Politici willen meer gymles, maar er zijn te weinig zalen

Lichamelijke opvoeding De SP in de Tweede Kamer pleit voor drie verplichte uren gymles op de basisschool, van een vakleerkracht. Kan dat?

Gymles in Gouda. Foto Phil Nijhuis/ Hollandse Hoogte

Waarom wordt er op basisscholen zo weinig tijd aan sport en bewegen besteed, wilde Fons Peereboom uit groep acht weten van minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie). „We gaan per week 27 uur naar school, daarvan moeten we 23,5 uur zitten”, zei hij in november bij het kindervragenuur in de Tweede Kamer. „Wij willen meer bewegen, want dat is goed voor je lichaam en je gaat er beter van leren.” Fons kreeg veel bijval van andere leerlingen vanachter de interruptiemicrofoons.

Dinsdag gaat het hierover in de Tweede Kamer. Er wordt vergaderd over de initiatiefwet van SP-Kamerlid Michiel van Nispen om basisscholen te verplichten om minstens drie uur per week te besteden aan gymles. Die lessen zouden moeten worden gegeven door een vakleerkracht. Volgens Van Nispen is deze wet nodig omdat kinderen steeds minder bewegen en hun motoriek achteruitgaat.

De wens om meer te gymmen leeft niet alleen bij leerlingen, maar ook onder politici in Den Haag. Het streven is drie uur per week, stond al in het Regeerakkoord van Rutte II, uit 2012. Twee jaar later volgden afspraken tussen het ministerie en de gezamenlijke basisschoolbesturen (de PO-Raad): minimaal twee lesuren gym per week en waar mogelijk drie.

Afstand te groot

Maar lang niet alle basisscholen halen dat, bleek in 2017 uit onderzoek van het Mulier Instituut. Slechts een krappe driekwart van de scholen komt aan twee lesuren en op 87 procent van de scholen worden de lessen gegeven door een vakdocent.

De belangrijkste problemen: er zijn niet voldoende gymzalen (vooral in krimpgebieden) en de afstand tot de gymzaal is soms erg groot. Bovendien is er een tekort aan vakleerkrachten. Om de doelstelling van twee uur gymles per week te halen, zijn er volgens het rapport 3.120 extra vakleerkrachten nodig en 180 extra gymlokalen. Dat kost 220 miljoen euro in vijf jaar. . Voor drie gymlessen per week zijn 5.800 extra vakleerkrachten nodig en 2.200 extra gymlokalen. Plus 790 miljoen euro.

„Op papier kan een onderwijsvernieuwing er nog zo eenvoudig uitzien, de praktijk is weerbarstiger”, schrijft wiskundeleraar en auteur René Kneyber in zijn jongste boek, De sluipende crisis: Waarom het onderwijs niet beter wordt. Hierin noemt hij bewegingsonderwijs als voorbeeld van het grote gat tussen „het goedbedoelde beleid en de goedbedoelende praktijk”. „De overheid blijft in hoog tempo nieuwe doelstellingen formuleren, schrijft hij – zo veel „dat het absurdistisch dreigt te worden”.

Lees ook het interview met Toon van Helfteren, bondscoach van de basketbalploeg en veertig jaar gymleraar: ‘Ik heb de motoriek en conditie bij de jeugd structureel minder zien worden’

Actieve rekenlessen

Intussen doen steeds meer scholen op andere manieren aan bewegen, buiten de gymles om. Zoals tussen de lessen door springen of dansen met hulp van YouTube-filmpjes van Just Dance. Elke dag een kwartiertje hardlopen (The Daily Mile, zo’n 250 scholen doen mee). Of met actieve reken- en taallessen. „Rekenen kun je ook leren door te springen, een bal te gooien, te sjoelen”, zegt schooldirecteur Marieke Hamburg van De Vijf Hoeven in Tilburg (200 leerlingen), vorig jaar verkozen tot sportiefste basisschool.

De Raad van State adviseert het wetsvoorstel te heroverwegen. Scholen hebben de vrijheid om zelf te kiezen hoe ze hun lesuren over de vakken verdelen, schrijft de Raad. Voor geen enkel vak op de basisschool ligt het aantal lesuren wettelijk vast.

Ook het antwoord van minister Slob aan Fons Peereboom wees in die richting. „Hebben jullie een leerlingenraad op school?”, vroeg hij. „Dit is een prachtig onderwerp om daar te bespreken.”