Trekker nationale economie heeft het zwaar

De recessie treft de regio Zuid-Oost-Brabant onevenredig hard. In een half jaar nam de werkloosheid met 23 procent toe, het dubbele van de landelijke groei. Maar er is ook hoop in en om Eindhoven.

EINDHOVEN, 26 MAART. De regio Zuid-Oost-Brabant met Eindhoven als middelpunt lijdt dezer dagen aan een zekere gespletenheid. De economische ontwikkeling is door de saneringen bij DAF, Philips en NedCar in neergaande lijn. De werkloosheid in het gebied nam in een half jaar tijd toe met 23 procent, wat het dubbele is van de landelijke groei. Van de andere kant zijn er ook positieve ontwikkelingen en bestaan er voor de nabije toekomst stoute plannen, wat vooral voor Eindhoven geldt.

Het vorig jaar geopende winkelcentrum Heuvelgalerie heeft wat de belangstelling betreft alle verwachtingen overtroffen en lijkt de stad eindelijk aan een werkelijk warm kloppend hart te hebben geholpen. Liefhebbers roemen de kwaliteit van het Muziekcentrum Frits Philips, dat in de Heuvelgalerie is opgenomen en dat in de korte tijd van zijn bestaan twee maal zoveel bezoekers trok als verwacht.

Onlangs werd het zogenoemde Sleutelproject Westcorridor gepresenteerd. Dat is de naam voor de futuristische ruimtelijke aanpak van het gebied dat loopt vanaf het Centraal Station via de Philipscomplexen in Strijp naar de buurgemeente Veldhoven en het vliegveld. Dit inclusief een geavanceerde aanpak van het openbaar vervoer: het Guided Light Transit-systeem, wat het midden houdt tussen een - deels over een monorail rijdende - tram en een bus en waarmee de gebieden verbonden worden. Dit alles omdat bij een voortgaande ontwikkeling het autoverkeer in 2000 verdubbeld zal zijn en de wegen volledig zullen zijn dichtgeslibd.

De uitvoering van het project gaat in de komende tien jaar naar verwachting bijna 1 miljard gulden kosten, maar, zo merken de plannenmakers op, “het genererend effect zal 4,6 miljard gulden zijn”.

Eindhoven is aangewezen als internationaal stedelijk knooppunt. Daar wil het zich ook naar gaan gedragen en het richt daarom de blik op de toekomst. De voorwaarden voor een gunstige economische ontplooiing lijken gunstig. De concentratie van research- en developmentactiviteiten is naar de waarneming van het Centraal Plan Bureau de grootste in West-Europa. TNO kwam in een vergelijkend onderzoek tot de conclusie dat Eindhoven in Nederland tot de trekkers van de nationale economie' moet worden gerekend.

Prof. dr. N. Douben, hoogleraar in de economie aan de Technische Universiteit Eindhoven, is dan ook niet somber over de toekomst. “Natuurlijk is er met de ontwikkelingen rond DAF een knik gekomen in de gunstige ontwikkeling, maar het gaat mij te ver om te beweren dat de goede tijden nu achter ons zouden liggen. De spankracht van de economie in dit gebied is groot; de diversificatie in de bedrijvigheid is enorm. Er is een groot scala aan kleinere bedrijven dat hoogwaardige produkten levert tot aan de andere kant van de wereld. Mensen, die zich aan sombere voorspellingen wagen, vergeten welke ontwikkelingen ten goede zich er de laatste vijftien jaar hebben afgespeeld”.

Toch lijdt de trekker - en dat is op dit moment juist het tegenstrijdige - aan zekere verlammingsverschijnselen. Zelfs zo erg dat provincie, regio en bedrijfsleven alle zeilen hebben bijgezet om het tij te keren in de vorm van het Aktieplan Regio Eindhoven, waarvoor een bedrag nodig is van 13 miljoen gulden.

De toonzetting van het rapport, waarin het Aktieplan wordt ontvouwd, is een mengeling van optimisme en pessimisme en waarmee de economie gestimuleerd moet worden. De conclusie is dat, indien men de zaken op zijn beloop laat, de werkgelegenheid tot 2000 met 12.000 zal afnemen tot 230.000. Gerelateerd aan de te verwachte aanwas van de bevolking zal het tekort aan arbeidsplaatsen in dat jaar 27.000 bedragen, wat grofweg neerkomt op een verdubbeling van het huidige werkloosheidsniveau. Terwijl de werkgelegenheid in de regio (650.000 inwoners) in de periode 1984-1991 steeg met circa 37.000 tot ruim 245.000 arbeidsplaatsen (full time) was er in 1992 opeens sprake van een daling tot 242.000.

In de relatief slechte cijfers zijn de 2500 arbeidplaatsen bij DAF, die begin deze maand verloren gingen en de honderden plaatsen bij NedCar, die in Helmond op de tocht staan, niet meegerekend. Verwacht wordt dat daardoor de werkloosheid in de regio tot boven de 10 procent zal stijgen. De regio Eindhoven is economisch extra gevoelig voor de recessie omdat een groot deel van de bedrijvigheid is aangewezen op de export. Daarom moet er extra aandacht worden besteed aan de sterke punten: de gunstige ligging binnen Europa, wat mogelijkheden biedt voor de uitbouw van de distributieactiviteiten, een verdere versterking van de technologische kwaliteiten en de ontwikkeling van de kleine en middelgrote bedrijven. “Natuurlijk”, aldus Douben, “zijn dat slechte cijfers, maar als het in een voetbalwedstrijd 2-0 staat, moet je zorgen dat je weer op gelijke voet komt.”

Staatsseceratris Y. van Rooy van Economische Zaken, die vorige week in Eindhoven op werkbezoek was, is overigens voorlopig niet bereid geld in de ontwikkeling van de regio-Eindhoven te steken. Ze meent - en de aanwijzingen daarvoor zijn gunstig - dat er wel in Brussel geld te halen valt uit het Europees Sociaal Fonds. Daarmee kunnen onder meer scholingsprojecten worden gestart voor de werknemers van Philips en DAF (straks ook van NedCar) die werkloos zijn geworden; het fonds voorziet daarin bij structurele veranderingen in het industriële patroon.

Eindhoven vooral kan - hoe paradoxaal dat ook klinkt - voordeel halen uit de neergang van Philips. Op de vrijkomende fabrieksterreinen van de onderneming, die lange tijd het gezicht van de stad bepaalde, kunnen woningen en kantoren worden gebouwd. Het gaat in een periode van 10 tot 15 jaar om ettelijke honderduizenden vierkante meters. Eindhoven meent dat het daarbij rijkssteun nodig heeft immers, zo wordt vastgesteld in de tekst van het Sleutelproject Westcorridor, “de saneringen bij Philips hebben problemen opgeleverd die vergelijkbaar zijn met de saneringen die Nederland heeft gekend in de scheepsbouw, de textielindustrie en de mijnbouw: het op een betrekkelijk klein gebied neerkomen van een operatie met nationale omvang”.

Douben vindt dat de ontwikkeling van de regio in breder verband moet worden geplaatst. “Betrek Noord-Limburg en Brabant tot Breda er ook bij, dan krijg je een Europees gebied met ontzettend veel spankracht. Vergeet de dorpsvetes, sluit je aaneen.” Daarmee zou ook kunnen voorkomen dat, zoals nu het geval is, er scheve ogen ontstaan ten aanzien van de eenzijdige zorg voor Zuid-Oost-Brabant. Die wordt in de rest van de provincie als bedreigend gezien.