Getemperde tragiek in stuk van ordelievende regisseur Luk Perceval

Voorstelling: All for Love van Benno Barnard naar John Dryden, door de Blauwe Maandag Compagnie. Regie: Luk Perceval. Decor: Katrin Brack. Spel: Jan Decleir, Els Dottermans, Gilda De Bal, Michel Van Dousselaere, Peter Van den Begin, Victor Löw, Mike Ho-Sam-Sooi. Gezien: 24/3 Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar t/m 27/3. Elders in Nederland t/m 9/4.

Het Londense Drury Lane Theatre moet bijzonder brandgevaarlijk zijn geweest; zo was het podium bij de première van John Drydens treurspel All for Love or the World well lost in 1677 nog geheel door kaarsen verlicht. In Luk Percevals enscenering van Liefdeswoede, zoals de gloednieuwe en sterk gemoderniseerde vertaling van Benno Barnard ook wel heet, gaat de pyromanie nog wat verder. De speelvloer is bezaaid met theelichtjes; brandende fakkels werpen grillige schaduwen op de muren van de schouwburg en boven de spelers hangt een reusachtige kroonluchter in de vorm van een blauwe wereldbol.

Al dit overdadig flakkerende licht is meer dan een verwijzing naar de zeventiende-eeuwse theaterpraktijk. Het geeft het spel ook iets schimmigs, en dat past precies bij de personages, die vooral bij de gratie van de overlevering bestaan: All for Love is een bewerking van een bewerking van een bewerking. Plutarchus en Shakespeare, Dryden en Barnard lieten zich inspireren door de tot mythische proporties opgeblazen liefdesgeschiedenis van Marcus Antonius en Cleopatra, de Romeinse opperbevelhebber en de Egyptische koningin, die dertig jaar voor Christus in Alexandrië een eind aan hun leven maakten. Barnard, die de eenheid van tijd en plaats van Dryden overnam, situeert de handeling in de tempel van Isis, de beschermgodin van de troon en van de doden.

Uit Percevals regie blijkt al gauw dat deze tempel een plaats is waar de uitersten elkaar ontmoeten - in de gedaantes van Antonius en Ventidius bijvoorbeeld. Generaal Ventidius, het toonbeeld van standvastigheid en plichtsbesef, probeert zijn vriend over te halen Cleopatra te laten zitten, om samen met hem te land en ter zee te redden wat er te redden valt van Antonius' ondergaande imperium. Maar de imperator is wankelend de tempel binnengekomen, druipnat van de wijn die hij over zich heen heeft gesproeid. Op hem kan Rome niet rekenen; Cleopatra heeft, in Ventidius' woorden, "de man in hem kapotgekeesd.' Antonius aarzelt tussen Rome en Egypte, tussen Cleopatra en zijn echtgenote Octavia, tussen plicht en passie, tussen realisme en romantiek. Jan Decleir geeft virtuoos gestalte aan de verscheurdheid van deze man.

Uitersten beheersen ook Cleopatra, die nu eens de ongenaakbare koningin en dan weer het kwetsbare meisje speelt. Haar grote ogen onder het kortgeknipte haar doen aan de devote blik van de Madonna denken, maar haar plateauhakken passen weer meer bij een prostituée. Zij is de vleesgeworden projectie van mannelijke fantasieën - en dat maakt dit personage, door Els Dottermans van een primitieve semi-Afrikaanse motoriek voorzien, nogal vlak en ongeloofwaardig.

De soms vulgaire toon en de zelfironie van haast alle personages, de muzikale intermezzo's en de vrolijke kitsch van de vormgeving zorgen er te zamen voor dat het stuk nergens echt tragisch wordt. Zelfs de sterfscènes hebben iets laconieks. Nadat hij zich met zijn zwaard van het leven heeft beroofd, steekt Antonius een sigaret op en kijkt dan gemoedelijk toe hoe ook Cleopatra zelfmoord pleegt. Wanneer dat achter de rug is geeft hij haar zijn sigaret en zie, de dode koningin begint gretig te paffen. De sigaret staat voor de rust die zij tijdens hun leven niet vonden.

Dat All for Love mij zelden werkelijk raakte ligt niet zozeer aan deze getemperde tragiek, maar vooral aan de al te logische structuur. Antonius heeft het gevoel dat hij in duizend stukken valt, en toch valt hier alles keurig op zijn plaats. Die ordelievendheid van schrijver en regisseur maakt een geruststellende indruk, terwijl vermoedelijk juist het tegendeel werd beoogd. Maar dat is slechts wat nurks gepruttel bij een voorstelling waar verder niets op aan te merken valt.