Amerikaans kort

Mark Leyner Mark Leyner: Et tu, Babe. Uitg. Harmony Books, 169 blz. Prijs ƒ 37,75.

Benjamin Cheever Benjamin Cheever: The Plagiarist. Uitg. Hamish Hamilton, 322 blz. Prijs ƒ 37,60.

Robert Stone Robert Stone: Outerbridge Reach. Uitg. Andre Deutsch, 409 blz. Prijs ƒ 56,40.

Larry Heinemann Larry Heinemann: Cooler by the Lake - A Comedy. Uitg. Faber and Faber, 242 blz. Prijs ƒ48,15.

Siri Hustvedt Siri Hustvedt: The Blindfold. Uitg. Hodder & Stoughton, 221 blz. Prijs ƒ32,70. Vert. Heleen ten Holt (De blinddoek). Uitg. Anthos, 209 blz. Prijs ƒ29,50.

Mark Leyner

Et tu, Babe is zonder twijfel het krankzinnigste boek dat het afgelopen jaar is verschenen. De schrijver, Mark Leyner, werd drie jaar geleden een cultfiguur onder Amerikaanse studenten met My Cousin, My Gastroenterologist, een absurdistische roman zonder plot of logica die zich liet lezen als de uitgeschreven tekst van een dronken stand-up comedian. Leyners nieuwe "roman' gaat verder waar de vorige stopte. Hoofdpersoon is de 36-jarige Mark Leyner, een megalomane bestsellerauteur (Jan Cremer in het kwadraat) met een eigen Hoofdkwartier en een vriendenkring die zich uitstrekt van Harold Pinter tot Katarina Witt en van "Axl en Elton' tot Schwarzenegger en Leibowitz. Mark Leyner is "nukkig, narcistisch en charismatisch'; hij is de ghostwriter van Stephen Hawking en George Michael, en besteedt zijn tijd aan het beheren van zijn imperium en het experimenteren met drugs en nieuwe medische technieken.

Mark Leyners "eerste hagiografische autobiografie' begint met een brief aan zijn uitgever ("As you know, I am not your average author') en eindigt met een reclame voor het speciale telefoonnummer waarop fans het laatste nieuws over hun favoriete auteur kunnen horen. Op de tussengelegen bladzijden wordt tegen de achtergrond van een ongerijmde intrige (Schrijver Steelt Flacon Met "Lincoln's Morning Breath' Om Zichzelf Onvergetelijk Te Drogeren) het ene na het andere (literaire) genre geparodieerd. Et tu, Babe is een mengsel van science-fiction, rechtbankverslag, griezelverhaal, brievenboek, tall tale en flaptekst. Soms heel geestig, soms ronduit flauw en vermoeiend, maar in ieder geval trouw aan het credo van de ik-figuur: "I do have a responsibility to my fans to forge ahead where most men fear to tread.'

Mark Leyner: Et tu, Babe. Uitg. Harmony Books, 169 blz. Prijs ƒ 37,75.

Benjamin Cheever

Benjamin Cheever is de zoon van New Yorker-coryfee John Cheever, en doet geen pogingen dat te verbergen. Zijn eerste roman The Plagiarist speelt zich niet alleen af in het territorium van zijn overleden vader (buitenwijken bewoond door verveelde middenklassers), maar gaat bovendien over de verhouding tussen een schrijvende zoon en zijn dominante, beroemde vader.

The Plagiarist beschrijft een jaar uit het leven van Arthur Prentice. Hij is een man zonder ruggegraat die gebukt gaat onder het materialisme van zijn vrouw en de literaire reputatie van zijn vader. Door onbewust kameleontisch opereren bereikt hij een toppositie bij The American Reader, een Reader's Digest-achtig maandblad dat artikelen herschrijft en herdrukt. Zelf ontpopt Arthur zich als een bijzonder soort plagiaatpleger: onder de naam van zijn vader schrijft hij voor The Reader een optimistisch de-kat-redde-mijn-leven-verhaal dat de subtiele stijl van Icarus S. Prentice verbindt met het populistisch moralisme van Het Beste. Het "plagiaat' bezorgt Arthur literaire erkenning bij zijn egocentrische vader, maar betekent tegelijkertijd het einde van zijn carrière als redacteur van The Reader.

Het verhaal van Arthurs emancipatie - ook de relatie met zijn vrouw wordt gaandeweg normaal - wordt in een toegankelijke stijl met veel humor verteld. Vooral in de satirische passages over de gang van zaken bij een ultra-rechts massatijdschrift doet Cheever de naam van zijn vader eer aan. Daar staat tegenover dat hij niet op een bladzijde meer of minder kijkt. Hoewel The Plagiarist nergens saai wordt, bekruipt de lezer toch het gevoel dat Cheevers sympathieke debuut best wat dunner had mogen zijn.

Benjamin Cheever: The Plagiarist. Uitg. Hamish Hamilton, 322 blz. Prijs ƒ 37,60.

Robert Stone

Ook Robert Stone's Outerbridge Reach lijdt aan wat je De Amerikaanse Ziekte zou kunnen noemen: literaire vetzucht. Dat is jammer, want Outerbridge Reach heeft veel dat een goede Amerikaanse roman moet hebben: een ambitieus thema (de middelmatigheid van het moderne leven), een idealistische en kwetsbare hoofdpersoon, en een heldere stijl waarin beeldende alinea's worden afgewisseld met natuurlijk klinkende dialogen. Dat niet iedereen de dikte van het boek een bezwaar vindt, blijkt uit het feit dat Stone's vijfde roman in Amerika genomineerd werd voor de vooraanstaande National Book Award, die deze week wordt uitgereikt.

Outerbridge Reach draait om Owen Browne, een Vietnamveteraan in een midlife crisis die vrouw en dochter in de steek laat om mee te doen aan een solozeilwedstrijd om de wereld. In een inferieur scheepje op volle zee ("a situation of ultimate self-reliance') hoopt hij opnieuw te ontdekken wat het leven waard is; maar ondanks een lange periode van voorbereidingen loopt zijn Thoreau-achtige experiment slecht af. Geplaagd door eenzaamheid en hallucinaties, verraadt hij de mensen die op hem wachten en stapt hij in de buurt van de Zuidpool overboord.

"Wie de waarheid te dicht op de hielen zit, krijgt een trap in zijn gezicht', zegt een van de personages in Outerbridge Reach. En: "the sea is a fucking desert.' Het zijn gedachten die ook naar voren komen uit de grote scheepsromans van Melville en Conrad. Robert Stone biedt echter niet genoeg actie om de lezer constant te boeien. Hij beschrijft prachtig hoe idealen teloorgaan en hoe de drie belangrijkste personages hun integriteit verliezen, maar hij houdt te weinig maat voor een meesterwerk. Hemingway had voor The Old Man and the Sea maar tachtig bladzijden nodig.

Robert Stone: Outerbridge Reach. Uitg. Andre Deutsch, 409 blz. Prijs ƒ 56,40.

Larry Heinemann

"A Comedy' luidt de ondertitel van Cooler by the Lake van Larry Heinemann. Geen overbodige waarschuwing, want de schrijver staat niet als een humorist bekend en won zes jaar geleden de National Book Award met een weinig opwekkende roman over Vietnam. In Cooler by the Lake is de hoofdfiguur geen gekwelde veteraan, maar een inventieve oplichter in het Chicago van de jaren negentig. Maximilian Nutmeg voorziet in zijn levensonderhoud (en dat van zijn Brutti, sporchi e cattivi-achtige gezin) door voorbijgangers op straat om geld te vragen na het vertellen van wijdlopige meelijverhalen. Zijn leven verandert wanneer hij een portemonnaie met 800 dollar vindt en besluit om die terug te brengen naar de eigenaresse.

De plot van Cooler by the Lake heeft weinig om het lijf, hoewel het plompverloren einde - een gemoedelijke showdown in een westernbar - de vele uitweidingen en los lijkende eindjes blijkt te rechtvaardigen. Ernstiger is dat Heinemann er niet in is geslaagd om de belevenissen van Max en de andere "lovable losers' altijd even grappig te beschrijven. Daarvoor heeft Cooler by the Lake te weinig tempo en maakt de schrijver te veel gebruik van lange tussen-haakjesteksten. Wat in de herinnering overblijft, is een beeld van het leven in Chicago, een rondleiding aan de hand van iemand met een goed oor voor spreektaal en een scherp oog voor grotestadsromantiek.

Larry Heinemann: Cooler by the Lake - A Comedy. Uitg. Faber and Faber, 242 blz. Prijs ƒ48,15.

Siri Hustvedt

"Een verzonnen verhaal is niet het leven zelf' zegt iemand tegen de hoofdpersoon van Siri Hustvedts debuut De blinddoek (The Blindfold). In het geval van de Newyorkse literatuurstudente Iris Vegan is dat nog maar de vraag: zonder dat ze er op uit is, komt ze in de meest fantastische situaties terecht. Ze wordt in een vreemde pose gefotografeerd door een vriend en merkt dat de foto een eigen leven gaat leiden: wildvreemden spreken haar er over aan. Ze wordt de onderzoeksassistent van een geheimzinnige man, voor wie ze op de band beschrijvingen moet inspreken van voorwerpen uit de boedel van een vermoorde vrouw. Ze komt wegens migraine in het ziekenhuis terecht en wordt de vertrouwensfiguur van een krankzinnige patiënt. Ze vereenzelvigt zich zó sterk met de hoofdpersoon van een negentiende-eeuwse novelle dat ze er bijna aan onderdoor gaat.

De blinddoek bestaat uit vier samenhangende verhalen - drie kort en één lang. Ze zijn geschreven in een verzorgde stijl die zich kenmerkt door korte zinnen en een beklemmende precisie. De geheimzinnige, on-Amerikaanse sfeer die Hustvedt (1956) oproept, doet denken aan het werk van haar echtgenoot, Paul Auster. Net als hij is ze geïnteresseerd in raadsels, toevalligheden en hyperintelligente personages die balanceren op de rand van de waanzin. Toch is het onzin om haar daarom af te schilderen als een onbeduidende Austerkloon, zoals sommige Amerikaanse critici hebben gedaan. Met haar spannende psychologische verhalen bewijst Hustvedt dat je best iemands thematiek kunt delen zonder in naäperij te vervallen.

Siri Hustvedt: The Blindfold. Uitg. Hodder & Stoughton, 221 blz. Prijs ƒ32,70. Vert. Heleen ten Holt (De blinddoek). Uitg. Anthos, 209 blz. Prijs ƒ29,50.