Vluchtelingen sterven in Tadzjikistan

GENÈVE, 25 MAART. In Tadzjikistan zijn zeker vijftien vrouwen en kinderen - vluchtelingen voor het geweld - gestorven van honger en kou. Achtduizend vluchtelingen wachtten gisteren voor de zesde opeenvolgende dag zonder voedsel en water op de mogelijkheid naar hun woningen terug te keren. Een woordvoerster van de VN-hulporganisatie UNHCR heeft dat gisteren bekendgemaakt.

In Tadzjikistan zijn in de loop van de burgeroorlog meer dan 100.000 mensen op de vlucht gedreven. De groep van achtduizend kreeg vorige week in de hoofdstad Doesjanbe te horen dat de situatie in hun woongebied Kabadian veilig is en dat ze er weer welkom waren. Toen ze vorige week in Kabadian aankwamen, werden ze daar door de plaatselijke bevolking niet toegelaten tot de steden en dorpen die ze eerder waren ontvlucht.

De vluchtelingen zagen zich gedwongen in de bergen te blijven, vrijwel zonder voedsel en veelal zonder enige vorm van beschutting. De UNHCR bood noodhulp, maar die was niet toereikend: de eerste dagen was er voor elke vijf vluchtelingen maar één brood beschikbaar. Water ontbrak eveneens. Eind vorige week stierven vier vrouwen en kinderen. Gisteren was dat aantal opgelopen tot vijftien. (Reuter, AP)