Tweestrijd Wim Kok bijna onoplosbaar

De verlaging van het financieringstekort blijft de structurele prioriteit van minister van financiën Wim Kok. Als vice-premier van het derde kabinet-Lubbers wil hij de verzorgingsstaat behouden door hem te hervormen. Als politiek leider van de Partij van de Arbeid staat Kok voor de taak die partij uit het electorale slop te trekken. In die verschillende posities ziet hij zich voor drie wezenlijke dilemma's geplaatst. De sleutel tot het doorbreken daarvan is programmatische vernieuwing.

Enkele weken geleden pleitte Kok als minister van financiën voor een zekere tempering in de verlaging van het financieringstekort. Dit, teneinde de negatieve effecten van verdergaande bezuinigingen voor economie en werkgelegenheid te beperken. Zoals is te verwachten, werd hij daarover direct gekapitteld. In Economisch-Statistische Berichten van 17 februari stelt L. van der Geest dat er reden is voor een conjunctuur-beleid. Lagere belastingen en hogere uitgaven kunnen dienen als "automatische stabilisatoren', die de conjunctuurbeweging kunnen dempen. Anderzijds wijst hij op het gevaar dat het loslaten van de tekortnorm de budgettaire discipline doet verslappen. Van der Geest spreekt van "het dilemma van Kok'.

Ondanks Koks wens de tekortnorm tijdelijk los te laten, heeft hij als minister van financiën naar het oordeel van vriend en vijand tot nu toe een voorbeeldig beleid gevoerd. Dat beleid is er - paradoxaal genoeg - op gericht door stringent te bezuinigen het wezen van de verzorgingsstaat te behouden. Hij voert dat bezuinigingsbeleid doortastender en consequenter dan menig christen-democratische of liberale voorganger. Als socialistisch minister van financiën wil hij aantonen dat sociaal-democraten politiek bereid en bestuurlijk in staat zijn drastisch op de collectieve uitgaven te bezuinigen. Daarbij ziet hij zich voor nog meer dilemma's geplaatst.

Kok ontleent zijn positie als vice-premier en minister van financiën aan het politiek leiderschap van de Partij van de Arbeid. Het kader en de kiezers van die partij maken deel uit van zijn achterban. Jarenlang behartigde hij de werknemersbelangen als voorzitter van de FNV die daarmee de derde "laag' van zijn achterban vormt. Als vice-premier heeft hij met de staatsraison te maken. Uit deze positie en die van minister van financiën en door de politieke wil te laten zien dat de PvdA een volwaardige regeringspartij is, lijkt Koks kijk op de traditionele verworvenheden van de verzorgingsstaat, waarvoor de PvdA zich altijd zo sterk heeft gemaakt, nogal veranderd.

Uitgangspunt voor bijvoorbeeld de door Kok onderschreven voorstellen tot herziening van de WAO is de gedachte dat het behoud van de verzorgingsstaat een herijking van die verzorgingsstaat vereist. Zoals de verzorgingsstaat stapsgewijze tot stand kwam, zo lijkt thans de politieke wens dominant hem stapsgewijze te hervormen. Onlangs meldde Kok beschikbaar te zijn voor het premierschap van een volgend kabinet.

De traditionele kiezers-achterban van de PvdA heeft moeite met die hervormingsgeneigdheid. In de recente WAO-kwestie kwam dit duidelijk naar voren. In 1991 kwam het kabinet met voorstellen voor verlaging van de WAO-uitkeringen. Grote delen van Koks achterban in partij, vakbeweging en bij de kiezers waren aan de onverhoedse politieke, maar ook ideologische verschuiving die daarin besloten lag niet toe. Zij waren daarop door de leiding van de PvdA in de afgelopen jaren ook niet voorbereid.

Door dit gebrek aan voorbereiding en door zijn geneigdheid als vice-premier en minister van financiën de verzorgingsstaat te hervormen, leek Kok de band met nogal wat traditionele PvdA-kiezers te hebben verloren. Hij zag zich geplaatst voor een tweede dilemma: de in de kabinetscoalitie overeengekomen bezuinigingen door te voeren en tegelijkertijd de relatie met de eigen achterban te behouden. In feite is hier sprake van het klassieke dilemma van democratisch bestuur: hoe doe ik recht aan de staatsraison en tegelijkertijd aan mijn principes? Hoe ga ik om met de macht, terwijl ik deel uitmaak van die macht?

Voor een sociaal-democratische partij is een herijking van de verzorgingsstaat op inhoudelijke gronden, zoveel mogelijk in overeenstemming met de eigen principes, te prefereren boven een koude sanering waarop men geen invloed heeft. Het is echter de vraag of de PvdA met een hervormingspolitiek waarin bezuiniging de plaats van beleidsinhoudelijke visie inneemt, haar identiteitscrisis overleeft.

Het communisme lijkt wereldwijd te hebben afgedaan. De instituties verkeren in een crisis, terwijl van de communistische ideologie geen wervende kracht meer uit gaat. Niettemin blijven de idealen van de Verlichting aan de orde zolang het verlangen naar een betere, meer humane, wereld blijft bestaan.

In Nederland verkeert de PvdA in een identiteitscrisis. Is er in de Sovjet-Unie bij gebrek aan vooruitgang afscheid van het communisme genomen, in Nederland dreigt de sociaal-democratie juist slachtoffer van het eigen succes te worden: de verzorgingsstaat en zijn verworvenheden zijn een vanzelfsprekendheid. Een groot deel van de zwevende, jongere kiezersachterban van de PvdA is inmiddels weggelopen. De traditionele, oudere werknemers-achterban daarentegen vertrouwt Kok wel als zijn politiek leider, maar herkent zich niet in de inhoud van de voorgestelde beleidswijzigingen die worden gezien als aantasting of zelfs afbraak van verworvenheden. Uitleg aan de kiezers - en dan ook nog slechts achteraf - waarom een lagere WAO-uitkering goed is voor het behoud van de verzorgingsstaat, doet er geen enkele stem bijkomen. Daarmee dreigt de PvdA aan haar eigen succes ten onder te gaan. Gevolg van dit succes is een derde dilemma voor Wim Kok, in dit geval als partijleider: hoe is de relatie met mijn achterban te behouden, terwijl ik er tegelijkertijd naar streef nieuwe achterbannen te winnen?

Koks dilemma's lijken schier onoplosbaar, maar juist door hun samenhang kunnen zij worden doorbroken. Voorop staat de noodzaak de verzorgingsstaat zodanig houdbaar te maken dat de essentie ervan tot in de volgende eeuw, die al over zeven jaar begint, overeind blijft. De kans is groot dat dit met verlies aan verworvenheden van werknemers en anderen gepaard gaat. Alleen daarom al kan hervorming van de verzorgingsstaat slechts met de PvdA in de regering tot stand worden gebracht. Hervorming inpliceert echter meer dan terugdringing van het financieringstekort. Werkelijke vernieuwing kan alleen worden uitgedacht en uitgevoerd met mobilisatie van krachten naast die van de traditionele achterban van de PvdA.

Voorwaarde voor de vernieuwing van de verzorgingsstaat is een breed electoraal draagvlak. Voorwaarde voor verbreding van dat draagvlak is, omgekeerd, vergroting van de aantrekkingskracht van de PvdA, zeker ook voor jonge kiezers. Er is behoefte aan een eigentijds, puntig en wervend programma. Bezuinigen-om-het-bezuinigen is niet voldoende; evenmin als het louter defensief vasthouden aan verworven rechten. Mobilisatie van denk- en uitvoeringskracht binnen en buiten de partij, een streven de bestaande parlementaire en maatschappelijke coalitie-mogelijkheden te vergroten, en vernieuwing van de partij-organisatie zijn belangrijk. Zij moeten evenwel in het teken staan van programmatische vernieuwing, gestimuleerd door politiek leiderschap.