Geen enkel verhaal is dat ene; Elegische gedichten van Rutger Kopland

Rutger Kopland: Geduldig gereedschap. Uitg. Van Oorschot, 40 blz. Prijs ƒ 22,50 en 35,- (geb).

De twee woorden die de titel van Rutger Koplands nieuwe bundel vormen, geven een samenvatting van de levenshouding die door zijn lyrische ik wordt vertolkt. Men is geduldig, en men ervaart zichzelf als gereedschap. Met iets andere woorden: deze poëzie is eerder beschouwelijk dan gepassioneerd, en daarin wordt het leven ondergaan met beschaafde, verstandige gereed-heid, men stelt zich op als een werkbaar mens onder de mensen.

Eigenlijk is "beschouwelijk' niet helemaal juist, want Koplands poëzie is, zeker in deze bundel, ook elegisch te noemen. De techniek van de wat weemoedige bespiegeling, die altijd al bij Kopland centraal heeft gestaan, wordt nu ook toegepast op eerdere bespiegelingen. In deze tiende bundel zijn dan ook verwijzingen te vinden naar werk van lang geleden. De titel van zijn eerste bundel, Onder het vee (1966), komt terug als titel van een van de gedichten in Geduldig gereedschap. Evenals in Onder het vee komt in de nieuwe bundel een "Psalm' voor - wel een heel andere, en ditmaal zonder onbepaald lidwoord in de titel, alsof de psalmist inmiddels weet dat zijn hele oeuvre één is. Hij is met ordening bezig: "Ach, geduldig gereedschap, geduldige zoeker en sluiter...'

Nu heeft er bij Kopland al eerder een soort ordening plaatsgevonden: de bundel Herinneringen aan het onbekende uit 1988. Daarin nam Kopland sterke cycli op als "Voort', "Verder' en het bekende "Drentse A', die een voortreffelijk samengaan van gedachte en gedicht te zien gaven. Intense, maar gelaagde en steeds verder voerende beelden werden in onvoorspelbare, gebalde ritmen gevat. Noch het verstandelijke, noch het ongrijpbare overheerste. Er werd niet "gesloten', de muzikaal lopende regels boden zelfs ruimte aan een profetisch moment.

In Geduldig gereedschap staan deze elementen minder op de voorgrond. Neem de tweede strofe van "Fotograaf':

Dit is het wachten en het niet weten waar

ik ben, een plek onder de mensen

die ik niet zal terugvinden.

Niet weten waar je bent is vanouds een van Koplands preoccupaties, maar als je steeds maar weer belijdt dat je het niet weet, ontstaat op het laatst de indruk dat je wel weer iets weet. 't Is een soort ritueel niet-weten dat in dienst staat van elegische en retorische doeleinden; het werkt zelfs geruststellend, want je kunt daardoor blijkbaar wél volhouden dat je plek er één "onder de mensen' is. Dit is het niet-weten van iemand die zich werkbaar schikt in de mogelijk- en onmogelijkheden van het beschaafd zegbare. Hij weet wel een heleboel niet, maar hij vindt het redelijk en menselijk, misschien zelfs een beetje behaaglijk, om dat niet te weten. Je krijgt niet het gevoel dat hij, of "de mensen', die onzekerheid als iets verschrikkelijks zien.

Dit zou je aan de ene kant als een begrenzing, wellicht een beperking van Koplands poëzie kunnen zien - het almaar doenlijk-doorkabbelende, weinig avontuurlijke ervan. Aan de andere kans is het de vraag of hij zonder dat zo'n vooraanstaande dichter zou zijn, want hij gaat uiterst zorgvuldig met de taal om en beheerst zijn materie volledig. Hij geleidt je niet naar of over de grenzen van het existentieel draaglijke, maar slaagt erin enorme vlaktes van de menselijke existentie treffend en memorabel in kaart te brengen. Individuele belevenissen worden gezien, herdacht en "gesloten', maar de levensloop als geheel blijft onvangbaar, open:

geen enkel verhaal is dat ene, waar we

ergens vandaan gingen en ergens aankwamen.

De definitieve integratie blijft dus uit, niet omdat er sprake zou zijn van verpletterende, onverzoenlijke ervaringen, maar omdat verder gaan en verder afwachten belangrijk zijn. In deze zin is Koplands poëzie een soort humanistische liturgie: een steeds opnieuw huldigen van wat geen mens koud kan laten maar wat pas in en door de steeds herhaalde pogingen tot vieren zich in al zijn warmte laat vertellen. En aangezien "onder de mensen' vertellen ook bewaren is, blijft er voor ons als lezers veel waardevols in Koplands woorden bewaard. Maar Geduldig gereedschap is een weinig opzienbarende voortzetting van een oeuvre dat voor mij persoonlijk zijn voorlopige hoogtepunt vindt in Herinneringen aan het onbekende.