"Kamerleden staan met de rug naar de samenleving'; Groen Linkser Rosenmöller oordeelt hard over het parlementaire werk

Wordt de Tweede Kamer bevolkt door specialisten, ambtenaren en politieke mieren? Wie naar de critici van het parlementaire bedrijf luistert, zou het bijna denken. In een serie vraaggesprekken gaan generalisten uit de Kamer in op de kritiek op het functioneren van het parlement en schetsen zij enkele politieke hoofdlijnen. Vandaag als laatste: Paul Rosenmöller van Groen Links.

DEN HAAG, 26 MAART. “Alles wat in de Tweede Kamer van het bekende patroon afwijkt, wordt als riskant gezien”, zegt Paul Rosenmöller, een van de zes leden van de fractie van Groen Links. “Vrijwel niemand wijkt nog van het fractiestandpunt af. Wie dat wèl doet, wordt een eenling, verstoken van steun van zijn collega's. Het lijkt wel alsof Kamerleden zich niet meer realiseren dat ze de samenleving vertegenwoordigen. Ze worden steeds meer verdediger van overheid en bureaucratie; ze staan met de rug naar de samenleving.”

Een hard oordeel over het parlementaire werk van de 36-jarige Groen-Linkser, die drieëneenhalf jaar geleden in de Tweede Kamer kwam. (“Ik was niet eens lid van een van PSP, PPR of CPN; ze hebben me gewoon van de straat geplukt en in de Kamer neergezet. Hartstikke goed. Zou veel meer moeten gebeuren.”) Waarom zouden bij de behandeling van een bepaald thema niet meer woorvoerders uit één fractie kunnen optreden, vraagt hij zich af. “Het is toch onbestaanbaar dat over alle thema's in een fractie iedereen hetzelfde standpunt heeft. Waarom zou je plenair niet net zo te werk gaan als tijdens de fractievergadering: een open discussie?”

De pers speelt bij deze verstarring een belangrijke rol, vermoedt Rosenmöller. “De media zoeken verdeeldheid op. En de partijen proberen de indruk te wekken dat ze het overal over eens zijn, vanuit de gedachte dat verdeeldheid schadelijk is. Een uiterst krampachtige manier van politiek bedrijven. Steeds minder mensen zijn nog geïnteresseerd in Kamerdebatten; iedereen weet wat er ongeveer gezegd gaat worden.

Rosenmöller denkt niet dat de Tweede Kamer op korte termijn aan dit soort veranderingen toekomt. “Voor de meeste Kamerleden vormt het hebben van een specialisme een existentiële zekerheid. Als iedereen in de fractie maar zou gaan zeggen wat hij denkt, wordt dat een bedreiging voor ze. Ze willen dat veilige en verfijnde systeem van specialismen en van je niet op elkaars terrein begeven behouden.

“Waarom moet al die energie hier zo gericht zijn op voortdurend vergaderen. Nu we van drie naar twee vergaderdagen zijn teruggegaan, kom je helemaal niemand meer tegen. Iedereen zit voortdurend in allerlei kamertjes te overleggen, waarbij de enige brug met de samenleving wordt gevormd door de media. De mate van detaillering waarop hier rond het Binnenhof op zaken wordt ingegaan, gaat nog helemaal uit van het idee van een maakbare samenleving.”

Is dat niet juist iets dat bij Groen Links wordt nagestreefd? Rosenmöller: “Wij veranderen ook. Wij zijn ook voorstander van afslanking van de overheid en van het leggen van meer verantwoordelijkheid bij de mensen zelf. De consequentie is, dat je in het parlement ook veel meer generalisten moet hebben, die lang niet allemáál hoeven te vergaderen. Die moeten zich veel meer manifesteren in spreekuren, in ronde-tafelconferenties met steeds andere vertegenwoordigers uit de samenleving, hele brede discussieplatforms.

“Voor de grote debatten in de plenaire zaal van de Tweede Kamer moet je dan in de eerste plaats charismatische figuren naar voren schuiven, die vertrouwen wekken. En verder mag iedereen zeggen wat hij wil, want je moet de zaken in een fractie dus niet meer aan één persoon ophangen. Kamerleden zijn in die opzet weer met de samenleving bezig en niet langer onderdeel en steunpilaar van de bureaucratie. Ik weet dat het heel moeilijk is om dat te realiseren, juist omdat de specialisten pas het gevoel hebben hun minister en diens ambtenaren goed te kunnen controleren als ze over evenveel informatie beschikken en op hun niveau van geïnformeerdheid kunnen meepraten.

“Ik vind dat we die illusie moeten opgeven. We moeten dat controleren op details gewoon vergeten; er zijn toch nu ook duizenden punten die zich simpelweg aan ons gezichtsveld onttrekken. Die sprong in het diepe moeten we echt wagen.”

Maar krijgt de uitvoerende macht dan niet een oncontroleerbare zeggenschap als niemand in de Kamer de details meer kent? Rosenmöller: “Nee, niet als we wetten maken die uitvoerbaar zijn. Als politici hebben we bijvoorbeeld de regelingen voor de sociale zekerheid zelf zó gecompliceerd gemaakt, door voor elke groep een afzonderlijke regeling te willen maken, dat we er nu in het geheel geen zicht meer op hebben op welke wijze ze worden uitgevoerd en of die regelingen aan onze bedoelingen voldoen.”

Als belangrijkste thema's voor de verkiezingen komend jaar noemt Rosenmöller milieubeleid, sociaal-economische politiek met inbegrip van werkgelegenheid en de multi-culturele samenleving. Als hem wordt gevraagd of hij in dit rijtje het thema criminaliteit bewust heeft weggelaten, zegt hij dat dit nú al een thema is. “Ik maak het dagelijks in m'n eigen straat in Rotterdam mee; er wordt gespoten, m'n auto is geregeld opengebroken, de antenne houdt het geen vierentwintig uur uit.”

“Al die problemen zouden nu eens in hun samenhang moeten worden aangepakt. Je kunt het minderhedenbeleid niet loskoppelen van onderwijs en van huisvesting. Criminaliteit hangt samen met druggebruik; wil je de criminaliteit aanpakken dan zul je een echt drugbeleid moeten voeren en tegelijkertijd moet je zorgen voor werk. Milieu en sociaal-economisch beleid zijn aan elkaar gekoppeld. “De grote uitdaging van deze tijd is de problemen in hun samenhang te benaderen en ze niet in fragmenten, in hun kokers te behandelen.”

Het uitgangspunt van Groen Links daarbij, aldus Rosenmöller, is “de economie van het genoeg”. “Schone lucht, groen op fietsafstand zijn belangrijker waarden, dan een gulden erbij. Dat geldt natuurlijk niet voor mensen met minimale inkomens. Wij pleiten als Groen Links niet voor vergaande nivellering, maar wel voor lastenverschuiving. Minder lasten op arbeid, meer milieuheffingen. Ik zeg dus niet dat mensen met een inkomen van 180.000 gulden per jaar terug moeten naar 80.000, maar ik zeg wèl dat de hogere inkomensgroepen een prijs mogen betalen voor meer samenhang in de samenleving. Zij ook worden bedreigd door criminaliteit en milieuvervuiling.”.

Onder een aantal voorwaarden kan hij zich voorstellen dat Groen Links zich aansluit bij een "paarse' coalitie van PvdA, D66 en de VVD. “Ik wil dat niet uitsluiten. Voorwaarde is natuurlijk dat je in die coalitie iets van een werkelijke bestuurlijke vernieuwing van de grond kunt krijgen. Er moeten daarnaast natuurlijk een aantal voor ons herkenbare thema's in zitten: een echte keuze voor het openbaar vervoer, geen nieuw Zestienhoven met Schiphol om de hoek, meer werk voor allochtonen en invoering van een referendum bijvoorbeeld.”

En ook: geen dichtgetimmerd regeerakkoord. “Dan krijg je veel leukere en spannender debatten, waar meer risico's inzitten. Iets van politiek avonturisme is heel goed. We moeten af van dat resultaatvoetbal van tegenwoordig, van: als het kabinet maar in stand blijft.

“Wat zo'n Clinton daar nu in Amerika doet, vind ik een goed voorbeeld van wat ik bedoel. Na zijn verkiezing tot president is hij direct een debat met de samenleving aangegaan. Nadat hij was geïnaugureerd, deed hij voorstellen waarmee hij het land in gaat om ze te verdedigen, om er steun voor te verwerven. Als hij dat volhoudt, is hij echt in debat met de samenleving. In Nederland geeft Lubbers een interview aan het blad van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond. Dat is zjn signaal aan de samenleving.”