Van Thijn: gestoorde moet sneller opgesloten

AMSTERDAM, 25 MAART. Er moet opnieuw worden onderzocht of psychisch gestoorde mensen die door hun omgeving als een gevaar worden beschouwd eerder in bewaring kunnen worden gesteld. De Amsterdamse burgemeester Van Thijn heeft dit gisteravond desgevraagd gezegd op een bijeenkomst van de Amsterdamse afdeling van de Partij van de Arbeid.

Van Thijn wil de criteria voor gedwongen opname opnieuw tegen het licht houden naar aanleiding van de moord op een twaalfjarig meisje afgelopen dinsdag. De verdachte die voor de moord verantwoordelijk wordt gesteld geldt als psychisch labiel. Tot op heden heeft de man geen bekentenis afgelegd.

De verdachte was al eerder door de politie bezocht, nadat omwonenden klaagden over geluidshinder en bedreigingen. De man sloeg onder meer de inventaris van zijn woning kort en klein, maar de situatie werd uiteindelijk door de politie niet als alarmerend beoordeeld.

Onder de huidige regeling kunnen mensen die een gevaar voor zichzelf of voor de samenleving vormen worden opgenomen. De meeste procedures lopen via de psychiaters van de RIAGG. In acute gevallen kan de burgemeester een in bewaringstelling eisen. Volgens Van Thijn dreigen veel gevallen echter tussen wal en schip te vallen, omdat vaak niet feitelijk vaststaat in hoeverre er sprake van gevaar is. “Op het moment dat de politie moet constateren dat het toch nodig is, is het soms al te laat”, aldus Van Thijn.

De Amsterdamse burgemeester wil de kwestie opnieuw aankaarten bij de Tweede Kamer, maar zal de kwestie eerst binnen het Amsterdamse raadscollege bespreken. “Het aanscherpen van de criteria is een zeer gevoelige kwestie”, aldus Van Thijn, “maar we kunnen er niet omheen”.

Het parlement behandelde eind vorig jaar de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Het wetsvoorstel was daarvoor reeds eenentwintig jaar in behandeling. De discussie richtte zich daarbij onder meer op de vraag wie de bevoegdheid tot het gedwongen in bewaring stellen toekomt. Uiteindelijk werd besloten dat de bevoegdheid hiertoe bij de burgemeester blijft. Het wetsvoorstel BOPZ moet nog worden behandeld door de Eerste Kamer.