De hel

Maarten 't Hart kan "nedergedaald ter helle' (uit de geloofsbelijdenis) en "in het paradijs zijn' (Lucas 23:43) moeilijk rijmen (CS 4 maart).

S. van der Zee (CS 12 maart) schrijft dat "hel' betekent: "het rijk waar de gestorvenen zijn'. I. Cohen (CS 19 maart) wijst erop dat "hel' twee betekenissen heeft: "dodenrijk' en "oord der verschrikking'. De eerste betekenis zou dan op Jezus betrekking hebben. Het is wellicht nog ingewikkelder. In het Hebreeuwse Oude Testament staat 65 keer "sjeool'. In de Statenvertaling staat er dan "graf' (Genesis 38:35 en nog 31 keer) of "hel' (Numeri 16:30 en nog 32 keer). Over het algemeen is voor "hel' gekozen als uit de context blijkt dat er sprake is van kwaad.

In het Griekse Nieuwe Testament staan de woorden "hades' (Mattheüs 11:23 en nog 9 keer), "gehenna' (Mattheüs 5:22 en nog 11 keer) en "tartarus' (Petrus 2:4). In de Statenvertaling staat er dan steeds "hel'. De betekenis van "hades' komt overeen met "sjeool'; "gehenna' en "tartarus' hebben echter een uitgesproken negatieve betekenis. Het "gehenna' (dal van Hinnom) was de vuilnisbelt van Jeruzalem. In de "poel des vuurs' (Openbaring 20:14,15) verbrandde men daar ook de lijken van terechtgestelde misdadigers, die immers toch niet voor opstanding in aanmerking kwamen.

De "hel' uit de Statenvertaling is dus inderdaad verdacht, en moeilijk te rijmen met het eveneens lastige "paradijs'. In die tijd betekende dat overigens, net als "Abrahams schoot' (Lucas 16:22), niet meer dan de plaats van de rechtvaardige doden, van wie men geloofde dat ze eens weer op zouden staan.