Vonnissen in affaire Banco Ambrosiano

ROME, 25 MAART. Een Slowaakse bisschop en een Sardijnse zakenman zijn in Rome veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens het verduisteren van informatie over het frauduleuze faillissement van de Banco Ambrosiano in 1982, het grootste bankschandaal van na de oorlog in Italië.

De 72-jarige bisschop Pavlo Hlinka kreeg drie jaar voorwaardelijk omdat hij van de zakenman Carboni documenten zou hebben gekocht met belangrijke informatie over de banden tussen de Banco Ambrosiano en het Instituut voor Religieuze Werken, de bank van het Vaticaan. De Vaticaanse bank wordt ervan verdacht nauw betrokken te zijn geweest bij het frauduleuze netwerk dat uiteindelijk de instorting heeft veroorzaakt van de Banco Ambrosiano.

De bewuste documenten zaten in de tas van Roberto Calvi, de president van de Banco Ambrosiano die vlak voor de instorting van zijn bank naar Londen is gevlucht en daar in juni 1982 hangend onder een brug werd gevonden. Het is nooit met zekerheid vastgesteld of Calvi zelfmoord heeft gepleegd of is vermoord.

De Sardijnse zakenman Flavio Carboni, een vertrouweling van Calvi die in een andere zaak is beschuldigd van financiële fraude, heeft hem geholpen naar Londen te vluchten. Hij is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, waarvan vier jaar voorwaardelijk, omdat hij de bewuste documenten uit de tas van Calvi heeft gestolen en ze heeft aangeboden aan monseigneur Hlinka. De justitie heeft twee cheques van 600 miljoen lire, indertijd samen bijna twee miljoen gulden, gevonden. Hlinka zou dit bedrag hebben betaald om de belastende documenten in handen te krijgen en te voorkomen dat Carboni ze publiek zou maken

Een medewerker van Carboni, de Romeinse financier Giulio Lena, kreeg een voorwaardelijke straf van tweeëneenhalf jaar.

Hlinka heeft steeds gezegd dat hij wel contact heeft gehad met Carboni, maar geen documenten van hem heeft gekocht. Ook de woordvoerder van het Vaticaan heeft ontkend dat er geld is betaald voor documenten uit de tas van Calvi.