Rouw en woede onder Britten en Ieren over het Noordierse geweld

WARRINGTON, 26 MAART. Een 12-jarige jongen die afgelopen zaterdag ernstig gewond raakte bij een aanslag van het Ierse Republikeinse Leger in het Noordengelse Warrington is gisteren overleden. De driejarige Jonathan Bell, die bij de aanslag direct werd gedood, is vandaag begraven. De aanslag, waarbij in totaal 56 mensen gewond raakten, heeft zowel in Groot-Brittannië als in Ierland tot grote verontwaardiging geleid.

De onderlinge solidariteit en de bitterheid in de stad is groot, omdat een stad als Warrington een groot aantal mensen van Ierse afkomst herbergt, die vaak hechte gemeenschappen vormen. “Hoe durven ze? Ze komen uit de hel”, aldus een boodschap die was neergelegd tussen de bloemen op de plaats van de aanslag. “Het is pijnlijk een Iers gezin te zijn. Ik heb hier geen woorden voor.”

Het Ierse Republikeinse Leger zegt op tijd een waarschuwing te hebben doorgegeven voor de aanslag in Warrington, maar dat deze genegeerd is door de politie. Volgens de politie waren de aanwijzingen te vaag en misleidend.

Aan de vooravond van de begrafenis van Jonathan Bell heeft de IRA zich bereid verklaard tot een gesprek met Gordon Wilson, wiens dochter zes jaar geleden om het leven kwam bij de aanslag bij een oorlogsmonument in de Noordierse grensstad Enniskillen. Wilson, sinds kort senator in Dublin, heeft bewondering afgedwongen omdat hij de IRA de aanslag publiekelijk heeft vergeven. Het besluit van de IRA om de deur te openen naar een gesprek heeft enige hoop gewekt dat de guerrilla-organisatie dit keer bereid is de bommencampagne tegen burgerdoelen op te geven. In Dublin is gisteren een vredesbijeenkomst gehouden, terwijl duizenden mensen in de rij stonden om een condoleanceregister te tekenen voor de slachtoffers van de aanslag in Warrington. Kranten aan beide zijden van de Ierse grens hebben een fonds opgericht voor de overlevenden van de aanslag.

Protestantse extremisten hebben gisteren in Noord-Ierland vijf katholieken doodgeschoten. Vier katholieke arbeiders werden doodgeschoten in Castlerock en enkele uren later werd een katholieke tiener doodgeschoten toen hij in Belfast aan het winkelen was. De aanslagen zijn uitgevoerd door de Ulster Freedom Fighters, die in een verklaring waarschuwden dat zij hun strijd zullen verhevigen.

De Britse premier, John Major, beloofde dat er intensief jacht gemaakt zal worden op de plegers van de aanslagen. Politieke en kerkelijke leiders in Ierland en Groot-Brittannië veroordeelden de aanslagen in verontwardigde bewoordingen.

De Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, besprak de situatie in Noord-Ierland gisteren met de voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. In een verklaring, die kennelijk bedoeld was voor Amerikanen van Ierse afkomst die steun geven aan het Ierse Republikeinse Leger, veroordeelde Foley het politieke geweld, “de laffe, afschuwelijke daden tegen de menselijkheid” en deed hij een beroep op de politieke partijen in Noord-Ierland gehoor te geven aan een oproep van de Ierse vice-premier Dick Spring en de Britse minister Paddy Mayhew om de dialoog te hervatten.

De strijd om de politieke toekomst van Noord-Ierland heeft sinds 1969 meer dan drieduizend levens gekost. (Reuter, AFP, AP)