Algerije: nieuwe aanwijzingen voor interne machtsstrijd

Voor de eerste maal in de geschiedenis van het onafhankelijke Algerije hebben de politieke leiders woensdag niet deelgenomen aan de religieuze plechtigheden die de vastenmaand ramadan afsluiten. Volgens politieke waarnemers is de opmerkelijke afwezigheid van president Ali Kafi, het hoofd van de Hoge Staatsraad (het vijkoppige presidium), premier Belaid Abdessalam, en vrijwel alle ministers bij het grote gebed van de Aïd al-Adha een duidelijk signaal dat er in Algerije op korte termijn grote politieke veranderingen te verwachten zijn.

Na eindeloze discussies zou volgens welingelichte bronnen de harde kern binnen de strijdkrachten het pleit hebben gewonnen. Daarmee zou de grote opruiming beginnen binnen de kring der machthebbers die naar compromissen streven met de "gematigde moslim-radicalen': door middel van een "politieke dialoog', waarvoor de overheid diverse oppositiepartijen had uitgenodigd die met het Front van Islamitische Redding (FIS) tot zaken willen komen. Het herhaalde aanbod om gratie te verlenen aan “hen die berouw tonen” (de FIS-leden werden niet bij name genoemd), alsmede de felle aanvallen op allen die moskee en staat willen scheiden, waren bedoeld om de "dialoog' in te luiden.

De massale protestmarsen van maandag in diverse steden van het land - zowel tegen het terrorisme van de moslim-radicalen, als tegen de dialoog - waren als aanmoediging bedoeld om de harde kern van het leger tot actie te bewegen. Hun argumenten kregen gewicht door de spectaculaire successen van "Gods strijders', die dinsdagavond bij een aanval op een militaire kazerne in Ksar Boukhari, circa 300 kilometer ten zuiden van de hoofdstad, 16 militairen doodden en met een groot aantal wapens verdwenen. Een tweede kazerne in het zuiden van Algerije onderging hetzelfde lot. De Algerijnse media hebben over die aanslagen niets meegedeeld, omdat hun bij decreet verboden is daarvan melding te maken voordat de overheid ze bekend heeft gemaakt.

Achter de schermen werd - volgens goed ingelichte kringen - de afgelopen weken de strijd tussen voor- en tegenstanders van de politieke dialoog ook binnen de Hoge Staatsraad gevoerd. Twee van de vijf leden van de Hoge Staatsraad zouden die dialoog willen: voorzitter Ali Kafi en Anwar Haddam, de vroegere rector van de moskee in Parijs. Tot de tegenstanders binnen de Hoge Staatsraad zouden behoren de onlangs benoemde minister van buitenlandse zaken, Reza Malek, en de vroegere minister voor de mensenrechten Ali Haroun. De Sterke Man van het regime, minister van defensie Khaled Nezzar, zou aarzelend zijn geweest.

De voorstanders kwamen tot de conclusie dat zij - om nog een aantal jaren aan de macht te kunnen blijven - concessies moeten doen aan de "islamisten', zoals de moslim-fundamentalisten in Algerije worden genoemd. Premier Belaid Abdessalam en de meerderheid van zijn ministers delen hun visie. Hun regeertermijn loopt namelijk eind dit jaar af - conform de bij de "fluwelen staatsgreep' van vorig jaar januari gehanteerde juridische ficties, toen president Chadli Benjedid "vrijwillig' aftrad en door de Hoge Staatsraad "tijdelijk' werd vervangen. De Hoge Staatsraad zou tot het einde van Chadli's ambtstermijn aanblijven, waarna er presidentiële verkiezingen zouden worden uitgeschreven. Deze constructie werd bedacht om tegenover het Westen aan te tonen dat Algerije wel degelijk een democratie was gebleven. Het was in de tijd dat men zich nog illusies maakte met een hele serie maatregelen het FIS eronder te kunnen houden.

Die maatregelen bleven echter uit, omdat - met uitzondering van Mohamed Boudiaf, het hoofd van de Hoge Staatsraad - de nieuwe leiders in feite de oude machthebbers waren of vertegenwoordigden. Zij voerden dan ook geen vernieuwingsprogramma op politiek, sociaal, cultureel en financieel gebied. Het enige wat zij deden was de radicale aanhangers van het FIS vervolgen - maar op zo'n manier dat het Westen daaraan niet al te veel aanstoot zou nemen. Alleen Boudiaf wilde in het gezelschap machthebbers rigoureus schoon schip maken. Het staat wel vast dat hij daarom werd vermoord en dat de radicale FIS-aanhanger die hem volgens de officiële lezing uit de weg ruimde, niet op eigen gelegenheid, maar namens duister gebleven krachten handelde.

Vijf dagen geleden noemde minister van binnenlandse zaken Mohamed Hardi in een interview hen die voor scheiding tussen "moskee en staat' zijn “extremisten en vergelijkbaar met de andere terroristen”. Hij geloofde niet “dat men een bevolking die zo diep gelovig islamitisch is als de onze, ervan kan overtuigen dat men de godsdienst van de staat moet scheiden”.

“Of ze (de "extremisten') zijn bereid daarover een referendum te houden - en ik betwijfel sterk dat ze daarvoor een meerderheid kunnen behalen”, of ze leggen die optie “met geweld aan onze burgers op”. Dat laatste kan volgens Hardi niet, “omdat ze slechts een minimale minderheid van onze bevolking vertegenwoordigen”. Hij vroeg zich af op welke macht ze in dat geval zouden kunnen rekenen: “Die van de staat? Dat betekent die van het leger. Gelooft u nu werkelijk dat het leger een dictatuur gaat opleggen aan de bevolking om een scheiding van godsdienst en staat af te dwingen?”

Zijn conclusie was dan ook: “Ik geloof dat de kern van de dialoog moet zijn er achter te komen hoe eenieder denkt over dit probleem van de betrekkingen tussen staat en godsdienst.”

Na die verklaring verdwenen de machthebbers uit het zicht en werd er niets meer vernomen over de voorgenomen "dialoog'.