Ministeries ruziën over overschot pensioenen

DEN HAAG, 26 MAART. Tussen het ministerie van financiën en economische zaken bestaat een conflict over het kabinetsvoornemen om de financiële overschotten van pensioenfondsen extra te belasten. Minister Andriessen (economische zaken) zei gisteren in de Tweede Kamer: “We laten het wetsontwerp rusten.” Financiën liet vanmorgen desgevraagd weten dat de wet op 1 januari 1994 wordt ingevoerd.

Andriessen doelt op de "Brede Herwaardering'. De kern van het wetsvoorstel is dat pensioenfondsen, nadat de wet van kracht is, vijf jaar de tijd hebben om een vermogensoverschot weg te werken. Als er na vijf jaar nog steeds een overschot is, wordt ieder jaar een heffing geheven van maximaal 40 procent, net zolang totdat het vermogensoverschot is verdwenen. De pensioenfondsen hebben zich steeds verzet tegen het kabinetsvoornemen en bestrijden de berekening van de vermogensoverschotten.

Met de pas op de plaats wil Andriessen de pensioenfondsen overhalen om te investeren in de Industriefaciliteit. Deze faciliteit, die binnenkort operationeel wordt, is bestemd voor middelgrote en grote bedrijven die de kern vormen van hoogwaardige activiteiten op het gebied van technologie, werkgelegenheid en kennisinfrastructuur. Andriessen verwacht dat het fonds over een bedrag van één miljard gulden kan beschikken; waabij de pensioenfondsen voor ongeveer 200 miljoen gulden participeren.

Volgens een woordvoerder van Economische Zaken hebben minister-president Lubbers en minister Kok (financiën) ingestemd met de ruil Brede Herwaardering versus Industriefaciliteit. Een opvatting die door Financiën wordt ontkend.

Het Kamerlid Van Zijl (PvdA) gaat vragen stellen aan de ministers Andriessen en Kok over het conflict tussen EZ en Financiën.

De Vereniging van Pensioenfondsen zei vanmorgen in een reactie dat er geen directe relatie behoort te zijn tussen de Brede Herwaardering en de Industriefaciliteit.