"Vreselijkste plek Zuid-Afrika' wordt oase van rust

Nog niet lang geleden werd Mpumalanga, in de gewelddadige provincie Natal, de vreselijkste plek van Zuid-Afrika genoemd. Nu is de rust er, als door een wonder, teruggekeerd. Maar het herwonnen evenwicht blijft wankel.

MPUMALANGA, 26 MAART. De klassen in de Ukusa High School zitten stampvol. Het is aidsvoorlichtingsdag en dus geldt "de wet van maatschappijleer': alles buiten het normale leerpatroon eindigt in anarchie. Zwarte jongeren in uniform lachen, dansen, zingen en lopen in en uit. Niemand let op het schoolbord waarop, in volgorde van voorkeur, trouw aan één partner en het condoom worden aanbevolen.

Een paar jaar geleden stond deze school de meeste dagen leeg. Het was oorlog in Mpumalanga, in de provincie Natal. De leerlingen, veelal aanhangers van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), brachten hun dagen en nachten door met gewapende gevechten tegen Inkatha-groepen. Wie wel probeerde te studeren, liep gevaar. “Het was verschrikkelijk”, zegt meneer Hlongwane, het hoofd van de school. “Soms kwam er zomaar een groep jongeren de school binnen, haalde een leerling uit de klas en schoot hem dood.”

De school werkt weer, de straten leven, de oorlog is voorbij. Een bijzondere combinatie van leiders van de strijdende partijen "klikte' op het juiste moment - toen de bevolking na jaren van geweld en destructie doodop was en constateerde dat iedereen had verloren. De rivaliserende zwarte groepen ANC en Inkatha sloten ruim twee jaar geleden vrede in Mpumalanga, dat daardoor een oase werd in Natal, de meest gewelddadige streek van Zuid-Afrika. Het gaat nog steeds goed. Hoewel de criminaliteit de bevolking blijft hinderen, is het politiek geweld afgezworen. De getraumatiseerde jeugd verwondert zich over een verloren verleden. Father Benghu van de evangelisch-lutherse kerk: “De jongeren komen nu in de kerk en zeggen: we hebben niets gewonnen, we zijn gebruikt. We hebben voor niets gevochten.”

Mpumalanga was “de vreselijkste plek van Zuid-Afrika”, zeggen de inwoners. Geen nacht ging voorbij zonder het geluid van automatisch geweervuur van de zoveelste veldslag tussen vaak jeugdige ANC- en Inkatha-aanhangers. De township werd opgedeeld in gebieden, die aan een van de partijen toebehoorde. Wie de grens overschreed, liep een groot risico vermoord te worden. Inwoners herinneren zich scènes uit het verminkte dagelijks leven: lijken langs de kant van de weg, gewapende kinderen op straat, vrouwen die werden doodgeschoten bij de bushalte, brandende huizen en kantoren. Een rij van tien ruïnes herinnert aan de laatste slag voor het uitbreken van de vrede. Een groep Inkatha-aanhangers dreef de bewoners van een ANC-gebied uit hun huizen, vermoordde een aantal en stak de huizen in brand. Petrus Mbisi (45) zag die vroege morgen vijf van zijn buren sterven. “Het was het einde van de wereld. Iedereen vluchtte en sliep in de bossen. Het was een tijd waarin je overdag niet naar je werk kon en 's nachts niet kon slapen.”

De eigen gebieden bestaan nog, en een Inkatha-leerling zal niet naar een ANC-school gaan. Maar er is tenminste geen geweld meer. De school worstelt nu met de gevolgen ervan. “Sommige leerlingen dragen vreselijke geheimen met zich mee”, zegt geschiedenisleraar Bongawi Wiseman Meyiwa (38). “Ze hebben mensen zien sterven. Ze hebben eigenlijk psychotherapie nodig. Veel leerlingen hebben geen idee wat school inhoudt. Ze kunnen zich nooit langer dan dertig minuten concentreren. Voordat het conflict uitbrak, hadden we dat probleem niet.” Dat vrede nog niet betekent vrijuit te kunnen praten, blijkt wanneer een leerling geen vragen durft te beantwoorden over zijn rol in het geweld. Als hij met blanken praat, kan het gerucht ontstaan dat hij een spion is. “Dan ben ik dood.”

Mpumalanga kan als voorbeeld dienen voor andere gebieden in Natal, zeker nu regionale leiders na de recente moord op zes schoolkinderen schoorvoetend in de richting van de onderhandelingstafel gaan. In Natal wordt voor het eerst in jaren serieus gesproken over vrede tussen ANC en Inkatha. Les één van Mpumalanga is dat vrede alleen lukt wanneer de lokale partijbazen elkaar volledig vertrouwen, zoals Sipho Mlaba (42, Inkatha) en Meshack Radebe (47, ANC). Deze twee grondleggers van de vrede in Mpumalanga hebben een vorm van samenwerking ontwikkeld die in de Zuidafrikaanse en zeker de Natalse politieke context ongekend is. Mlaba en Radebe reizen meestal samen in één auto en lopen samen door hun township om de aanhang de eerste beginselen van politieke tolerantie duidelijk te maken. Wanneer een probleem opkomt, bellen ze elkaar meteen op. Ze sluiten een akkoord, voordat ze uitgebreide vergaderingen ingaan. Ze kritiseren elkaar nooit in het openbaar. Ze houden gezamenlijke politieke bijeenkomsten, een idee waar ook de landelijke leiding van de partijen mee speelt.

“Het was een strijd om de macht”, zegt ANC'er Radebe in het kantoor van zijn collega, op een bank onder het portret van Inkatha-leider Buthelezi. “Mensen werden gedwongen lid te worden van een van de organisaties. We weten niet eens meer wie is begonnen.” Mlaba (Inkatha) schat dat bij de strijd tweeduizend mensen om het leven zijn gekomen en twintig miljoen gulden schade is aangericht. “Dan stond er in de krant: vier doden op één dag in Mpumalanga. Wij wisten wel beter. We hadden dagen van 32 doden.”

Radebe schreef de brief die leidde tot het eerste gesprek. Zijn Inkatha-collega voelde na een aantal mislukte gesprekken met vorige ANC-leiders weinig voor een ontmoeting. Hij had al een broer en vijf neven verloren in het geweld, twee keer was zijn huis afgebrand, zijn drankwinkel had hij moeten sluiten en zelf was hij vijf keer beschoten. Toch liet Mlaba zich overhalen en hij was verrast door de eerlijkheid van zijn opponent, die zomaar toegaf dat het ANC problemen had met de criminele elementen in zijn gelederen, de comtsotsi's. Radebe: “Iedereen hier wilde vrede. Alleen de criminelen waren tegen. Zij konden in dat klimaat mensen afpersen of vrouwen onder bedreiging van hun geweer meenemen naar hun slaapkamer. De criminaliteit blijft een groot probleem.”

Radebe probeert ook de zogeheten kangooroo courts uit te bannen, die in de jaren tachtig ontstonden. Deze "rechtbanken van het volk' hebben in de townships velen tot lijfstraffen of tot de dood veroordeeld. Onlangs werden 25 ANC'ers gearresteerd, nadat ze het vonnis van de "rechtbank' - de doodstraf - op twee "verdachten' hadden uitgevoerd. “Voor die mensen doe ik niets. Absoluut niet. Ze moeten worden gestraft.”

De twee verschillen van mening over de wenselijkheid van een "vredestop' tussen de nationale leiders, Mandela en Buthelezi. Mlaba is voor: “Het heeft bij ons gewerkt. Het is belangrijk om samen gezien te worden. Ik denk dat het zal helpen.” Radebe is zeer tegen: “Het moet binnen de gemeenschap beginnen. Wat gebeurt er als Mandela en Buthelezi vertrekken en de volgende 24 uur vallen er doden? Nee, eerst moeten de lokale leiders het eens zijn.”

Mlaba en Radebe zijn de pijlers van de vrede, die daarmee zeer persoonsgebonden is. Het blijkt uit een opmerking van de Inkatha-leider bij het weggaan. “Ik hoop dat Meshack nog lang blijft. Ik ben bang voor wat er gebeurt als hij ophoudt.” Omgekeerd zal hetzelfde gelden. Het wonder van Mpumalanga blijft broos.