Het zoontje van de dominee; Benno Barnard over zichzelf en Europa

Benno Barnard: Het gat in de wereld. Uitg. Atlas, 278 blz. Prijs ƒ 39,90.

Zolang er tussen Oporto en Odessa koffiehuizen zijn, heeft George Steiner ooit gezegd, voel ik mij thuis in Europa. Barnards boek gaat over Europa. Maar het Europa dat Steiner met zoveel zelfverzekerdheid bewoont, is voor Barnard het gat in de wereld geworden.

Er zijn een paar mogelijkheden om Europa te redden van de politici en de projectontwikkelaars en geen ervan heeft echt toekomst. De restauratie van het klassieke Europa is een afgestorven ideaal dat nog slechts als gevreesd super-ego onrust veroorzaakt. De majestueuze eruditie van Steiner om het oude en nieuwe bijeen te houden is helemaal voor weinigen weggelegd. Het wankele evenwicht dat Barnard omschrijft, een ijle hoop, is het enige dat erop lijkt te zitten.

Laat ik het eerst maar zeggen: het boek van Barnard is een ontroerend boek. Het sleept mee, het verwart, het zet je aan het denken. En hoe uiteenlopend de onderwerpen die erin aan bod komen ook zijn - het verhaal van de verhouding tot zijn vader, de oud-predikant W. Barnard, de dichter Guillaume van der Graft, zijn verblijf in de Verenigde Staten als gastschrijver, zijn bezoeken aan Praag, Marienbad en Triëst - het gaat allemaal over hemzelf en allemaal over Europa en heeft een grotere samenhang dan met zijn gevoel voor fragmentatie overeenkomt. Het gaat over de wankele identiteit die we voor onszelf zijn, het negatieve waarmee we gewoon zijn Europa te omschrijven.

Een van de kenmerken van de jeugd van een Pfarrerskind, is de alomtegenwoordigheid van het woord en de afwezigheid van de vader. Uit Amerika bericht Barnard aan zijn vader hoe hij hem aan Amerikaanse vrienden beschrijft, "namelijk dat ik me mijn vader herinnerde als een afwezige man, die op zijn studeerkamer altijd in oude joodse boeken verdiept was: een apart trapje van zeven treden, verborgen achter een deur in de woonkamer leidde naar een entresol, een geheimzinnige wereld waarin de letters als in een spiegel van rechts naar links werden geschreven. Dat je me later eens verteld had hoe het hart van al die wijsheid uit verboden bestond: het goddelijke was uitsluitend negatief benaderbaar. En dat dit duistere midden van de dingen één generatie later in het niets, in het gat, het lege centrum van de wereld was veranderd.'

De vader maakt de oudste herinnering van de zoon apocrief - een domineeskinderenwoord voor een bekend probleem: is het een eigen herinnering of een herinnering aan een herinnering van de vader? De macht van de vader, even zachtaardig als alomvattend, was slechts op één manier te breken: "door hetzelfde anders te doen, door mijn gewicht groter te maken dan het zijne'. Wat een geluk voor Barnard dat zijn vader een dichter was onder pseudoniem.

Dat is de ene pool. Europa is de andere. Europa is zijn krachtcentrale, zegt Barnard ergens. Als hij in Amerika is, sterft hij nagenoeg van heimwee naar Europa. De spanning tussen de polen wordt gevormd door zijn opvoeding, door de overtuiging, dat de bijbel een boek van poëzie is, dat poëzie met godsdienst te maken heeft en dat godsdienst hier het christendom is. "Voor zover mijn wereld überhaupt een centrum heeft, is dat vanzelfsprekend het Europa van mijn ouders en voorouders: dit gematigde, schemerige schiereiland onder de regen, bewoond door neurotische volkeren en bestierd door een ten dode opgeschreven god.'

Een perifere taal, norse obers, kettingrokende vrienden, asfalt en benzinestank, ironie en melancholie, dat is Europa. Barnard moet niets hebben van de natuur "de stupide, geschiedenisloze herhaling van alles', "een Hades voor een stadsmens'. Hij heeft evenmin veel op met schoonheid. Een museum maakt hem onrustig: "al die goede smaak, uitgesmeerd over de wanden van de musea, verdraag ik helemaal niet: ik word zelf zo lelijk.' De steekwoorden voor zijn karakter zijn: "trots, misantropie, hunkering, angst, voyeurisme'.

Maar is er wel zoiets als karakter? Barnard leidt een verliteratuurd bestaan, zoveel is zeker. Op één pagina kan men vele verwijzingen naar en verhulde citaten van collegadichters tegenkomen. Een van zijn zekerheden is het inzicht "dat mijn ik een almaar veranderend iets is, uitgerust met een paar erfelijke constanten'. Maar tot het eind speelt hij het postmoderne spel niet mee. De deconstructie van romans tot louter lucht heeft ook zijn minachting. Hij laat een Tsjechische vriend aan wie hij de mode uitgelegd heeft een vinger lateraal tegen het voorhoofd drukken en vragen of "ze', de deconstructivisten, Solzjenitsyn al behandeld hadden.

Grootvadersklok

Het lijkt of Barnard de droom van de identiteit heeft laten varen voor die der gelijktijdigheid. Als de vader over zijn eigen jeugd praat, ontstaat er een sfeer van lotsverbondenheid met de zoon. Tijdens een telefoongesprek met zijn vader vanuit Amerika heeft het tijdsverschil hetzelfde effect: "jij ergens in mijn toekomst, ik ergens in jouw verleden, in plaats van omgekeerd.' Zijn Praagse vriend Slavek heeft "simultaan tien jaar vooruit en tien jaar achteruit geleefd'. Het geheugen van een vriend uit Bohemen wordt omschreven als "een sinds jaren stilstaande grootvadersklok, waarvan het mechanisme zoëven in werking was gezet'. Vele malen wordt het spelletje gespeeld: toen jij zo oud was als ik nu deed je dit of was je dat.

Het is een romantisch spel en soms leidt het tot grote kunst. Barnards geliefkoosde antiheld is Zeno, "een moderne, doorrookte, hypergespannen twintigste-eeuwer, die geen raad meer wist met het romantische zelfbedrog (monogame schijn, ongebreidelde vooruitgang) van de negentiende-eeuwse burgerman'. Zijn bezoek aan Triëst is een zoektocht naar Italo Svevo, een commentaar op het hoofdstuk "het roken' uit Bekentenissen van Zeno. Het herleven van het rokersprobleem uit het boek van Svevo, die "liefde in het fin de siècle', is voor mij het hoogtepunt in het nieuwe boek van Barnard.

In zijn Real presences houdt Steiner staande dat echte literaire kritiek plaatsvindt binnen de kunst: Vergilius over Homerus, Dante over Vergilius, Milton over Dante. Ware confrontatie is de reactie van The Portrait of a Lady op Middlemarch, van Anna Karenina op Madame Bovary. Hetzelfde geldt voor "Liefde in het fin de siècle' als commentaar op "het roken'. Het oude Europa is teruggehaald, de "vooruitgang' is even ongedaan gemaakt, de tijd even stil gezet.