Samenwerking artsen biedt forse besparing

MAASTRICHT, 26 MAART. Betere samenwerking tussen huisarts en medisch specialist leidt tot een forse verlaging van de kosten. Bovendien krijgt de patiënt vaak een betere, want voor hem minder belastende, behandeling.

Dit is de uitkomst van een experiment waarbij huisarts en orthopedisch chirurg voor patiënten gezamenlijk consult hielden, zo is door het Diagnostisch Coördinerend Centrum van de Maastrichtse Universiteit bekend gemaakt. In het centrum participeren medische faculteit, academisch ziekenhuis en de 86 huisartsen in de regio. Doordat de huisarts patiënten met klachten over zijn bewegingsapparaat beter leert te behandelen zou alleen al in de Maastrichtse regio zes miljoen gulden per jaar worden bespaard.

Het gezamenlijke consult, in de praktijk van de huisarts, had aanzienlijke daling van het aantal verwijzingen naar het ziekenhuis, minder medicatie en een lager gebruik van technische hulpmiddelen, zoals rontgenfoto's tot gevolg. Bovendien leert de huisarts beter zelf de diagnose te stellen en kan hij een aantal behandelingen van de specialist overnemen.

Aan het experiment namen twaalf huisartsen deel, verdeeld over vier groepen. De huisartsen selecteerden de patiënten die naar hun oordeel geschikt waren voor het gezamenlijke consult. De behandeling van die patiënten werd vergeleken met die welke als "controlegroep' diende en het gebruikelijke traject van huisarts naar specialist doorliepen. Na een jaar werden medische loopbaan en de gezondheid van beide patiëntengroepen vergeleken.

Het Diagnostisch Coördinerend Centrum, dat voor de huisartsen onder meer het laboratorium- en röntgenonderzoek doet, heeft in de afgelopen jaren ook de omvang van dat onderzoek aanzienlijk kunnen verlagen. Twee maal per jaar wordt de huisarts geconfronteerd met het door hem in een willekeurig gekozen maand aangevraagd diagnostisch onderzoek. De huisarts krijgt dan niet alleen een kwantitatief overzicht, dat wordt vergeleken met dat van andere maanden, maar van elke aangevraagd onderzoek wordt ook nagegaan of dat nodig en het meest gepast was. Sinds de invoering van het project -in 1985- is het aantal aanvragen fors gedaald, terwijl het landelijk stijgt. Het ligt het aanzienlijk onder dat van vergelijkbare centra. Uit de evaluatie van het project is gebleken dat minder diagnostisch onderzoek door de huisarts niet heeft geleid tot meer verwijzigingen van de patiënt naar de specialist. Het Centrum schat dat door de "individuële feedback', zoals het project wordt genoemd, jaarlijks ongeveer een miljoen gulden wordt bespaard op het diagnostisch onderzoek van de huisarts.