Een exodus die de wereld ontgaat

"Vergeten vluchtelingen' worden ze genoemd - ten onrechte, want de term suggereert dat ze ooit echte aandacht genoten. Journalisten die zich in hun lot willen verdiepen, kunnen na het intreden van de schemering met de politie van Hongkong mee op pad. Elke nacht is het raak: steevast staan patrouilles op zeker moment tegenover een handvol Chinezen die als angstige konijnen in de zoeklichten staren. Hun weg van de "revolutionaire socialistische markteconomie' naar de lokkende Britse kroonkolonie loopt dikwijls dood op de grensbewaking.

Al ruim een decennium is Hongkong in het nieuws als de stad waar Vietnamese bootvluchtelingen matig geëquipeerde kampen bevolken. Weinigen weten dat deze refugees (op dit moment nog zo'n 40.000) een behandeling ondergaan die stukken beter is dan de manier waarop illegaal uit de Volksrepubliek overgekomen burgers tegemoet worden getreden. Terwijl veel van zulke vastelanders nota bene familie hebben in de puissant rijke metropool, krijgen zij niet eens de kans aan Hongkong te ruiken. Agenten zetten hen rücksichtslos over de grens.

Zonder veel publicitaire gevolgen heeft de Chinese vluchtelingenstroom de afgelopen jaren een forse omvang gekregen. Tussen berichten over het naderende bezoek van popzanger Elton John en de scheldpartijen van het bewind in Peking richting gouverneur Chris Patten trof ik onlangs in de Evening Standard een éénkolommer aan, waarin werd gemeld dat alleen al in de eerste zes weken van 1993 zo'n vierduizend onderdanen van Deng Xiaoping hadden geprobeerd de wijk te nemen naar Hongkong. Een stijging van 67 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Om een nieuw - en economisch aantrekkelijk - leven te kunnen beginnen, springen de emigranten desnoods in wrakkige houten vissersboten, waarmee door weer en wind langs rotskusten koers wordt gezet naar het veronderstelde walhalla. Tijdens mijn laatste verblijf in de kroonkolonie toonde Star-televisie beelden van 101 gearresteerde "Chinese bootvluchtelingen'. Hurkend in het ruim van hun schip lieten ze de tirade van een agent over zich heen gaan. Tien vrouwen kregen speciale aandacht. Zij werden gekapitteld vanwege hun geplande "carrière in de zeden'.

Sinds kort reppen de media in Hongkong over "een ware uittocht'. Onder de kop Is the world facing another boat people crisis? sprak een plaatselijke kwaliteitskrant enkele weken geleden zelfs over “een massa-exodus, waarvan niet alleen onze stad het slachtoffer is”. Het gaat niet langer om individuele ontsnappingen en acties van kleine groepjes.

Talloze inwoners van de Volksrepubliek laten zich tegen betaling door Taiwanese trawlers naar de vrijheid transporteren. Ze worden afgezet op de Filippijnse, Japanse of Australische kust. In 1992 onderschepte de Amerikaanse kustwacht vijf van dergelijke volgeladen vaartuigen. Bestemming: Hawaii.

Ondertussen hebben Zuidoostaziatische misdaadsyndicaten ontdekt hoe lucratief de Chinezensmokkel is. Volgens de Sunday Morning Post verrijken the shadowy masterminds of the alien smuggling business zich in hoog tempo door het vervoer min of meer te monopoliseren en hoge bedragen (tot tienduizenden guldens per persoon) in rekening te brengen. Luxueus zijn de overtochten niet: mensen worden in vrachtschepen gepropt, krijgen onderweg vrijwel geen eten, moeten het zonder sanitair stellen, en hoeven in geval van ziekte geen doktersbehandeling te verwachten. Bovendien is er geen garantie dat de onderneming slaagt.

*In december vertrok de Panamese Eastwood met 529 illegale Chinese emigranten uit Hongkong naar Honolulu. Vanwege motorpech zag de kapitein zich eind januari gedwongen aan te meren in het hol van de leeuw, een Amerikaanse militaire basis nabij de Marshall-eilanden. Begin deze maand werden de passagiers teruggestuurd naar de Volksrepubliek. Vervolging, deelden de Chinese autoriteiten president Clinton mee, zou uitblijven. Naar verluidt wordt die belofte echter geschonden: in de provincie Fujian zijn sommige van de “criminelen die het Moederland verlieten” gevangengezet. Anderen moeten hoge boetes betalen.

*In de wateren van Singapore werd kortgeleden de Solas aangehouden, een Taiwanees schip dat 129 Chinezen aan boord had. Het was in november vertrokken uit Keelung, met het oogmerk via de lange westelijke route naar New York te varen. Na een verblijf in de cellen van het Tampines-strafkamp keerden de vluchtelingen onder politiebegeleiding terug naar hun vaderland.

*Aan de kade van Mombasa, Kenia, ligt de Nadj II (registratie onbekend). De stoomboot laadde herfst '92 in de Golf van Thailand driehonderd Chinezen. In de Indochinese regio wachten volgens de Bangkok Post tienduizenden lotgenoten op een soortgelijke "ontsnapping'. De Nadj II zou via Angola en Mexico naar de VS koersen, maar inmiddels verblijven de vluchtelingen al vier maanden in een vastgeketend schip dat de Keniase overheid "unfit for human habitation' noemt.

Terwijl de "massa-exodus' doorgaat, buigen commentatoren in Hongkong zich tevergeefs over de vraag waarom zoveel Chinezen uitgerekend nú de Volksrepubliek de rug toekeren. Zorgt het Socialisme met Chinese karakteristieken niet voor een snelle verbetering van de levensomstandigheden? Lijkt de politieke repressie niet enigszins af te nemen? “Misschien”, opperen originele en cynische geesten in de kroonkolonie, “is deze ontwikkeling helemaal niet nieuw. Misschien is alleen de ontdekking ervan een nouveauté. God mag weten hoeveel krakkemikkige schepen vol Chinese vluchtelingen in eerdere jaren onopgemerkt het buitenland hebben aangedaan - of zonder dat iemand er iets van merkte naar de bodem van de Pacific zijn gezonken.”