Afzien van rivierenverdrag bedreigt kwaliteit Maaswater

Het Brabantse waterbedijf vreest dat de Maas een vuile rivier blijft, nu het het gecombineerde waterverdrag Schelde-Maas van de baan is. Alleen van een internationaal verdrag over de Maas verwacht men heil.

WERKENDAM, 26 MAART. “Wij roepen het al jaren: weg met die koppeling!” Drs. G. Oskam, directeur van het Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch, heeft met instemming vernomen dat minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) geen heil meer ziet in waterverdragen met België voor Maas en Schelde samen. De Maas zou schoner moeten worden in ruil voor uitdieping van de Westerschelde, maar die koppeling is nu van de baan, omdat ze geen spoor van uitkomst bood. Toch is Oskam verre van tevreden: “Mijn grief is dat de minister nu snel wil scoren door met de Vlamingen een afzonderlijk verdrag voor de Schelde te sluiten en tegelijk de Maas aan zijn lot overlaat.”

Terwijl bijvoorbeeld de Rijn zich langzaam herstelt, geeft de Maas geen enkele verbetering te zien, wat vooral te wijten is aan de voortgaande industriële en huishoudelijke lozingen in Wallonië. De Maas blijft een soort open riool en dat klemt te meer omdat de rivier als bron van drinkwater dient voor circa vijf miljoen burgers in België en Nederland. Ook het bedrijf in de Biesbosch tapt water uit de Maas om het als "halffabrikaat' af te leveren aan de Rotterdamse agglomoratie, Dordrecht, Delft, West-Brabant en een deel van Zeeland met bij elkaar anderhalf miljoen consumenten.

Daarom behoort Oskam tot de pleitbezorgers van een grote schoonmaak, die echter al jaren op zich laat wachten door ernstige stagnaties in het Belgisch-Nederlandse overleg. Het gevolg is dat de extra zuiveringskosten die nodig zijn om Maaswater in betrouwbaar drinkwater om te zetten, alleen al voor "Groot-Rotterdam' zijn opgelopen tot twintig miljoen gulden per jaar ofwel twintig gulden per persoon.

Daarbij komt dat men in de Biesbosch regelmatig de inname van Maaswater moet staken door plotselinge hoge concentraties gifstoffen van Waalse oorsprong. Vorig jaar is dat zes keer gebeurd, waarbij de inname in totaal 65 dagen stil kwam te liggen. De eerste gifgolf van 1993 diende zich vorige week woensdag aan, waarna de spaarbekkens voor vijf dagen werden gesloten.

Directeur Oskam: “Zulke incidenten komen veel vaker voor dan vroeger en niet alleen door ongelukken. Onze indruk is dat er regelmatig met opzet schadelijkechemicaliën worden geloosd, want het gaat om tonnen. En we horen er pas van als rijkswaterstaat aan de grens bij Eijsden zo'n golf signaleert. Op het Waalse traject van de Maas ontbreekt helaas een alarmeringssysteem.”

Daarnaast hekelt hij Wallonië in algemene zin als een gewest dat op milieugebied ver achterloopt bij omringende landen, inclusief Frankrijk: “Steden als Luik, Namen en Charleroi laten hun rioolwater nog altijd ongezuiverd in de rivier lopen. Ook de "reguliere' lozingen door de Waalse industrie dragen in hoge mate aan de slechte waterkwaliteit. Terwijl in Vlaanderen een duidelijke kentering waarneembaar is, staat het milieubesef bij de Walen nog in de kinderschoenen.”

Zijn medewerker drs. J. Volz vult aan: “Wallonië van nu is vergelijkbaar met Nederland in 1970. Het Waalse gewest bevindt zich op hetzelfde niveau als Griekenland en Portugal. Als je kijkt naar wat er per hoofd van de bevolking aan waterzuivering wordt betaald, dan bungelt Wallonië onderaan.”

Oskam: “Die waterverdragen waren tot mislukken gedoemd. Het ging om het uitdiepen van de Westerschelde om de Antwerpse haven voor grotere schepen toegangelijk te maken, in ruil voor de sanering van de Maas. Dus een Vlaams economisch belang gekoppeld aan een milieubelang dat door de Walen niet als zodanig wordt erkend en zelfs niet herkend. Dat werkte natuurlijk niet en daar hebben we destijds minister Smit-Kroes al op gewezen en later ook Maij-Weggen.”

“Die koppeling tussen Maas en Schelde”, zei Oskam al in februari 1988, “houdt onvoldoende rekening met de toestand zoals die tussen Walen en Vlamingen is gegroeid en werkt dan ook contraproduktief.” Het is opvallend dat minister Maij ruim vijf jaar later dezelfde term gebruikt: “Die koppeling heeft alleen maar contraproduktief gewerkt, dus moet je er van af.”

De vraag is wat er wat ervoor in de plaats moet komen om de broodnodige sanering van de Maas in gang te zetten. Ook hier hamert Oskam op hetzelfde aambeeld als in 1988: dat van een internationaal overleg- en beheersorgaan voor de Maas, een samenwerkingsverband van Nederland, België, Frankrijk (waar de rivier ontspringt), Luxemburg en Duitsland, dat via de Roer en Niers bij de Maas is betrokken.

Oskam: “Van ons, Nederlanders, willen de Walen niets aannemen. Ze beschouwen ons als arrogante figuren, die voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Achterdocht is het enige wat ons vanuit Wallonië ten deel valt. Daarom moet het Maasprobleem in een internationaal kader worden geplaatst. Alleen een multilaterale aanpak is in staat het milieubewustzijn bij de Walen te bevorderen, zodat ze aan de grote schoonmaak gaan meewerken.”

Daarmee sluit hij zich aan bij een resolutie van het Benelux-parlement, een voorstel waar zelfs de Waalse vertegenwoordigers zich achter schaarden. Oskam: “Dat was in februari 1991, dus al weer twee jaar geleden. Sindsdien hebben we er nooit meer wat van vernomen. En wat deed intussen de Nederlandse regering? Die bleef op het paard van de waterverdragen wedden, dus op de bilaterale aanpak. Vruchteloos natuurlijk, dat hebben we voorspeld.”