"Vlaanderen wordt goede partner'

DEN HAAG, 26 MAART. De verhouding tussen Nederland en het nieuwe Vlaanderen is gisteren van “dichte buren en verre partners” geworden tot een van “dichtste buren en goede partners”. De Vlaamse minister-president L. van den Brande, gisteren voor het eerst formeel in Nederland op bezoek, beschreef zo de nieuwe relatie na afloop van zijn ontmoeting met minister-president Lubbers, minister Kooijmans en staatssecretaris Dankert.

Die gesprekken waren “verhelderend, belangrijk en vernieuwend” aldus Van den Brande. Na de institutionele revolutie in België gaan Nederland en Vlaanderen nu werken aan een “globaal akkoord”, met samenwerking op een zo breed mogelijk terrein, veel breder dan het huidige culturele verdrag. “Stelt u zich gerust, op de agenda staat niet een herstel van de Zeventien Provinciën; de Vlaamse regering zal wat dat betreft eerder een deelregering van Europa worden dan van Nederland”, antwoordde hij op vragen daarover.

Concreet zijn gisteren in het gesprek tussen de Vlaamse en Nederlandse regering punten aan de orde gekomen als de Taalunie, een Nederlands-Vlaams huis in Brussel en het Waterverdrag.

Het Waterverdrag is de hardste dobber. Van den Brande wil zo snel mogelijk een “deblokkering” van de impasse, bij voorkeur door in het verdrag de Schelde en de Maas van elkaar los te koppelen. De zaak van de Schelde, dat wil zeggen van het schoonmaken en uitdiepen daarvan, kan dan worden afgehandeld met Vlaanderen, die van de Maas met Wallonië. “Dat is in de eerste plaats een zaak van Nederland, waar een aantal ministers wel heeft gezegd dat ze die ontkoppeling willen, maar dat moet nog in een besluit van het kabinet worden omgezet.” Van den Brande zou willen dat dit al binnen enkele weken gebeurt.