Dierenhotel Kroonjuweel

Vanaf de weg zagen we tussen de bomen de toren van een kasteeltje oprijzen.

Een eindje verderop vonden we de met grind bedekte oprijlaan die naar het kasteel voerde. Er was een bord neergezet waarop te lezen stond: "Dierenhotel Kroonjuweel'. “Gerrit, hou nu maar eens op met miauwen. We hebben je hotel al gevonden,” zei mijn vriend Jan tegen de poes die in zijn rieten kattemandje op de achterbank van de auto zat. Bij de ingang van het hotel stonden twee stenen leeuwen die allebei scheel waren. In de kasteelhal hingen grote schilderijen van allerlei dieren in gouden lijsten met krullen. Op de schilderijlijsten waren koperen plaatjes met ingegraveerde sierletters bevestigd. Onder het schilderij van een struisvogel las ik: "Asjwin (1922-1953), de struisvogel van baronesse Adèle van Vierwinden, was gast in ons hotel op oudejaarsavond 1923'. Onder het portret van een heel dik varken was geschreven: "Baby Bobby (1978-1992), de muzikale big van de Keizer van Gozo, vierde zijn negende verjaardag in ons hotel'.

Jan zette Gerrit met poezemand en al op de rand van de hotelbalie en drukte op een belletje. Er kwam een receptioniste tevoorschijn die een paardestaart en een vlinderbril droeg. “Heeft u een eenpersoonskamer voor vannacht?” vroeg Jan. “Voor wie?” vroeg de receptioniste. “Voor mijn kat,” antwoordde Jan. De receptioniste keek door het deurtje van de kattemand naar de zwart-wit gevlekte boevenkop van de nog altijd krijsende Gerrit. “Is dit de gast?” vroeg ze met een vies gezicht. Jan knikte. “Ons hotel is uitsluitend bestemd voor twee soorten dieren. Voor dieren waarvan de baas van adel is of voor dieren met een eigen stamboom,” zei de receptioniste. “Dat komt dan goed uit,” zei Jan. “Als u mij de stamboom van uw kat geeft, zal ik hem inschrijven,” zei de receptioniste. “Ik ben zijn stamboom vergeten,” loog Jan die Gerrit als jong poesje in het dierenasiel had gevonden. “Mijn Gerardus is een Europese korthaar, het is een rasechte dakhaas. Ik ben trouwens zelf ook van adel. Mijn overgrootvader behoorde tot de Patagonische landadel,” zei Jan. De receptioniste zuchtte diep en begon de gegevens van Gerrit in een boek te schrijven. Daarna vroeg ze welk menu Gerardus prefereerde. Gerrit kon kiezen uit levende muis met knabbelmix, gekookte kabeljauw met leverworst en gemarineerd piepkuiken met vers kattekruid. “In ieder geval geen levende muizen,” zei Jan.

Daarna liet de receptioniste ons de hotelkamer zien. Hij was gemeubileerd met een hemelbedje waarop een schapevacht lag, een klimpaal, een krabpaal, een porseleinen kattebak, porseleinen eet- en drinkbakjes en een video. “Gerardus is een liefhebber van voetbalwedstrijden en van natuurfilms over vogels,” zei Jan. De receptioniste stopte meteen een film in het video-apparaat. Toen we de kamer verlieten, zat Gerrit spinnend op het hemelbed naar een Europacup-wedstrijd te kijken. “Dag Gerrit, tot morgen,” zei Jan, waarna we hotel Kroonjuweel verlieten.