De paus bespat; Graham Greene's dromen

Graham Greene: A World of my Own. Uitg. Reinhardt Books, 138 blz. Prijs ƒ 43,05.

In de laatste maanden voor zijn dood in 1991 heeft Graham Greene uit zijn honderden pagina's droomdagboeken van de voorafgaande vijfentwintig jaar een kleine keus gemaakt voor publikatie.

Over die world of my own waar niemand hem gezelschap hield had hij ook eerder dan in zijn laatste jaren vaak aantekeningen gemaakt, maar niet zo consequent meteen 's nachts. Sommige van de gepubliceerde dromen lijken te kort om volledig te zijn; delen ervan was hij misschien toch vergeten of liet hij opzettelijk weg. Wat er over is, roept meestal een ware werkelijkheid van de slaap op, stil en snel en gewichtloos. De enige literaire vertekening die opvalt zijn stukjes romanachtige dialoog. Wat, vlees op vrijdag? - ik dacht dat u katholiek was, zei Chroesjtsjov toen Greene in zijn eigen wereld met hem aan de lunch zat in de Savoy; en kardinaal Heenan verborg zijn ergernis niet over het bericht dat de auteur tot aartsbisschop benoemd was: het sloeg bij mij in als een bom, zei hij, wij moeten het erover hebben.

Greene had verscheidene dromen die in de toekomst leken door te dringen en rampen of politieke gebeurtenissen aankondigden. Verder was hij terughoudend met interpreteren. Als hij ooit een onthulling over zichzelf in een droom zag zou hij dat niet gauw aan het lezende publiek meedelen. Bij sommige denk ik dat hij zeker iets zou hebben kunnen uitleggen van ontmoetingen en incidenten die in de droombeelden terugkeerden. Die gegevens hield hij verborgen achter zijn beminnelijke eenzame glimlach, onzichtbaar in dit boek maar bekend van enkele televisie-interviews van zijn laatste jaren.

Ook zonder toelichtingen leren wij Greene nader kennen uit zijn dromen, dat kan niet anders. Iemand die vertelt dat hij om aan een politieke carrière te beginnen naar een onbekend plaatsje genaamd Horden wilde waar de trein stopte bij een antiekwinkel en hij zich onvergetelijk gelukkig voelde hoewel hij niets beleefde, kan niet langer als een vreemde worden beschouwd. Toen hij een film zou gaan regisseren naar een stuk van Ibsen met Ralph Richardson in de hoofdrol kwam hij in de studio aan zonder er iets voor bedacht te hebben, en werd bespot door twintig technici die aan lange tafels in de kantine zaten. In 1965 verbrak hij zijn engagement met een meisje dat daarna door haar moeder op een feestje werd binnengedragen in verschrompelde staat, op het punt van overgeven; Henry Moore was ook te gast op het feest; aan het slot kwam alles goed. In een klein theater in Noord-Afrika moest hij de rol spelen van een priester die zelfmoord pleegde tijdens de mis; hij had geen tekst gekregen, maar hij riep uit: Ik dood mijzelf, God, omdat u niet meer van mij houdt.

Paus Johannes XXIII

Deze laatste droom, zullen Greene-lezers zeggen, was niet nodig om nader tot de auteur te komen: dat is hem zoals wij hem al kenden. Er zijn er meer, maar ook van de dromen waar het geloof in betrokken is vertellen sommige iets onverwachts. Toen Paus Johannes XXIII de zee inwaadde voor een zegening werd hij lastig gevallen door drie baldadige Engelsen, Lord Southampton, Sir Kenneth Clark en Raymond Mortimer, die hem nat spatten; hij beklaagde zich bij Greene en stelde een kamer op het Vaticaan tot zijn beschikking om de heren de les te lezen.

Er speelden zich nogal eens komedies af in Greene's droomwereld. Er was ook de kat die spreken kon en opschepte over de vier vogeltjes die hij op een dag gedood had; toen Greene hem bestraffend toesprak, antwoordde hij: Ja, maar ik kreeg er tweeënveertig franc voor.

Als het gelach verstomd is blijft de intimiteit over. Droom en dood zijn aangrenzende gebieden, en de aandachtige lezer in deze droomwereld zal zich soms bijna verbeelden zelf te dromen en Graham Greene te ontmoeten die zegt: could you tell me, are we in your world or mine?