stad van migranten, als ongastvrij, niet vriendelijk, weinig gezellig, niet schoon en onveilig. Maar weinigen zien er de natuurlijke hoofdstad van Vlaanderen in. Toch heeft Vlaanderen Brussel cultureel het nodige te bieden.

De organisatie van "Antwerpen 93' heeft het gevecht uiteindelijk gewonnen. Op de omslag van de brochures staat onder "Antwerpen' in grote letters "België', en niet "Vlaanderen' zoals de subsidiërende Vlaamse Gemeenschap had voorgesteld. Van "Vlaanderen' heeft de gemiddelde buitenlandse bezoeker nog nooit gehoord - de culturele hoofdstad van Europa ligt in de eerste plaats in België, zo had de organisatie betoogd.

Daar denkt men bij de regering van het nieuwe zelfstandige Vlaanderen anders over. Van "België' wil men daar zo min mogelijk weten: Europa, de regio en de gemeente, dat is de politieke toekomst. Cultuur wordt er gezien als een middel om de "Vlaamse identiteit' inhoud te geven en Vlaanderen op de kaart de plaats van België in te laten nemen.

De staatshervorming bereikte in februari een voorlopig hoogtepunt met de oprichting van het Federale België. De zoektocht van Nederlandstalig België naar een eigen identiteit heeft er nieuwe vaart door gekregen. Muziek, dans, theater en grote festivals als "Antwerpen 93', worden aangegrepen om Vlaanderen gezicht te geven. Daarbij wordt hoog van de toren geblazen. “Wij hoeven niet in de schaduw van Frankrijk, Duitsland of de Angelsaksische landen te staan”, zei de Vlaamse premier Van den Brande vorig jaar, bij de presentatie van de plannen voor "Antwerpen 93', precies op die triomfalistische toon die de Walen zo stoort in hun nieuwe federatie-genoten. “Wij willen hiermee de uitstraling van Vlaanderen in Europa en de wereld vergroten,” zei Van den Brande. Van het budget voor Antwerpen '93 van 900 miljoen frank komt maar liefst 500 miljoen van zijn Vlaamse regering. In het begin deze maand gepubliceerde "Toekomstproject Vlaanderen - Europa 2002' worden alle Vlamingen opgeroepen om een "nieuw Vlaanderen' op te richten dat "zijn eigenheid in Europa en de wereld bewaart en versterkt'. Maar wat die "eigenheid' precies inhoudt wordt uit de 197 pagina's beleidsproza niet erg duidelijk.

Uitstraling

De "culturele hoofdstad van Europa' werd in ieder geval niet uit Europees idealisme gesubsidieerd. Het gaat erom Vlaanderen te verkopen. "Vlaamse uitstraling', respectievelijk "Vlaamse verankering', dat zijn de uitgangspunten van de nieuwe regeerders. Het staat duidelijk op gespannen voet met de Europese integratie en met de binnenmarkt zonder grenzen, waar vrije uitwisseling voorop staat. De reflex van het culturele protectionisme is in Vlaanderen nooit ver weg. Deze week dreigde de overname door het Nederlandse VNU van de uitgeverij The Press nog spaak te lopen. VNU zou naar de zin van de Vlaamse regering daarmee een (te) groot aandeel in de commerciële Vlaamse Televisie Maatschappij (VTM) verwerven. Aangezien VNU ook een belang in het Franstalige RTL heeft, zou via de achterdeur het zuiver Nederlandstalige VTM op termijn wel eens door Franstaligen kunnen worden overgenomen, zo was de vrees. In twee Brusselse randgemeenten haalde de Vlaamse overheid eind vorige maand drie Franstalige zenders van de kabel. Er was een formeel excuus voorhanden - de vergunningen deugden niet. Maar voor de Walen was het een symbool van de cultureel intolerante, anti-Europese en "separatistische' houding die de Vlamingen in hun emancipatie-streven zou kenmerken.

Bij de Vlaamse subsidie-ontvangers is het nieuwe culturele nationalisme een bron van anekdotes en ergernis. Bij het kamerorkest I Fiaminghi ("De Vlamingen') is door de Vlaamse regeerders bijvoorbeeld gepolst of het voortaan niet als ondertitel "Het Kamerorkest van Vlaanderen' zou willen voeren. Het gerenommeerde barokorkest "La Petite Bande' van Sigiswald Kuijken is gevraagd om zich voortaan La Petite Bande "Flamande' te noemen. Ook het internationale kunstfestival dat in Brussel op stapel staat, zou haar kansen op subsidie aanmerkelijk verbeteren door zich als "Vlaams' te afficheren, zo is de organisatie te verstaan gegeven. Heeft het "Holland Festival' ook niet een duidelijk Nederlands label? Om nog maar te zwijgen van de Wiener Festwoche? Wat ligt er dan meer voor de hand om Brussel aan een Vlaams Festival (Flanders Arts Festival) te helpen? Algemeen wordt deze tendens toegeschreven aan de succesvolle vakbeurs Flanders Technology International, waardoor het ooit zo agrarische imago van Vlaanderen opeens een high-tech aura kreeg. Dat moet met cultuur toch ook lukken? De marketingdeskundigen rond de Vlaamse premier Van den Brande zouden stil dromen van "Silicon Valley aan de Schelde', "Antwerpen - Vlaams culturele hoofdstad van Europa' en andere Vlaamse ondernemingen die de nieuwe regio een eigen gezicht in Europa geven.

Dubbelzinnig

De Vlaamse hoofdstad, die de Vlaamse regering als "Bruisend Brussel' uit alle macht promoot, neemt daarbij een dubbelzinnige plaats in. Psychologisch maakt Brussel immers geen deel uit van Vlaanderen. Uit een enquête van de Vlaamse Gemeenschap bleek dat Vlamingen hun hoofdstad zien als een stad van migranten, als ongastvrij, niet vriendelijk, weinig gezellig, niet schoon en onveilig. Maar weinigen zien er de natuurlijke hoofdstad van Vlaanderen in. Als symbool voor deze ontwikkeling geldt het succes van de mega-bioscoop Kinepolis (26 zalen) op de Heizelvlakte aan de stadsrand. Verder dan dat durven de Vlamingen (en de Walen) 's avonds hun stad niet meer in.

De wereldstad Brussel is officieel tweetalig, maar in de praktijk overwegend Franstalig. Er wonen maar 120.000 Vlamingen, die zich (alleen) tot de Nederlandse cultuur rekenen. Daarnaast zouden er enige honderdduizenden tweetaligen ("echte' Belgen) zijn en even zoveel louter Franstaligen. Bij elkaar ongeveer 700.000. Dan zijn er nog zo'n 300.000 migranten. Een metropool van minderheden dus, met Frans als vanzelfsprekende voertaal en Nederlands als tweede taal, erkend maar eeuwig in het defensief.

In dit Vlaamse "Chinatown' te Brussel investeert de Vlaamse Gemeenschap veel prestige. De Vlaamse regering heeft er zich in splinternieuwe glazen kantoorgebouwen gevestigd - er wordt relatief veel geld besteed aan Nederlandstalig onderwijs, gezondheidszorg en cultuur. Alles om Brussel maar "terug te veroveren' op de Franstaligen. Die zien dat met lede ogen aan: de Waalse staatsvorming beweegt zich immers in omgekeerde richting. Als hoofdstad van Wallonië is Namen gekozen, met als gevolg dat de vraag om een herverdeling van de cultuursubsidies ten gunste van Namen, Luik en Charleroi niet meer te negeren valt. De overmacht blijft echter voorlopig nog groot. In 1991 gaf de Franstalige Gemeenschap ongeveer 500 miljoen frank subsidie aan dans en theaterkunst, tegen de Vlamingen 136 miljoen.

Toch heeft Vlaanderen Brussel intussen cultureel het nodige te bieden wat, tegen alle politieke trends in, de integratie juist bevordert. De Vlaamse dans- en theaterkunst heeft de afgelopen vijftien jaar aan zelfbewustzijn gewonnen. Sterk vernieuwende choreografen als Anne Teresa De Keersmaeker en Wim Vandekeybus hebben, ook internationaal, de aandacht getrokken. Zelfs in Wallonië staan zij hoog aangeschreven. Vorig jaar bracht De Keersmaeker met haar Franstalige collega Michèle-Anne De Mey een van hun eerste stukken uit, Fase geheten. Een zeldzame Vlaams-Waalse integratie van twee toptalenten, die elkaar een decennium terug leerden kennen in de balletschool van Béjart. Het Vlaamse toneel profileerde zich in de jaren tachtig dankzij de Blauwe Maandag Compagnie, de Needcompany en het Kaaitheater. De opmars van de zuiderburen wordt in het Nederlandse theater wel aangeduid als de "Vlaamse golf'.

De kunstenaar Jan Fabre en de regisseur Jan de Corte zijn toonaangevend geworden. Het beste rockpodium van Brussel heet "Ancienne Belgique' en is eveneens eigendom van de Vlaamse Gemeenschap. Onder de migranten in Brussel staat het hoog aangeschreven vanwege de Marokkaanse bands die er optreden.

Taalachterban

Voor het eerst hoeft de Vlaamse cultuur in Brussel zich dus niet ondergeschikt te voelen aan het artistieke geweld van de Franstaligen, met hun formidabele klassieke traditie, vanzelfsprekende taalachterban, en brede assortiment van zalen en zaaltjes. Is dit dan het geschikte moment om de Nederlandstalige cultuur ook in Brussel "Vlaams te verankeren'? Of kan juist nu de toenadering tot de Franstaligen worden gezocht, voor het eerst op basis van gelijkwaardigheid?

Het is onmiskenbaar dat de Vlaamse prestaties voor een zekere ontspanning hebben gezorgd. De bioscoopfilm Daens, genomineerd voor een Oscar, over de sociale strijd van Vlaamse arbeiders tegen het francofone kapitaal is ook in Wallonië een succes. Anna Teresa De Keersmaeker is als de toonaangevendste danskunstenaar van België zonder strijd de huischoreograaf van 's lands belangrijkste tweetalige cultuurhuis geworden: de Muntschouwburg. Overigens liep door het artistieke milieu in Brussel al nauwelijks een taalgrens, zo onderstrepen de direct betrokkenen. Elkaars taal wordt gesproken, in elkaars zalen wordt gespeeld, elkaars werk wordt gevolgd. Brussel kent een internationaal georiënteerde artistieke "scene'. In het Kaaitheater spelen dezer dagen de Nederlander Tom Jansen, de Vlaming Josse De Pauw en de Japanse Fumiyo Ikeda in het stuk De Meid Slaan. De teksten zijn van Baudelaire, Lucebert, Dylan Thomas, Strindberg en Kotaro Takamura.

Onder de artistieke leiders van de Nederlandstalige theaterinstellingen overheerst grote scepsis over wat aangeduid wordt als de neiging bij de nieuwe Vlaamse overheid om het "zwaaien met de Vlaamse vlag' verplicht te stellen. “Vlamingen zijn maar interessant voor zover ze samenleven met anderen,” zei Jan de Corte in een recent interview. Die mening wordt algemeen gedeeld. Hugo de Greef van het Kaaitheater: “In deze staatshervorming zit het grote gevaar dat Vlaanderen zich in de eigen mentaliteit gaat opsluiten. Als wij niet beseffen dat we alleen kunnen overleven door ons zo open mogelijk op te stellen, gaat het de verkeerde kant op. Onze kracht ligt in internationale contacten. Dat koesteren van Vlaanderen is niet onze wereld.”

Het Kaaitheater speelde al stukken in het Frans, Duits en Spaans en werkt nauw samen met het Thêatre National, het belangrijkste Franstalige theater in Brussel. In samenwerking met de Munt gaan het Kaaitheater en Thêatre National vijf hedendaagse opera's produceren. Er komt een gezamenlijk abonnement voor - een Belgische toenadering dus.

Ook bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) worden de deuren opengezet, precies op het moment dat de politiek de "Vlaamse eigenheid' wil benadrukken. Directeur Franz Marijnen, die een internationale carrière als free-lance regisseur onderbrak om de KVS te saneren, zegt een vliegticket te zullen kopen “zodra ik lid moet worden van de Vlaams nationale beweging”. Hij trof bij zijn aantreden vorig najaar naar eigen zeggen een “veredelde slaapzaal” aan - een theater zonder doel, zonder voeling met de samenleving, waar het publiek uit was weggelopen. Marijnen zegt nu theater voor de hele stad te willen maken “ook voor de Franstaligen”.

Paul Corthouts van de eveneens door de Vlaamse overheid gesubsidieerde Beursschouwburg zegt zich "persoonlijk' Belg en Brusselaar te voelen. Daarmee voelt hij zich verwant aan de Turkse en Marokkaanse jongeren in de stad die datzelfde zeggen, zij het in het Frans. Voor hen organiseert "de Beurs' een workshop over rapmuziek, met de bedoeling Marokkaanse rap te confronteren met Amerikaanse rapgroepen.

Het is typerend voor de nieuwe aanpak in De Beurs, waar Corthouts vorig jaar aantrad. Hij maakte zich eerst bij de Vlaamse geldgevers impopulair door het florerende Nederlandstalige jeugdtheater eruit te gooien. Vervolgens huurde hij buitenlandse artiesten in die bijvoorbeeld "Attila the Stockbroker' bleken te heten. Corthouts en zijn team van tien man begonnen vorig najaar met een reeks uiterst experimenteel ogende "projecten' en "workshops', bedoeld om jonge artiesten uit de stad met andere kunstuitingen, nieuwe invloeden en "gearriveerde' collega's kennis te laten maken. Thema's: saxofoonmuziek, rasta-poëzie, literatuur, theaterkritiek, dans, beeldcultuur, hiphop, graffity. Op termijn volgt nog "scratchen en tv-zappen', aldus Corthouts.

Dialoog

De traditionele taak van Nederlandstalige cultuurinstellingen in Brussel - het "verdedigen' van de Vlaamse cultuur - werd daarbij vierkant overboord gezet. Het publiek wordt consequent in twee talen benaderd - in de theaterworkshops worden de geproduceerde stukken ook in het Frans vertaald. Uitgangspunt is de minderhedenstad Brussel. “Onze vraag is: hoe houden we de stad geweldloos. Hoe krijgen we een dialoog met de jongeren op gang, zodat we niet in de Antwerpse situatie raken.” En dat kan als Nederlandstalige nu eenmaal gemakkelijker, meent Corthouts. “Wij moeten meer moeite doen, kritischer voor onszelf zijn.”

De Beurs ligt op de drempel van een achterbuurt, in een van de zwaarste probleemgebieden van Brussel. Wie zich dan tevreden stelt met het inhuren van succesvol Nederlandstalig toneel uit Vlaanderen is volgens hem "nutteloos' bezig. “Er is hier meer aan de hand dan de vraag of je wel een avondje Nederlandstalig uit kunt. De beste manier om de Vlaamse cultuur te verdedigen is door iedereen er binnen te laten.”