WAO-gat domineert CAO-beraad; Steeds meer akkoorden over collectieve reparatie bij grote bedrijven

De WAO-ingreep heeft het overleg over nieuwe collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) tot dusver volledig gedomineerd. De vakbeweging riep onmiddellijk en eensgezind op tot reparatie van het WAO-gat, bij voorkeur voor zo groot mogelijke collectiviteiten (om de premie te drukken). Waar mogelijk opteren de vakbonden voor verplichte regelingen per bedrijfstak en via het pensioenfonds.

De overkoepelende werkgeversorganisaties keerden zich van meet af aan faliekant tegen reparatie van het WAO-gat in CAO's. Want dan zou het nieuwe stelsel, zo vreesden zij, een getrouwe kopie worden van het oude systeem dat uit de hand is gelopen. Nochtans wemelt het de laatste weken van akkoorden waarin het WAO-gat meer of minder collectief wordt gerepareerd. Een beknopt overzicht.

Bouw 200.000 werknemers.

Collectieve reparatie in de vorm van een invaliditeitspensioen, dat wordt ondergebracht bij de bedrijfsvereniging, het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB). De premie zal waarschijnlijk 2 procent van de loonsom bedragen. De werknemers betalen de regeling zelf, door genoegen te nemen met a) minder loonsverhoging, b) afschaffing van de bestaande bovenwettelijke aanvullingen die werkgevers gedurende de eerste drie WAO-jaren betaalden, en c) beperking van de opbouw van vakantiedagen bij ziekte.

Natuursteenbedrijf 3.000 werknemers.

Collectieve reparatie in de vorm van een invaliditeitspensioen, ondergebracht bij het SFB. De premie is tot 1995 vastgesteld op 2,5 procent boven de franchise. Werkgever en werknemer betalen ieder de helft. De benodigde premie vanaf januari 1995 wordt eveneens gelijkelijk opgebracht door werkgevers en werknemers. Indien een daling van de WAO-premie optreedt wordt deze aangewend om het werkgeversdeel in de premie voor het invaliditeitspensioen te drukken tot 1,25 procent. Treedt verdere premiedaling op dan wordt deze gelijkelijk verdeeld.

Koninklijke Bijenkorf Beheer 20.000 werknemers.

Collectieve reparatie via de daarvoor speciaal opgerichte Stichting Arbeidsongeschiktheidsvoorziening KBB. Deze stichting heeft een fonds dat wordt gevoed met geld dat beschikbaar komt door daling van de WAO premie. (De Verzekeringskamer keurt deze constructie blijkens een rondschrijven waarschijnlijk niet goed, maar stelt zich tot dusver passief op.) Dezelfde formule is vorig jaar overeengekomen in het boeken- en tijdschrift uitgeverijbedrijf (9.500 werknemers).

Vroom & Dreesmann 16.000 werknemers.

Collectieve reparatie via een commerciële verzekeraar. De premie komt voor rekening van de werknemers. Naar voorlopige schatting zal de premie dit en volgend jaar uitkomen op ongeveer 1 procent van het loon.

Ahold 50.000 werknemers.

Collectieve reparatie via een commerciële verzekeraar. Voor de financiering worden de bestaande bovenwettelijke uitkeringen op de WAO beperkt. Verder betalen de werknemers de premie, die naar verwachting uitkomt op ongeveer 2,5 procent van het loon boven de franchise.

Heineken 5.000 werknemers.

Collectieve reparatie via aanpassing van het reeds bestaande invaliditeitspensioen. De regeling vult aan tot 80 procent van het laatst verdiende loon en wordt gefinancieerd door verlaging van het bestaande invaliditeitspensioen (was 90 procent) en van de bestaande aanvulling in het tweede WAO-jaar.

VMF Stork 13.500 werknemers.

Collectieve reparatie door aanpassing van het bestaande invaliditeitspensioen. Deze regeling voorziet in een invaliditeitspensioen van 8 procent van het salaris bovenop de WAO-uitkering. Nagegaan wordt of dit invaliditeitspensioen verhoogd kan worden tot 10 of 12 procent, verplicht voor alle werknemers, en daarbovenop facultatief tot 68, 72 of 78 procent van het laatst verdiende loon. De eerste stap vergt ongeveer 1 procent extra pensioenpremie komt voor rekening van de werknemer, die ook de eventuele tweede stap zelf moet financieren. Definitieve beslissing moet nog worden genomen.

Unilever 10.000 werknemers.

Reparatie via een commerciële verzekeraar waaraan deelname niet verplicht is. De premie bedraagt ongeveer 0,65 procent van het loon en moet door de werknemers zelf worden betaald.

PTT 100.000 werknemers.

Reparatie via het eigen pensioenfonds, zonder verplichte deelname. Een deel van de benodigde gelden wordt gehaald uit verlaging van de bestaande bovenwettelijke uitkeringen op de WAO, die in het eerste WAO-jaar voorzagen in een aanvulling tot 100 procent van het loon en in de jaren daarna tot 73 procent. Hierover moet nog beslissing worden genomen.

NS 28.000 werknemers.

Collectieve reparatie via het Spoorwegpensioenfonds. De premie bedraagt 0,6 procent van het salaris. Toekomstige WAO'ers krijgen dan in het eerste WAO-jaar een aanvulling tot 90 procent van het laatstverdiende loon, in het tweede jaar tot 80 procent, en vanaf het derde jaar tot 70 procent.

Voor de werknemers van de vakcentrale FNV en de bij de FNV aangesloten bonden is de WAO-reparatie eveneens geregeld. Voor zover bekend geldt datzelfde voor de werknemers van Inventum, Fusion en Van Ommeren. Verder heeft een groot aantal werkgevers inmiddels toegezegd bereid te zijn met de vakorganisaties of de ondernemingsraad te onderhandelen over reparatie van het WAO-gat. Daaronder bevinden zich DSM, Philips, de havenwerkgevers SVZ en de werkgevers in het bankbedrijf. Minister Dales (binnenlandse zaken) heeft in het CAO-overleg voor de ambtenaren gezegd geen bezwaar te hebben tegen collectieve reparatie, mits de ambtenaren zelf de kosten geheel voor eigen rekening nemen.