Luierlucht en etensvlekken; Verhalen voor moeders van Hannes Meinkema

Hannes Meinkema: Een geluid als van onweer. Uitg. Contact. 207 blz. Prijs ƒ 29,90.

De nieuwe verhalenbundel van Hannes Meinkema is meer dan een bundel losse verhalen. Verhalencyclus zou een betere benaming zijn, of misschien verhalenkrans, zoals er ook een sonnettenkrans bestaat. De verhalen grijpen allemaal op ingenieuze wijze in elkaar. Steeds weer duiken dezelfde figuren op die dan steeds weer door de anderen op een andere manier bekeken worden. Wie in het ene verhaal zeker van zichzelf lijkt, blijkt het in een later verhaal ook niet zo goed te weten; wie eerst volmaakt lijkt, valt in een ander verhaal door de mand. Het is een procédé dat vraagt om consequentie zowel als variatie in de karaktertekening. De personages moeten herkenbaar blijven en tegelijkertijd moet het veranderende gezichtspunt verrassingen opleveren. Het evenwicht tussen die twee eisen heeft Meinkema heel goed weten te bewaren. Ja, zeggen we, dat is zij, en: hé, dat had ik toch niet achter haar gezocht.

Bijna alle verhalen gaan over moeders met kleine kinderen. Ze wonen allemaal bij elkaar in de buurt, ruwweg tussen de Nieuwmarkt en de Plantage in Amsterdam. Het zijn allemaal dertigers, wat het groepskarakter nog versterkt. De opzet doet denken aan een roman als De straat van Ina Boudier-Bakker en het unanimisme van Jules Romains waarin de mens vooral werd gezien als deel van een groep. Wat de mensen verbindt was voor de unanimistische schrijvers minstens even belangrijk als wat hen onderscheidt.

Aankleden

Meinkema's moeders zitten allemaal met hetzelfde probleem: kleine kinderen die hen van hun vrijheid beroven en doodmoe maken. Net als de moeders verschillen de kinderen allemaal van elkaar maar hebben ze ook veel gemeenschappelijks: ze willen niet aangekleed worden en niet uitgekleed, ze willen niet mee om boodschappen te doen en als ze eenmaal op de fiets zitten willen ze er niet meer af. Ze huilen, bijten en krijsen, ze zijn vaak totaal onredelijk en ook de redelijken kunnen plotseling in woede ontsteken, hun bord op de grond smijten, een elektrische draad doorknippen. Bij de presentatie van dit gewoel legt Meinkema zich nauwelijks beperkingen op. Geen golf gaat haar te hoog. Ze wil dat de luierlucht geroken wordt en de geelberingde, bruingevlekte lakens gezien, evenals de moeders met piekhaar en kleren vol etensvlekken. Als de kinderen de peuterleeftijd bereiken, steken andere problemen de kop op. Soms verdwijnt de vader en in één geval de moeder. Als de peuter zowel een vader als een moeder heeft, dingen die vaak als rivalen naar de gunst van het kind, wat ook weer tot wrijvingen leidt. Er is geen gezin waar de sfeer niet geladen is. Van een optimistische kijk op het gezinsleven of op de verhouding tussen moeders en dochters heeft niemand Meinkema ooit kunnen beschuldigen.

Op humor die de somberheid zou kunnen verlichten, valt bij Meinkema ook niet te rekenen. Wel op een behendig aangewende ironie die de wisselende gezichtspunten onderstreept. Het laatste verhaal, "Speelotheek', geeft daarvan een mooi voorbeeld. Een aantal moeders uit de voorgaande verhalen komt speelgoed lenen en terugbrengen. De vrouw die de leiding heeft en al grootmoeder is, kent ze allemaal en meent ze allemaal te begrijpen. Een van hen is Stella, die in verscheidene verhalen optreedt en die al van verschillende kanten belicht is. De leidster denkt dan bij zichzelf dat Stella zo'n kalm en open gezicht heeft dat zij waarschijnlijk de enige is zonder een geheim, terwijl zij nu net de enige is die een groot geheim probeert te bewaren. Op die manier weet Meinkema tot op de laatste bladzijde de spanning gaande te houden. Die spanning zou nog sterker zijn geweest als niet bijna alle personages zich van dezelfde, van Meinkema bekende nonchalante verteltrant bedienden. Het kan zijn dat daar overleg achter zit en dat daarmee nog eens wordt aangegeven dat de moeders met elkaar een groep vormen, maar het was overtuigender geweest als de verschillende gezichtspunten ondersteund waren door verschillen in taalgebruik. Aan het boeiende van de verhalen doet dat overigens weinig af. Het zijn verhalen voor moeders, tot lering en leedvermaak, en voor vaders om er met de moeders over te redetwisten.