Kenia wacht chaos na ruzie met geldschieters

NAIROBI, 26 MAART. Toen de regeringen van Tanzania, Zambia en Nigeria in de afgelopen jaren voorwaarden van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) afwezen, wisten zij de bevolking achter zich. Afrika nam het op tegen zijn dictatoriale Westerse geldschieters, een strijd die op brede steun kon rekenen op het gehele continent.

In Kenia hangt deze week een heel andere stemming. Er heerst grote somberheid na de afwijzing door de regering van het IMF-hervormingsprogramma. De Kenianen maken zich niet op voor een heroïsche strijd tegen arrogante Westerse donoren, maar voor een hongerwinter met grote sociale en politieke instabiliteit. Handelaren, economen en oppositie leggen de schuld van de crisis niet zozeer bij het IMF, alswel bij de regering.

“De economische activiteiten zullen binnen enkele maanden tot stilstand komen”, waarschuwt een Keniase econoom. “Wat de regering heeft gedaan gaat tegen ieder gezond verstand in. Dit is de grootste blunder die de regering op economisch terrein kan maken”. Een fabrikant verzucht: “Er komt geen investeerder meer naar Kenia door deze plotse beleidswijziging en door de geschapen onzekerheid”. Oppositieleider en voormalig minister van financiën Mwai Kibaki voorspelde dat Kenia niet lang zal kunnen overleven zonder hulp van het IMF en Wereldbank. Zijn collega in de oppositie, Paul Muite, sprak van zelfmoord.

Al ruim tien jaar werkt de regering nauw samen met het IMF. De vorige maand afgekondigde liberalisering van de handel in buitenlandse valuta en het opheffen van prijscontroles betrof een door het IMF geëiste en door de regering aanvaarde maatregel. De verdubbeling van de consumentenprijzen en de sterke devaluatie van de Keniase shilling waren een logisch gevolg. De woede van de regering richt zich vooral op de voortgaande weigering van IMF-Wereldbank en Westerse donoren om de in 1991 opgeschorte betalingsbalanssteun van 350 miljoen dollar vrij te geven. Daarom trok ze de IMF-maatregelen deze week weer in. Voor wat hoort wat, zegt de Keniase regering, wij hebben de vereiste hervormingen doorgevoerd en nu komt het Westen tegen de belofte in nog niet over de brug''.

Bronnen binnen de Wereldbank vertellen een ander verhaal. Zij zeggen dat eerst ongunstige factoren in de economie hadden moeten worden aangepakt, zoals corruptie, verkwisting van overheidsgelden door middel van overheidssteun aan verliesmakende staatsbedrijven en aan een opgezwollen staatsapparaat. Vooral de grote toename van de geldhoeveelheid steekt de Westerse donoren. Volgens de oppositiepartijen liet de regering vorig jaar miljarden shillings drukken om haar verkiezingscampagnes te kunnen financieren. Ná het aanpakken van deze verkwisting van de overheidsuitgaven had de economie zich kunnen stabiliseren. De liberalisering van de handel in harde valuta en het opheffen van de prijscontroles was dan minder hard aangekomen, aldus deze bronnen.

De regering wil of kan de corruptie in eigen kringen niet bestrijden, zo menen ingewijden. Gevestigde belangen in het politieke en zakenleven maken dit onmogelijk. Door het afdwingen van het méérpartijenstelsel in 1991 hadden de donoren gehoopt op een meer transparant economisch systeem. Vooralsnog is daar geen sprake van. De autoritaire regeerstijl bleef eveneens gehandhaafd.

Volgens een bericht in de Britse Gardian van dinsdag leent de Centrale Bank nog steeds tegen de regels in geld aan niet-kredietwaardige banken, waarin hoge politici aandelen hebben. Sinds enkele jaren brengt de president van de Rekenkamer uiterst kritische rapporten uit over financiële onregelmatigheden in ministeries. Vorig jaar richtte de beschuldigende vinger van de Rekenkamer zich op het ministerie van financiën, toen geleid door George Saitoti. Er werd geen actie ondernomen en Saitoti keerde in het nieuwe kabinet opnieuw terug als vice-president.

Het tijdperk van de méérpartijen-democratie maakte tot grote teleurstelling van de Westerse donoren dus geen einde aan de corruptie. Een grote verandering vond wèl plaats in de psyche van de Kenianen: zij durven zich nu openlijk uit te spreken over corruptie. Naarmate anonieme Westerse diplomaten en oppositieleiders meer gaan onderstrepen dat het conflict tussen regering en IMF draait om het wanbeleid van en corruptie door de overheid, dan zal de bevolking zich tegen de maatregelen van de regering richten. Slaagt de regering er de komende weken echter in om de devaluatie van de shilling en de prijsverhogingen deels terug te draaien, dan zal het IMF in de ogen van de bevolking als zondebok gaan gelden en komt de regering als voorlopige winnaar te voorschijn.

Op de lange termijn blijft de regering vermoedelijk echter weinig keuze. Zambia, Nigeria en Tanzania slikten na hun aanvankelijke weigering alsnog het IMF-recept. Kenia's economie groeide in 1991 voor het eerst sinds tien jaar met slechts 2,2 procent. De bevolkingstoename van 3,8 procent in acht genomen levert dit een negatief saldo op. De tekorten aan harde valuta zijn nijpend, de centrale bank zou vrijwel niet meer over harde muntsoorten bechikken. De relatief brede industriële basis van Kenia is afhankelijk van importen. Zonder harde valuta zal deze belangrijke economische sector in grote moeilijkheden geraken, met als onvermijdelijke gevolgen ontslagen, toenemende werkloosheid en sociale onrust. Kenia, zo luidt de sombere verwachting in Nairobi, wacht chaos als het niet alsnog overeenstemming bereikt met zijn Westerse donoren.