Varkensliedje (18)

Het wrattenzwijn loopt doelloos rond,

Met diepe groeven om zijn mond:

Waar ben ik eigenlijk geboren?

Het is of niemand mij kan horen.

Waarom voel ik mij hier niet thuis?

O, waar stond mijn geboortehuis?

Ach, de lanen zijn verlaten

Waar de kinderen met mij praatten;

Het doet mijn oude hart veel zeer:

Geen enkel kind verstaat mij meer.

Wanneer ik hen in fraaie zinnen

Met aandrang vraag mij te beminnen,

Dan hoor ik ze geërgerd morren:

'Wat loopt dat varken weer te knorren'

De wereld was nog ongeschonden

Toen zij nog dierentaal verstonden.

Hoor, hoe ik met een lege maag

Vergeefs om wat te eten vraag.