Gravelbijter Bruguera is als 'n muur die terugslaat

BARCELONA, 26 MAART. Op een snelle binnenbaan zou Nederland favoriet zijn, op gravel is Spanje een veel sterkere tennisnatie. Het Davis-Cuptoernooi hanteert de regel dat de thuisspelende ploeg de ondergrond mag bepalen. In Barcelona kozen de Spaanse tennissers voor gemalen baksteen, de enige baansoort die er is in Spanje. Het is vanzelfsprekend de favoriete ondergrond van hun beste speler Carlos Costa en Sergi Bruguera.

Gravel is "traag', de bal wordt bij de stuit door de korrels in zijn vaart geremd. Daardoor hebben de spelers meer tijd om te reageren, maken ze minder fouten, kunnen ze minder gemakkelijk een "winner' slaan en duren de rallies langer. Tennissen op gravel vergt fysieke, maar vooral psychische aanpassingen van de spelers. Haarhuis en Eltingh stonden vorige week in Florida nog op een snelle ondergrond (hardcourt) te spelen, Koevermans speelde toen in Casablanca al vier partijen op gravel.

“Je hebt tijd nodig om om te schakelen van hardcourt naar gravel”, zegt bondscoach Stanley Franker. “Gravel loopt moeilijker. Bovendien verspringen de ballen. Op hardcourt weet je voor honderd procent hoe een bal doorschiet na de stuit, maar op gravel kan die alle kanten opspringen. Dat verreist een grote mentale tolerantie. Dat je meer tijd hebt om te reageren is voor de Spanjaarden een voordeel. Het zijn spelers die alleen maar de bal terug "hengelen'. Ze halen veel, slaan alles terug. Het zijn goede verdedigers en goede counter-attackers.”

Vooral Bruguera hoort tot de categorie "gravelbijters'. Hij speelt als een muur die terugslaat. De enige keer dat hij de baseline verlaat is bij de pauzes tussen de games in, schreef een Amerikaanse verslaggever, die zich bovendien ergerde aan zijn hoge forehand-ballen, druipend van de topspin. “Zo hoog dat de ballen te zien waren op de radar van het vliegveld van Palm Springs.”

“Je moet op gravel harder werken en anders lopen”, vertelt Paul Haarhuis. “Je hebt een paar dagen nodig om te wennen. Een rally duurt langer. Je krijgt per punt twee ballen extra terug. Een volley die op een snelle baan "af' is, krijg je op gravel nog een keer terug. Maar dat is alleen een probleem als je je er aan gaat ergeren. Het is geen probleem als je je er op hebt ingesteld.”

De echte toppers kunnen op iedere ondergrond winnen, maar er zijn per baansoort (gras, indoor, gravel en hardcourt) specialisten. Op de ranglijst van 1992 per baansoort van het Amerikaanse Tennis Magazine luidt de top vijf op gras: Agassi, Ivenisevic, Sampras, McEnroe en Edberg. Die op gravel: Courier, Korda, Agassi, Rosset en Carlos Costa, de kopman van het Spaanse Davis-Cupteam. Op gravel won Costa vorig jaar twee toernooien (Estoril en Barcelona), in Rome stuitte hij in de finale op Courier. Paul Haarhuis verloor op gravel in Monte Carlo en Parijs in de eerste ronde, in Rome in de tweede ronde en in Hamburg in de vierde ronde.

De snelheid, of traagheid, van een gravelbaan is afhankelijk van de fijnheid van het gravel, van wat er onder ligt en van het klimaat. Hoe fijner de korrel, hoe sneller de baan zou kunnen zijn. De korrels hier in Spanje zijn veel fijner dan die in Nederland. Amerikaans gravel (eerder een soort klei, ze noemen het ook "clay') is nog fijner. Amerikaanse spelers die voor het eerst met Europees gravel in aanraking komen, betitelen dat als een "zandbak'. De open Franse kampioenschapen in Parijs worden op een relatief snel gravel gespeeld, waarop het mogelijk is met service-volley-spel voor de dag te komen. Daar vermengen ze de baksteenkorrrels met kalk, waardoor de dichtheid van het mengsel toeneemt.

De kunst is gravel te laten "pakken'. Hoe steviger, hoe sneller. Een baan wordt regelmatig gerold. Het is net als op het strand. Aan de kustlijn valt er nog te lopen, in het rulle zand tegen de duinen aan, zak je weg met je voeten.

Een laag gravel bovenop klei is trager dan een laag bovenop zand (zoals in 't Gooi) omdat de baan dan vochtiger is. Dezelfde invloed heeft een vochtig klimaat, zoals in Nederland. Vocht zuigt de ballen het gravel in. Als het regent en de baan nat wordt, nemen bovendien de ballen vocht op, worden ze zwaarder en trager.

Op gravel moet Nederland zich behelpen met één zelfbenoemde specialist. Mark Koevermans zal het komende seizoen uitsluitend op gravel proberen het verloren terrein op de wereldranglijst terug te veroveren. Hij zakte van een top-vijftigplaats naar nummer 155. Zijn successen haalde in het verleden in het (mediterane) gravelcircuit: in Athene, Hilversum, Estoril en Monte Carlo. Koevermans kreeg van Franker de voorkeur boven de veel hoger geklasserde Eltingh. “Hij heeft vorige week vier ronden gespeeld op gravel (drie maal kwalificatie en de eerste ronde), hij was als eerste in Barcelona en hij heeft goed gepresteerd in de Davis Cup”, zei Franker. “Wel is het jammer dat automatisch op de eerste dag nummer één van het ene land tegen nummer twee van het andere land speelt. Ik had liever op de eerste dag al Koevermans tegen Bruguera gehad. Want daar heeft hij de laatste twee keer van gewonnen.”