Oost-Europa volgt zaken in Kremlin met ongerustheid

PRAAG/ROTTERDAM, 26 MAART. De Oosteuropeanen volgen de gebeurtenissen in Rusland met grote ongerustheid. Destabilisering van Rusland zou onoverzienbare gevolgen hebben voor de fragiele democratieën die de afgelopen jaren in de westelijke buurstaten van Rusland zijn gegroeid.

Vrijwel dagelijks sturen Oosteuropese leiders boodschappen naar Moskou waarin steun wordt uitgesproken voor president Jeltsin. Want alleen in de rechtstreeks gekozen Jeltsin wordt een garantie gezien voor een politiek die is gericht op democratie en de ontwikkeling van een markteconomie. De Opperste Sovjet en het Volkscongres bieden die garantie niet. “Passagiers moeten nooit proberen het stuur van de chauffeur over te nemen terwijl de auto nog rijdt, en parlementen doen dat te vaak”, aldus de Poolse president Walesa - die zelf zo zijn ervaringen heeft op dit gebied - al eind vorige week.

“Die steunbetuigingen moeten niet worden opgevat als inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Rusland”, verduidelijkt een functionaris van het Poolse ministerie van buitenlandse zaken, “maar alleen als ondersteuning van de democratie. Tenslotte is de president de enige democratisch tot stand gekomen instelling van Rusland.”

Dit weekeinde al liet de Tsjechische president Václav Havel weten dat hij Jeltsins besluit om met volmachten te gaan regeren volledig ondersteunt. Maar Havel zei te verwachten dat de huidige machtscrisis zou kunnen worden opgelost: “Het Russische volk moet gelegenheid worden gegeven om via een referendum te zeggen wat het denkt over het grondwettelijke systeem.” Tevens moest het de kans krijgen om “in vrije parlementsverkiezingen mensen te kiezen die de wil van de burgers vertegenwoordigen”, zo meende Havel.

In Warschau wordt verwacht dat er een compromis gevonden zal worden tussen Jeltsin en het parlement. “Alle politieke krachten in Rusland moeten zich er rekenschap van geven dat een stabiele situatie in Rusland niet alleen in het belang van Rusland is, maar ook in dat van de hele wereld”, meent men op het ministerie van buitenlandse zaken.

Steun voor Jeltsins hervormingsprogramma werd deze week ook tot uitdrukking gebracht door de ministers van buitenlandse zaken die in Boedapest bijeen waren in het kader van het CEI (Centraaleuropese Initiatief), een samenwerkingsorgaan van Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk, Italië, Slovenië, Kroatië en Bosnië-Herzegovina. Jeltsin werd daar, vooral door de Hongaren, bejubeld als een kampioen van democratische hervorming.

Pag.5: Oosteuropeanen bezorgd

Vorige week vrijdag, nog voordat Jeltsin de televisierede had uitgesproken waarin hij aankondigde via speciale volmachten te willen regeren, had de Hongaarse premier József Antall hem per brief laten weten dat de Hongaarse regering zijn politieke lijn, gericht op het ontwikkelen van een democratische maatschappij, ondersteunt. Jeltsins rede van zaterdag veranderde niets aan dat standpunt. Jeltsin verdient steun, zo zei de Hongaarse minister van buitenlandse zaken, Géza Jeszenszky, omdat de ontwikkelingen in Rusland “een aanmerkelijke invloed” hebben op de situatie in Oost-Europa. Vooral de Hongaren, maar ook de Slowaken en de andere meest oostelijk gelegen landen zijn bevreesd dat de instabiele situatie in Rusland zou kunnen leiden tot een groeiende stroom Russische emigranten. Die vrees klinkt door in een verklaring van het Slowaakse ministerie van buitenlandse zaken dat de problemen tussen Jeltsin en het parlement moeten worden opgelost op “grondwettige wijze, zonder gebruik van geweld”.

Dat was ook de teneur van een verklaring die het Tsjechische ministerie van buitenlandse zaken heeft uitgegeven. “Het zou zeer gevaarlijk zijn”, aldus de Tsjechen, “als de huidige politieke strijd opgelost zou worden met andere dan politieke middelen.” De stappen van Jeltsin zijn “gericht tegen krachten waarvan de loyaliteit jegens de hervormingen niet bewezen is” en verdienen daarom steun.

De Slowaakse premier, Vladimr Meciar, was gisteren de eerste hooggeplaatste buitenlander die Jeltsin heeft gesproken in deze roerige dagen. Vandaag reist de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken, Alois Mock, voor een kort bezoek naar Moskou en ook de "trojka' van de Europese Gemeenschap, bestaande uit de ministers van buitenlandse zaken van Denemarken, Groot-Brittannië en België, maakt haar opwachting voor overleg over economische samenwerking.

Bezorgdheid over chaos en anarchie in Rusland domineert ook de commentaren in de andere Oosteuropese landen. Leiders als de presidenten Zjelev van Bulgarije, Berisha van Albanië, Iliescu van Roemenië en die in de Baltische landen hebben zich in doorgaans krachtige termen achter Jeltsin geplaatst: ze zien in hem de belichaming van de constitutionele orde, de democratie en de hervormingen. Niet alleen kan zijn val leiden tot chaos en zelfs burgeroorlog, die val kan ook de communisten in Moskou weer in het zadel helpen. “Als hardliners als Chasboelatov winnen, is dat het begin van het conflict, niet het eind ervan”, zo zei deze week de Estse premier Mart Laar.

Met name in de Baltische landen is men zich er zeer wel van bewust dat in Rusland heel wat nationalisten, conservatieven en communisten de hoop allerminst hebben opgegeven de onafhankelijkheid van de Baltische landen te kunnen terugdraaien. Zelfs minister van buitenlandse zaken Kozyrev doet regelmatig mee aan het geweeklaag over de “mishandelde” Russische minderheden in het Balticum.

Jeltsins rivaal Chasboelatov gaat nog veel verder. Er was op de recente bijeenkomst van de Noordse Raad in Oslo een forse interventie van de Deense ex-premier Anker Jörgensen voor nodig om Chasboelatov er van af te brengen in een toespraak de “discriminatie” van de Russen keihard aan de kaak te stellen. Er bestaat zelfs een doctrine, uitgewerkt door en genoemd naar Sergej Karaganov, lid van de Academie van Wetenschappen en vice-directeur van het Europa-Instituut van het Russische ministerie van buitenlandse zaken; die Karaganov-doctrine bepaalt dat Rusland het recht heeft geweld - zelfs preventief geweld - te gebruiken om Russische minderheden buiten Rusland te hulp te komen. “Zelfs nu al zullen we het publiek en de internationale organisaties moeten voorbereiden op de erkenning van de mogelijkheid van het gebruik van geweld door Rusland, binnen wettelijke grenzen”, zo heette het in december op een conferentie van Karaganovs instituut. Volgens de Russische ambassadeur in Tallinn is die doctrine geen deel van het Russische buitenlands beleid, maar de Balten twijfelen daaraan, en zullen nog veel harder aan het twijfelen slaan als Jeltsin het onderspit delft.

In diverse Oosteuropese landen wordt nog een aspect van de Russische ruzies zeer gevreesd: communisten in eigen huis kunnen zich erdoor aangemoedigd voelen. Als president Jeltsin valt, zo zei de Roemeense oud-premier Petre Roman, loopt ook Roemenië gevaar. In een gesprek met het blad Tineretul Liber wees Roman op de communistische putsch tegen de toenmalige president van de Sovjet-Unie Gorbatsjov in augustus 1991. Toen, aldus Roman, staken “sommigen uit het voormalige apparaat van de Roemeense Communistische Partij” hun vreugde niet onder stoelen of banken. Zij zijn volgens hem nog steeds “een bedreiging voor het democratische politieke bewind in Roemenië, een bedreiging voor de vrijheid in Roemenië, een bedreiging van de economische hervormingen.”