Zuivelbedrijven Mexico: Nederland dumpt kaas; Mexicaanse kaas legt het af tegen produkten EG

MEXICO-STAD, 26 MAART. De Mexicaanse zuivelindustrie beschuldigt Nederland samen met een aantal andere landen van de Europese Gemeenschap van dumping. Volgende maand wil de kamer van zuivelondernemingen (Canilec) een gedocumenteerde klacht indienen bij het ministerie van buitenlandse handel en industriebeleid in Mexico.

Bij het Produktschap voor Zuivel in Nederland is men zich van geen kwaad bewust. “Ons bereiken via de landbouwattache ter plaatse ook wel eens die klachten”, verklaart woordvoerder H. Middelveldt. “Het gaat met name om de Goudsche Edammer. Een half harde kaas die daar erg populair is. Onze kaasexporteurs verkopen die in Mexico niet goedkoper of duurder dan in andere landen. Zij kunnen dat in Mexico wel dumpimng noemen maar dat is niet wat wij daar in Europa onder verstaan.”

De klacht over dumping (dat wil zeggen leverantie onder de kostprijs) van Europese zuivel op de Mexicaanse markt werd geuit door Canilec-voorzitter José de Jesús Solano Serna. Volgens Solano zijn als gevolg van deze Europese praktijken de afgelopen tijd zestig grote Mexicaanse zuivelondernemingen over de kop gegaan. Mexico telt zo'n 7.000 zuivelfabrikanten, van wie 600 op industriële schaal. Volgens de Canilec-voorzitter kunnen zuivelprodukten uit landen met overschotten zoals Nederland twintig procent goedkoper worden geproduceerd dan de nationale, Mexciaanse produkten. Middelveldt denkt echter dat het een kwaliteitskwestie is: “Qua produkt is onze kaas beter.”

Uit cijfers van het CBS blijkt dat de Nederlandse zuivelprodukten in Mexico erg populair zijn. De export is het afgelopen jaar fors gestegen. In 1991 werd voor 3,4 miljoen gulden aan melk uitgevoerd, 41 miljoen aan boter en 13 miljoen aan kaas. Vorig jaar waren die cijfers respectievelijk 43 miljoen, 38 miljoen en 19 miljoen. Hoewel de inkoop van melk nog volledig wordt gecontroleerd door de Mexicaanse overheid, is de invoer van kaas sinds 1988 vrijgegeven.

Ook volgens de Nederlandse landbouwraad in Mexico-Stad, drs. J.J. Hooft, is de stijging van vijftig procent in de Nederlandse kaasuitvoer voornamelijk te verklaren door de betere kwaliteit van het Nederlandse produkt, dat overwegend hoger is geprijsd dan de Mexicaanse kazen. Toch is de prijs van Nederlandse kaas in Mexico niet buitensporig in vergelijking met die op de thuismarkt. In een Mexicaanse supermarkt moet voor jong belegen Goudse omgerekend 1,50 gulden per ons worden betaald. Op de invoer van buitenlandse kaas legt de Mexicaanse overheid een importtarief van 20 procent.

Mexico betrekt bijna de helft van zijn zuivel uit het buitenland. Belangrijkste leveranciers zijn, naast EG-landen als Denemarken, Ierland, Duitsland, Frankrijk en Nederland, Nieuw-Zeeland, Uruguay en de VS. De Europese zuivel krijgt ten behoeve van de export een EG-subsidie die het verschil goed moet maken tussen de (hoge) nationale kostprijs en de (lagere) prijzen op de wereldmarkt. Hooft ontkent dan ook dat het in het geval van Europese zuivel om formele dumping gaat. “Mexico heeft er belang bij goedkope melkpoeder in Europa te kunnen kopen omdat het onvoldoende nationale produktie heeft als gevolg van een inefficiënte melkveehouderij”, aldus Hooft. De Mexicaanse overheid zelf is de inkoper van melkpoeder in het buitenland via de distributie-organisatie Conasupo die de nationale bedrijven van import-zuivel voorziet.

De Mexicaanse zuivelindustrie heeft niet alleen te maken met de concurrentie uit Europa, maar ook met het perspectief van het vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten en Canada, twee landen waar de zuivelproduktie aanzienlijk efficiënter verloopt dan in Mexico zelf. Hoewel dit Nafta-vrijhandelsakkoord voor de zuivel in de maximale aanpassingsperiode van vijftien jaar voorziet, dreigt de inefficiënte Mexicaanse zuivelindustrie uiteindelijk het loodje te leggen. Voorzitter Solano van Canilec erkent dit probleem. “Maar we kunnen niet van onze veeboeren eisen hun produktie te verhogen als deze niet eens toegang krijgen tot kredieten. Bovendien is het veel duurder om een koe in Mexico te voeren dan in welk ander land ook”.

De klacht van de Mexicaanse kamer van zuivelondernemingen tegen onder andere Nederland volgt kort op het bezoek dat de Nederlandse staatssecretaris van buitenlandse handel Van Rooy aan Mexico heeft gebracht. Voor zover bekend is het aspect dumping van Europese zuivel toen niet ter sprake gekomen, hoewel in zijn algemeenheid wel is gesproken over het probleem van de Europese landbouwsubsidies en de stagnerende GATT-onderhandelingen. Twee jaar geleden nog verloor een Nederlands bedrijf in aardappelzetmeel een dumping-zaak in Mexico. Landbouwraad Hooft voorziet als mogelijk gevolg van de klacht van de Mexicaanse zuivelindustrie de invoering van hogere tarieven voor buitenlandse melk en melkprodukten.