Rekenvoorbeeld: 38 jaar en 50 mille

Een 38-jarige werknemer met een inkomen van 50.000 gulden die volgend jaar in de WAO belandt, krijgt, na een jaar, een uitkering van 26.697 gulden per jaar. Zou hij nu arbeidsongeschikt worden verklaard, dan bedraagt zijn uitkering tot aan zijn 65ste jaar 70 procent van zijn huidige inkomen, dus 35.000 gulden. Een nadelig verschil van 8.303 gulden: ziedaar het WAO-gat voor deze werknemer.

Hoe is de toekomstige WAO-uitkering te berekenen? Daarvoor zijn twee factoren van belang: de leeftijd van de werknemer en diens laatst verdiende loon. Verder krijgen arbeidsongeschikten boven de 32 ook straks nog een half jaar of langer, afhankelijk van hun leeftijd, 70 procent. De berekening die hier volgt geldt voor de periode daarna en gaat uit van iemand die volledig is afgekeurd.

Iedereen die arbeidsongeschikt wordt, krijgt als uitkering ten minste AAW, 70 procent van het minimumloon, dus 70 procent van (op dit moment) 28.036 gulden, dat is 19.625 gulden. Daarbij komt voor werknemers de WAO. Voor elk jaar dat iemand op het moment dat hij arbeidsongeschikt wordt, ouder is dan 15, mag hij 1,4 procent van het verschil tussen het minimumloon en het laatst verdiende loon optellen. De 38-jarige werknemer heeft 23 jaar (38 min 15) opgebouwd. Hij krijgt dus 23 maal 1,4 procent van het verschil tussen 50.000 gulden (zijn laatste loon) en 28.036 gulden (het minimumloon). Oftewel 23 maal 1,4 procent van 21.964 gulden. Dus: 23 maal 307 gulden 49. Dat is 7072 gulden. Dat bedrag komt bij de 19.625 gulden AAW. Hetgeen een totale uitkering oplevert van 26.697 gulden.

Het sommetje is ook anders te maken: door in plaats van 1,4 procent een percentage van 2 te nemen en van de uitkomst die de vermenigvuldiging dan oplevert 70 procent te berekenen.

Zo kan iedereen zijn toekomstige WAO-uitkering uitrekenen. Of dat laten doen.