Archipel Stichting Archipel, Vosselmanstraat 402, ...

Archipel Stichting Archipel, Vosselmanstraat 402, Apeldoorn. T/m 18 april. Vr t/m zo 13-17u.

Ceciel van Delft Casco, Oude Gracht 366, Utrecht. T/m 4 april. Wo t/m zo 13-17.30u.

Mariëtte Linders Flatland galerie, Abraham Dolehof, Lange Nieuwstraat 7, Utrecht. T/m 24 april. Wo t/m za 12-17u. Prijzen 1050 tot 9000 gulden.

Archipel

Een baby kan urenlang gebiologeerd naar een "sneeuwend' beeldscherm kijken zonder zelfs met zijn ogen te knipperen. Schilder Roland Schimmel (1954) vraagt zich af of het geheugen bij die trance-achtige waarneming buiten werking blijft, of een mens dan kijkt "zonder herinnering, interpretatie, falsificatie of verlangen'. Ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de Apeldoornse Stichting Archipel organiseerde Schimmel, een van de zeven kunstenaars-curatoren van de stichting, aldaar een expositie. Peter Verhaar, Johan van Oord en Schimmel maakten elk een muurschildering. Hoewel ze alle drie volkomen anders zijn, is er één verbindende interesse: het fysieke effect dat kijken kan hebben. Schimmels eigen schildering doet bijna pijn aan de ogen. De laatste jaren kleurt hij zijn repeterende patronen van geometrische vormen uitsluitend roze, oranje en turquoise. Het zijn kleuren die dicht tegen elkaar aan zitten, zonder licht-donker contrast, met als gevolg dat de vormen voor je ogen gaan dansen. In Archipel heeft hij op een oranje ondergrond in een lichtere tint oranje de contouren van gekleurde ovalen nagetrokken. De vaag zichtbare vormen gaan als nabeeld werken en versterken de suggestie dat de ovalen naar ons toe en van ons af bewegen. Hoe koel en immaterieel Schimmels Ecstacy er ook uitziet, je wordt er een beetje duizelig van.

Glympse van Peter Verhaar (1956) is een combinatie van een schildering, een raam in de galerieruimte en een ingelijste tekening. Als een pijl stuurt Verhaar onze blik rond, om te eindigen bij een door gezandstraald glas heen schemerende kopie van het Meisje met de parel van Vermeer. Zij kijkt recht in de ogen van de toeschouwer, en daarmee is Verhaars cirkel van blikken rond. Johan van Oord (1950) bracht een zespuntige ster van zwart velours aan op een witte muur. De vorm (de rest- of tussenvorm van zes tegen elkaar geschoven cirkels) heeft de dofheid en tegelijk de dieptewerking van zuiver pigment. Het licht wordt door dit zwart geabsorbeerd. De ster herinnert in de verte aan Malevitsj' Zwarte Vierkant, een icoon die alles in zich vat en een onbezoedelde, zuivere ervaring teweeg brengt. Van Oord wil met dit "zwarte gat' de ruimte veranderen, dat wil zeggen onze perceptie ervan.

De muurschildering van Schimmel veroorzaakt de meest fysieke sensatie van de drie, misschien omdat zijn schildering nergens naar verwijst. Daarin vertoont het werk verwantschap met het beeldenbombardement dat via zappen met de tv-afstandsbediening op je afkomt, en vooral met de lege, esthetische videoclips die MTV ons voor ogen tovert. Misschien zijn dergelijke waarnemingen analoog aan die van de baby en het sneeuwende scherm: je kijkt zonder te willen begrijpen.

Stichting Archipel, Vosselmanstraat 402, Apeldoorn. T/m 18 april. Vr t/m zo 13-17u.

Ceciel van Delft

In Alain-Fourniers boek Le grand Meaulnes komt een landgoed voor waarop de hoofdpersoon als jongetje een soort "rites de passage' meemaakte die zijn leven hebben bepaald. Als hij later op zoek gaat naar het huis blijkt het verdwenen, als een vervlogen kinderdroom. Kunstenaarscollectief Casco organiseert onder de titel The Lost Domain, ontleend aan Fourniers roman, een serie kortlopende exposities over het landschap. Ceciel van Delft (1957), de vijfde exposant in de reeks, verdiepte zich in laat-middeleeuwse schilderingen van het landschap, die zij beschouwt als weergaves van het verloren paradijs. Een brede baan blauwe latex (blauw werd gezien als de kleur van het kleed van Maria) fungeert op haar muurschildering als de traditionale goudgrond, de monochrome achtergrond in het middeleeuwse altaarstuk; vier tekeningen in zwart potlood zijn daar op regelmatige afstand op geprikt.

De opbouw van de beelden in een gescheiden duidelijke voor- en middenplan roept onmiddellijk dat vreemd-verre perspectief van onder meer de gebroeders Van Eyk op - alsof de toeschouwer God zelf is die de aarde in vogelvlucht overziet. Ook veel afzonderlijke motieven zijn te herleiden tot de oude schilderkunst: de jonkvrouw in lange jurk die direct onder de borsten is ingesnoerd; een jongen met een vogeltje op zijn schouder, als een echo van de heilige Franciscus. Opmerkelijk zijn ook de scherpe omtrekken van weergegeven dieren, die zo een soort archetypes worden. Om dat zinnebeeldige karakter van oude kunst is het Van Delft juist te doen; ze licht toe "weleens te verlangen naar een bedding voor de kunst, zoals de allegorie en de iconografie een bedding waren voor de kunst van de Middeleeuwen'.

Uit haar tekeningen spreekt behoefte aan ordening, ze schept een overzichtelijk universum waarin de vormen verwijzen maar naar iets dat de tekening te buiten gaat. In twee andere tekeningen combineert ze mensen met symbolen, in navolging van bijvoorbeeld Holbein die het innerlijk van zijn geportretteerden met (soms onbegrijpelijke) attributen tot spreken wilde brengen. Op tafel voor een waarzegster of wijze vrouw tekende Van Delft een metalen bol waarmee de banen van hemellichamen worden weergegeven. Nauwkeurig zijn de smeedijzeren decoraties van een oude revolver nagetrokken, terwijl een modelteken-paardje kundig in clair-obscur is weergegeven. Vergeleken met de dingen zijn de gezichten merkwaardig onuitgewerkt, zonder aanduiding van geslacht of karakter. Dat past wellicht niet in het middeleeuwse schilderij, waarin mensen van vlees en bloed ondergeschikt zijn aan de "compositie van de wereld'. Ceciel van Delfts installatie is dus ondanks de ambachtelijke tekenstijlen strikt conceptueel van aard. In de technische knappe reconstructie van vergeten motieven mis ik toch iets menselijks: de melancholie om het teloor gegane.

Casco, Oude Gracht 366, Utrecht. T/m 4 april. Wo t/m zo 13-17.30u.

Mariëtte Linders

Abstractie is lang niet altijd de tegenpool van figuratie. Veel kunstenaars blijken de laatste jaren moeiteloos van het één naar het ander te kunnen gaan. In het vroegere werk van Mariëtte Linders (1952) kwamen wel eens herkenbare vormen voor, maar op haar recente schilderijen is het concreetst mogelijke afgebeeld: de mens. Junction ("samenkomst'), de titel van de expositie, is echter van toepassing op alle dingen, organisch en anorganisch, die Linders op doek bijeenbrengt. De ruimte tussen de afgebeelde voorwerpen is haar eigenlijke onderwerp. Hoe de dingen zijn geschilderd, speelt daarbij een grote rol; zwarte strepen olieverf op een klein stuk linnen kunnen een groepje bomen suggereren, als je de verfstreek een beetje rul ("schorsig') maakt. Zo vroeg Linders zich in de nieuwe schiderijen af wat ze moest doen om een vorm te maken die wij duiden als een mens, zonder die een persoon te laten worden. Daarvoor bleek alleen de weergave van menselijke omtrekken nodig; elke detaillering zou een psychologisch aspect hebben toegevoegd.

Bij galerie Flatland zijn ook lyrische en tegelijkertijd grappige aquarellen te zien die Linders als "warming up' maakt voordat ze begint te schilderen; er zijn doeken vol kringels, rasters en verfstreken, als staalkaarten van mogelijkheden. Juist dat tastende maakt haar oeuvre moeilijk toegankelijk: de beelden zijn vaak summier of cryptisch. De stukken winnen aan betekenis wanneer je ze als reeks bekijkt, ongeveer zoals een bladzijde uit een dagboek het niet kan stellen zonder de voorgaande en de navolgende.

Flatland galerie, Abraham Dolehof, Lange Nieuwstraat 7, Utrecht. T/m 24 april. Wo t/m za 12-17u. Prijzen 1050 tot 9000 gulden.