"Rapport kerncentrales is onjuist'

ROTTERDAM, 26 MAART. “Scheurtjes in de reactorvaten van kernreactoren zijn helemaal geen drama, maar een natuurlijk feit. Daarmee is in het ontwerp rekening gehouden. Maar je moet wel voorkomen dat de scheurtjes te groot worden.”

Zo reageert ir. A.M. Versteegh, hoofd Nucleaire energie van het Energie Onderzoek Centrum Nederland (ECN), op een alarmerend rapport van Greenpeace over de veiligheid van Westerse kernreactoren. Bij meer dan de helft van de reactoren zou volgens Greenpeace een verhoogd risico bestaan op een kernsmelting, en dat zou het gevolg zijn van “het fenomeen” haarscheurtjes in de reactorvaten, ontdekt in een Franse kerncentrale, in september 1991.

Haarscheurtjes in het primaire circuit van kernreactoren kunnen er volgens Greenpeace toe leiden dat de bediening van de regelstaven, waarmee het splijtingsproces in de reactor kan worden afgeremd, gaat haperen. Daardoor zou het risico van een kernsmelting ontstaan: het proces kan niet meer beïnvloed worden en de reactor zou als het ware op hol kunnen slaan, zoals in Tsjernobyl en Harrisburg gebeurde.

Andre Versteegh van ECN bevestigt dat anderhalf jaar geleden in een Franse reactor bij een periodieke controle werd ontdekt dat zich een “scheurgroeitje” voordeed. In zo'n geval moet er gerepareerd worden voordat de reactor weer wordt aangezet. De Fransen besloten de hele serie van het type waarin de scheurgroei was ontdekt, te controleren.

“Op zich zijn kleine scheurtjes geen enkel punt, daarmee is rekening gehouden, het zit in het ontwerp en in elk nieuw reactorvat”, aldus Versteegh. Oorzaak van de scheurtjes is dat er een bekleding in het reactorvat wordt gelast, van een staalsoort die beter bestand is tegen corrosie dan het vat zelf. Door het lassen van twee verschillende materiaalsoorten treedt spanning op die zeer kleine scheurtjes veroorzaakt. Hetzelfde doet zich voor in de deksel van het vat, waar pijpen en doorgangen voor de brandstofstaven in vastgelast worden. Vooral door grote temperatuurwisselingen, die optreden als de reactor wordt aan- en uitgezet, kunnen de scheurtjes groeien. Dan is er sprake van het begin van metaalmoeheid op de plek van de lassen.

Volgens Versteegh is er echter geen enkel verhoogd risico op een kernsmelting door de scheurtjes, omdat deze bij elke periodieke controle, meestal tegelijk met de splijtstofwisseling (het invoeren van verse brandstofstaven) worden gemeten. Dat gebeurt in Nederland door de Röntgen Technologische Dienst (die ook in het buitenland opdrachten vervult). Met behulp van ultrasone (geluids-) signalen wordt de omvang van de haarscheurtjes gemeten, net als bij vliegtuigen, en vergeleken met de lengte en diepte die bij het vorige onderzoek werd aangetroffen. Volgens Versteegh kan zich “nooit een catastrofale lekkage” uit het reactorvat en het koelsysteem voordoen als dit periodieke onderzoek goed wordt uitgevoerd. “Dit soort vaten en de bijbehorende pijpen zijn ontworpen op basis van een "lek-vóór-breuk'-systeem: zou een scheurgroei niet tijdig worden ontdekt dan breekt het systeem niet open maar treedt eerst een lichte lekkage op. Dat is de waarschuwing dat er moet worden gerepareerd.”