Centrum voor industriële vormgeving

EINDHOVEN, 26 MAART. Staatssecretaris Yvonne van Rooy (Economische Zaken) heeft vanmiddag in Eindhoven het nieuwe European Design Centre (EDC) geopend. Het EDC, een initiatief van de Akademie Industriële Vormgeving Eindhoven (AIVE), is een "kenniscentrum' op het gebied van de industriële vormgeving en produktontwikkeling.

Het ministerie van economische zaken heeft een startsubsidie toegezegd van één miljoen gulden, het ministerie van onderwijs 1,1 miljoen. Het bedrijfsleven investeert enkele miljoenen in de vorm van apparatuur. De AIVE zelf betaalt er een bijdrage aan die over een periode van vijf jaar afneemt van een half miljoen tot een ton. Het EDC, dat een staf van zestien mensen heeft, moet over een aantal jaren self-supporting worden. Het centrum is in eerste instantie bedoeld voor de makers en afnemers van produkten, gevolgd door het onderwijs en de overheid.

Jan Lucassen, directeur van zowel het EDC als de AIVE: “De Akademie heeft zelf behoefte aan de faciliteiten die zo'n instelling biedt, maar kan die nooit bekostigen. De nieuwe wet op het hoger beroepsonderwijs biedt een academie als de onze de kans om de zogenaamde "derde geldstroom' bij de overheid en het bedrijfsleven aan te boren. Dat is wel een vorm van risicovol ondernemen waarvoor een andere mentaliteit is vereist dan voor het reguliere onderwijs. Daarom is het EDC ook een onafhankelijk instituut.”

Met het oog op de uitbreiding van de internationale markt en de toenemende concurrentie uit het Verre Oosten moet het Nederlandse bedrijfsleven meer doen aan wat Lucassen "integrale produktontwikkeling' noemt, vanaf het ontwerpen tot en met het maken. “Nu al zie je dat Philips gedwongen wordt om hele produktgroepen geleidelijk af te strepen, laatst nog de personal computers. Als de Europese ondernemingen de gigantische concurrentieslag met Amerika en het Verre Oosten willen overleven, is integratie van alle bedrijfsdisciplines van essentieel belang. Ze moeten ook sneller kunnen reageren op nieuwe trends en ontwikkelingen.”

Het EDC bestaat uit vier onderdelen: informatie en documentatie, onderwijs, onderzoek en ontwikkeling en CAD (computer-aided design). Het eerste bevat een Ontwerpers Informatie Systeem over onderwerpen als Europese regelgeving, veiligheidseisen, produktbescherming en recycling; in overleg met de beroepsgroep wordt een Ontwerpers Databank opgezet. Het ministerie van WVC heeft subsidie toegezegd voor een marktonderzoek naar de informatiebehoefte van ontwerpers en van het bedrijfsleven over ontwerpers. Deze kennis moet ook voor het nieuwe, door WVC gesubsidieerde Vormgevingsinstituut in Amsterdam nuttig zijn.

Het EDC wordt een erkende tweede fase-opleiding voor twintig studenten uit binnen- en buitenland. Op den duur kunnen studenten in negen disciplines er hun master's degree halen; in 1994 en '95 wordt een begin gemaakt met industriële vormgeving en interieurarchitectuur. Op het gebied van internationale kennisoverdracht zijn er afspraken gemaakt met Hongarije, Slowakije en Polen.

De afdeling onderzoek en ontwikkeling zal niet alleen contractresearch voor het bedrijfsleven verrichten, maar ook op projectbasis samenwerken met universiteiten en bedrijfsleven om theoretische kennis in de praktijk beter te kunnen toepassen. Als voorbeeld noemt Lucassen een ontwerp van de Technische Universiteit Eindhoven voor een oogdruppelaar voor ouderen die op de markt moet kunnen worden gebracht, of het idee om papierslib te verwerken tot verpakking voor een modefabrikant. In opdracht van de NOTA (Nederlandse Organisatie voor Technologisch Aspecten Onderzoek) verschijnt dit jaar een handboek over milieubewuste produktontwikkeling.

Het CAD Centre fungeert volgens Lucassen als een schakel tussen leveranciers van hard- en software en de gebruikers. Het centrum houdt zich bezig met de brede toepassing van de informatica-technologie, computer-aided design maar ook virtual reality (gebruikssimulatie), prototyping (stereolithografie) en raytracing (fotorealistische visualisaties). Als facilitair centrum zal het CAD Centre ook onderzoeken hoe verschillende hard- en software-systemen aan elkaar kunnen worden gekoppeld. “Hoe beter de link tussen het ontwerpen en het produceren, hoe sneller een bedrijf op veranderingen van de markt kan inspelen en een nieuw produkt ontwikkelen.”

Wat is de verhouding tussen het EDC en nieuwe Vormgevingsinstituut van directeur John Thackara in Amsterdam? “Formeel geen,” zegt Lucassen. “Typisch Nederlands, hè. Ik heb hem nog niet ontmoet, maar ik begrijp dat hij eigenlijk hetzelfde wil als wat wij hier na jaren voorbereiding gaan doen. Dan is er een probleem. Maar ik heb goede hoop dat we tot een vruchtbare samenwerking kunnen komen.”