Swingdiploma

"Gaat de Glorious Past of America de toekomst van de Nederlandse jazz bepalen?' Deze vraag stelt Frans van Leeuwen zich in zijn artikel "De opmars van het swingdiploma' in het CS van 12 maart. Laat ik beginnen deze vraag met een hardgrondig "Laten we het in Godsnaam hopen' te beantwoorden.

Mag ik erop wijzen dat Nederlandse jazz, zo goed als Duitse, Engelse en Afghaanse jazz, een hersenspinsel is, voornamelijk verzonnen door mensen die geen jazzmuziek kunnen spelen en het niet willen leren ook en daarom "in het magische jaartal 1968' (FvL) de naam van deze aardige muziek maar hebben veranderd in "actuele (Nederlandse?) gemproviseerde muziek'?

Wat de door Van Leeuwen gewraakte gezelligheid betreft: de Amerikaanse meesters Louis Armstrong, Duke Ellington, "Fats' Waller, Art Tatum en nog enkele duizenden van hun collegae zouden voor ons volslagen onbekenden zijn geweest als ze zich niet hadden ingelaten met de toenmalige amusements-industrie. Ze waren kennelijk leveranciers van een veel gevraagde gezelligheid. Het hoorde bij hun vak en bij mijn weten heeft niemand ze hun diensten en activiteiten ooit kwalijk genomen.

Maar zodra een Nederlandse jazzmuzikant ook maar een stuiver verdient met bovenaangehaalde werkzaamheden, worden ze door het "improviserende' circuit uitgemaakt voor studio-, café- of schnabbelmuzikant. Er wordt al jaren door de pers stemming tegen ze gemaakt door ze te betichten van het spelen van voor de vooruitgang niet relevante muziek of - zoals in Van Leeuwens artikel - van "het leveren van gezelligheid'.

De meeste jonge jazzmusici, afgestudeerd aan een conservatorium, spelen niet "introvert en braaf' omdat ze "jaar-in-jaar-uit naar Amerikaanse plaatjes van toen hebben geluisterd' maar juist omdat ze dat niet genoeg hebben gedaan.

De bebop-spelers uit de jaren veertig en vijftig speelden jazzmuziek die niet immer zo makkelijk meezing-, meestamp- en mee-swingbaar was als die waaraan het publiek was gewend. Desondanks kon er op hun muziek gedanst worden De jonge jazzmusici die te horen zijn op de cd's van de serie Art in Jazz spelen geen van allen authentieke bebop maar wel actuele jazzmuziek. En ik vrees voor Frans van Leeuwen dat NIKS, LOOS, PALINCKS, SFEQ, SPLINKS of hoe alle nieuwe "impro's' ook mogen heten, daar niets meer aan kunnen doen.