Nog eens Bosnië

TEN LANGEN LESTE heeft de Bosnische president, Alija Izetbegovic, zijn gesprekspartners gedwongen hun kaarten op tafel te leggen. Samen met de aanvoerder van de Bosnische Kroaten heeft hij ook het derde bestanddeel van het Vance-Owen-vredesplan getekend, de kaart waarop de verdeling van Bosnië in etnisch bepaalde provincies is aangegeven. Maandenlang heeft de internationale gemeenschap druk op de Bosnische regering uitgeoefend om tot deze stap over te gaan. Het woord is dan ook weer aan diezelfde internationale gemeenschap.

Nu de Bosnische regering over de streep is getrokken, maar de Servische krijgsheren als derde betrokken partij blijven weigeren om de voorgestelde verdeling en daarmee het vredesplan in zijn totaliteit te aanvaarden, zijn de bemiddelaars in een kwetsbare positie geraakt. Temeer omdat de oorlog intussen gewoon doorgaat en de Serviërs tonen zich aan niets en niemand iets gelegen te laten liggen. Niet alleen trekken zij zich niets aan van het door de Verenigde Naties ingestelde vliegverbod en bombarderen zij de Bosnische bevolking ook vanuit de lucht, maar bovendien hebben zij hun jongste en opnieuw zeer bloedige grondoffensief juist ingezet tegen gebied dat onder het verdelingsplan en gezien zijn bevolkingssamenstelling aan de moslims is toegewezen. De Serviërs onderhandelen als afleidingsmanoeuvre en vechten om op het slagveld voldongen feiten te scheppen. Een beproefde methode waarop een passend antwoord zou dienen te worden gegeven.

De stap van Izetbegovic is des te opmerkelijker omdat de internationale vredesinspanningen juist deze week een dieptepunt bereikten. De Veiligheidsraad heeft tevergeefs getracht het eens te worden over een resolutie die het vliegverbod eindelijk afdwingbaar zou maken. Pogingen van de blauwhelmen om gewonden te evacueren uit het constant onder zwaar Servisch vuur liggende Srebrenica, waar zestigduizend mensen zitten opgesloten, moesten worden opgegeven. De Franse generaal Morillon die zich al geruime tijd in de stad ophoudt om een totale slachting te voorkomen, toont zijn persoonlijke moed - maar tegelijkertijd onderstreept hij met zijn daad van zelfopoffering de machteloosheid van de organisatie die hij vertegenwoordigt.

ER IS AL HEEL wat geconfereerd over de vraag hoe een door alle in Bosnië vechtende partijen aanvaard vredesplan zou moeten worden gecontroleerd. Tot dusver is een internationale consensus daarover nog in een ver verschiet. Maar als de Serviërs in hun houding volharden, komt de internationale gemeenschap onmiddellijk voor het dilemma te staan òf daadwerkelijk in te grijpen òf haar laatste restje geloofwaardigheid te verliezen.

(Het opheffen van het geldende wapenembargo tegen de Bosnische regering met een vroom beroep op het recht van zelfverdediging tegen agressie, een optie waarop nu weer wordt gezinspeeld, zou de internationale bemiddeling definitief tot een farce maken. In eerste aanleg was er zeker iets voor te zeggen geweest erkende regeringen niet in hun in het Handvest van de VN vastgelegde recht op zelfverdediging te beknotten. Maar onder de gegeven omstandigheden dreigt het een zinloos gebaar te worden.)

ZO HEEFT DE internationale gemeenschap, al bemiddelend en afwisselend heet en koud blazend, zich in een dwangpositie gemanoeuvreerd. Het tekent het gebrek aan vertrouwen van de Bosnische regering in die gemeenschap dat zij het uur der waarheid zo lang heeft uitgesteld. Kennelijk heeft zij gerekend dat de vredesregeling, waartoe zij nu is geforceerd, toch niet zal worden gegarandeerd. Als er nu niet wordt opgetreden, heeft zij juist gerekend.