WAO-uitkering hangt straks af van leeftijd; Arbeidsongeschikten worden voortaan vaker herkeurd

Toekomstige arbeidsongeschikten krijgen een tijdelijke WAO-uitkering die mede afhankelijk is van hun leeftijd en, na een overgangsperiode, in de meeste gevallen lager zal zijn dan 70 procent van het laatst verdiende loon.

Dat is de meest in het oog springende wijziging in de WAO waartoe kabinet en Tweede Kamer hebben besloten. De WAO, een werknemersverzekering, krijgt een opbouwsysteem: wie meer jaren heeft gewerkt, komt bij arbeidsongeschiktheid uit op een hogere uitkering dan een jongere lotgenoot die hetzelfde salaris had. De loondervingsregeling die de WAO in feite is, wordt dus drastisch van karakter veranderd. Wie tot zijn 65ste jaar een wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering wil op hetzelfde niveau als nu (70 procent van het laatstverdiende loon, tot een maximumuitkering van 52.406 bruto per jaar) zal er eerst tot zijn 59ste voor moeten werken of het verschil (in het ongunstigste geval bedraagt de uitkering nog maar 33,2 procent) particulier moeten bijverzekeren. Zoals dat nu trouwens al geldt voor degenen die meer verdienen dan het maximale loon waarover de WAO wordt berekend, dit jaar 74.865 gulden.

In het nieuwe WAO-systeem krijgen toekomstige, jonge arbeidsongeschikten (tot en met 32 jaar) in geen geval nog een wettelijke uitkering van 70 procent, tenzij die uitkering onder het niveau van de AAW (70 procent van het minimumloon) zou zakken. De leeftijdsgroep 33 tot en met 37 jaar krijgt nog een half jaar 70 procent. Voor iedere leeftijdsgroep komt er zo een half jaar "loondervingsfase' bij. De leeftijdsgroep 38 tot en met 42 jaar krijgt nog één jaar 70 procent, de groep 43-47 anderhalf jaar en de groep 48-52 twee jaar. Wie op de leeftijd van 53 tot en met 57 jaar arbeidsongeschikt wordt verklaard, krijgt nog drie jaar een uitkering van 70 procent. Voor 58-jarigen wordt een grotere stap gezet: zij krijgen zes jaar 70 procent en de groep boven de 59 houdt tot de pensioensgerechtigde leeftijd dit percentage.

In de periode die volgt op de loondervingsfase krijgt de WAO'er een vervolguitkering, waarvan de hoogte afhankelijk is van de leeftijd. Als basisuitkering geldt de AAW, de volksverzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Voor ieder jaar dat hij ouder is dan 15 ontvangt de arbeidsongeschikte bovendien 2 procent van het verschil tussen het minimumloon en zijn laatst verdiende loon (met het eerdergenoemde maximum van 74.865 gulden). Over de som van AAW en leeftijdsafhankelijke toeslag krijgt de arbeidsongeschikte ex-werknemer 70 procent. Wordt de huidige WAO-uitkering louter berekend aan de hand van het vroeger verdiende loon, in het nieuwe systeem is dus ook de leeftijd van belang.

Behalve de introductie van dit opbouwsysteem, dat tot lagere wettelijke uitkeringen leidt, is er nog een opvallend verschil met het huidige systeem: de uitkering is straks in principe tijdelijk. Om te beginnen moet iedereen die in de WAO (of AAW) terecht komt, na een jaar opnieuw worden gekeurd. Ook daarna blijft de uitkering een tijdelijke. Elke vijf jaar moet de arbeidsongeschikte de uitkering opnieuw aanvragen en moet hij opnieuw worden gekeurd. Die periode van vijf jaar wordt straks bovendien omgezet in drie jaar, al zal het zeker nog vijf jaar duren voordat deze wijziging wordt doorgevoerd.

Dat laatste heeft te maken met het beschikbare aantal keuringsartsen, die in het begin hun handen vol zullen hebben aan de herkeuring van de bestaande WAO'ers. Waarmee is aangegeven dat de kabinetsmaatregelen, in tegenstelling tot wat velen denken, wel degelijk ook voor de huidige arbeidsongeschikten gevolgen hebben. Althans: als ze jonger zijn dan 50. Al deze 400.000 WAO'ers, te beginnen met de jongste groep, moeten de komende vijf jaar opnieuw worden gekeurd. Ze lopen dus de kans hun WAO-uitkering kwijt te raken. Ze moeten als ze worden goedgekeurd aan het werk, of belanden in de WW of de bijstand. Dat betekent: een lagere uitkering dan ze als WAO'er kregen. Worden ze gedeeltelijk goedgekeurd, dan zullen ze een gedeeltelijke WAO-uitkering en - als ze geen baan vinden - een gedeeltelijke werkloosheidsuitkering krijgen. Voor een deel zullen de WAO-maatregelen dus tot hogere werkloosheid leiden; het kabinet houdt er rekening mee dat als gevolg hiervan de uitgaven voor WW- of RWW-uitkeringen op den duur zo'n 1,3 miljard hoger zullen zijn. Daar staat tegenover dat het WAO-pakket de collectiviteit een besparing van 2,7 miljard moet opleveren. De hoogte van de WAO-uitkeringen voor mensen die nu al arbeidsongeschikt zijn (of sinds 25 januari van dit jaar blijvend ziek zijn en straks arbeidsongeschikt) blijft onaangetast.

De (her)keuringen van toekomstige en bestaande WAO'ers zullen worden uitgevoerd aan de hand van nieuwe normen. Niet langer zijn het vroegere beroep en opleiding van de ex-werknemer bepalend voor de vraag in hoeverre hij arbeidsongeschikt is. Bij de keuring gaat het straks om de vraag tot welke “algemeen geaccepteerde arbeid” iemand “met zijn krachten en bekwaamheden in staat is”. Het effect van dit nieuwe criterium is onbekend; de schattingen lopen flink uiteen. Het ministerie van sociale zaken vermoedt dat de nieuwe regels ertoe leiden dat 190.000 WAO'ers alsnog (gedeeltelijk) tot werken in staat zullen worden verklaard; de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD), belast met de keuringen, komt niet verder dan 24.000. Om een Salomonsoordeel gevraagd, heeft de Sociale Verzekeringsraad slechts het vermoeden geuit dat het er “waarschijnlijk meer” zullen zijn dan de GMD denkt.

Een nieuwe maatregel is ook dat de GMD of het arbeidsbureau de arbeidsongeschikte kunnen verplichten tot een scholing die zijn kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Na afloop daarvan krijgt hij nog één jaar de tijd, met behoud van de oorspronkelijke uitkering, om een passende baan te vinden. Daarna geldt hij als minder arbeidsongeschikt en valt hij terug op een lagere uitkering. Wie medewerking weigert, moet meteen een deel van de uitkering inleveren.